Hoofdstuk 1: Over intuïtief weten en medisch denken

Een ongemakkelijk gevoel ‒ daarmee begon het. Ik had net de oproep van het consultatiebureau gekregen, en ziektekiemen van vijf verschillende ziektes in één keer inspuiten voelde niet goed. Toen ik er kort daarna achter kwam dat er naast ziektekiemen ook giftige hulpstoffen in vaccins zitten, was mijn eerste reactie: ‘Dat kan niet waar zijn!’ maar de arts op het consultatiebureau vertelde me dat het wél waar was. ‘Maar,’ zei ze meteen, ‘het zijn maar hele kleine hoeveelheden en het is heel goed onderzocht dus je hoeft je nergens zorgen over te maken.’

Ik maakte me wel zorgen. Hoe was het dan onderzocht en door wie en wat werd er precies ingespoten? De arts begreep mijn ongerustheid niet en kon me nergens een overtuigend antwoord op geven ‒ ze vond me ‘te kritisch’. Mijn laatste vraag was: ‘Zou je bij je eigen kindje giftige stoffen inspuiten?’ Ik was ervan overtuigd dat ze nee zou zeggen, maar ze zei: ‘Ja, dat zou ik doen. Het is ons beleid en ik volg het beleid.’ Mijn mond zakte open. Beleid…?! Eén lange seconde keken we elkaar zwijgend aan. Toen dacht ik: ‘dit gaat niet werken tussen ons.’ Ik heb mijn kindje opgepakt, liep naar buiten en zei: ‘Je ziet me hier nooit meer terug.’

 

The big 5

Eenmaal buiten kon ik gewoon niet begrijpen wat er gebeurd was. Even afgezien van vaccins, wat heeft het lichaam nodig om gezond te blijven? Ik noem ze altijd ‘the big five’:

      1. Schoon drinkwater ‒ we bestaan voor 70% uit water
      2. Frisse lucht ‒ met voldoende zuurstof voor verbrandingsprocessen in ons lichaam
      3. Volwaardige voeding ‒ met vitamines, bouwstoffen enzovoorts
      4. Voldoende rust
      5. Voldoende beweging

Dat zijn basisbehoeften van ons lichaam ‒ en dit is precies waar het botste tussen mij en de CB-arts. Ik had tijdens mijn zwangerschap juist geprobeerd rustig aan te doen en goed voor mezelf te zorgen. En nu wilde ik niets liever dan (leren) goed voor mijn baby’tje (te) zorgen. En uitgerekend de persoon die zich verantwoordelijk voelt voor de gezondheid van mijn kindje had er geen enkele moeite mee haar een cocktail van gevaarlijke organismen en chemische, giftige stoffen in te spuiten!

Met opgeheven hoofd was ik het consultatiebureau uit gelopen, maar eenmaal buiten zat ik vrijwel direct gevangen in een onmogelijk dilemma. Vaccineren voelde niet goed, want ik wilde geen gifstoffen inspuiten, maar niet vaccineren voelde ook niet goed, want dan zou ze een infectieziekte kunnen krijgen. En in het denken dat ik toen had betekende dat op zijn minst een blijvende handicap; de rest van je leven in een rolstoel, onvruchtbaar, doof, blind, een hersenbeschadiging… De informatie die ik eerder van de arts over infectieziekten had gekregen bleef maar door me heen gaan en het enige wat ik op het laatst nog kon denken was: ‘nu is ze niet beschermd… dus dan krijgt ze polio… en dan komt ze in een rolstoel terecht en dat is dan mijn schuld!’

Bij thuiskomst zei mijn man: ‘“Het voelt niet goed” is niet goed genoeg. Wat zijn de feiten?’ En deze opmerking heeft geleid tot meer dan 15 jaar onderzoek naar de zin en onzin van vaccins.

 

Vier fundamentele aannames:

Wat we geloven dat waar is over vaccins, kunnen we samenvatten in vier fundamentele aannames. Dat zijn uitgangspunten, die zo vanzelfsprekend zijn dat we er geen vragen bij stellen.

We geloven onvoorwaardelijk:

      1. dat vaccins effectief zijn. Ze zijn de primaire oorzaak van de afname van de epidemieën van infectieziekten in het verleden en ze beschermen onze kinderen tegen deze en andere ziektes in het heden.
      2. dat vaccins veilig zijn. Een enkele keer zijn er misschien wat bijwerkingen maar de nadelen wegen absoluut niet op tegen de voordelen.
      3. dat vaccins heel goed onderzocht zijn en dat effectiviteit en veiligheid wetenschappelijk bewezen is.
      4. dat vaccins de enige manier zijn om je kinderen te beschermen.

Als dit allemaal waar zou zijn, zou je wel goed gek zijn om je kind niet te vaccineren!

 

Is alles wat ons verteld wordt waar?

We zijn van kinds af aan geconditioneerd om te geloven dat wat autoriteiten zeggen de waarheid is, maar ons diepere weten zegt natuurlijk meteen dat het inspuiten van gif, in een pasgeboren baby, niet klopt. Denken zit hier, gevoel zit daar; wat je gelooft zegt ‘ja’, wat je voelt zegt ‘nee’. Dat is de verwarring waar veel ouders in zitten. De meesten van ons denken dat de ‘experts’ het beter weten en drukken hun eigen gevoel weg.

De enige manier voor ouders om uit te vinden wat waar is, is vragen te stellen, zélf na te denken, en vooral je natuurlijke instincten te vertrouwen. In de vier hoofdstukken van het eerste deel van Vaccin Vrij gaan we per hoofdstuk de vier fundamentele uitgangspunten bevragen. In hoofdstuk 1 de aanname met betrekking tot effectiviteit, in hoofdstuk 2 en 3 aannames over veiligheid en wetenschappelijk onderzoek en in hoofdstuk 4 ontdekken we wat onze mogelijkheden zijn. Ik zou zeggen: ‘Denk mee, denk na en voel wat vanbinnen resoneert en wat niet.’ Niemand hoeft mij te geloven of te doen wat ik gedaan heb. Ik ben juist van mening dat het klakkeloos aannemen van wat een ander zegt ons in de problemen gebracht heeft. Wat mij betreft is elke ouder de ultieme expert over zijn of haar eigen kindje en dient dit boek ter inspiratie en ondersteuning voor het proces dat nodig is om te komen tot een bewuste en veilige keuze.

 

Vraagtekens bij de eerste fundamentele aanname

Zijn vaccins effectief? Met andere woorden, wérken ze? Zijn vaccins primair verantwoordelijk voor de daling in infectieziekten, zoals ons verteld wordt?
ims

Laten we eens kijken naar wat statistieken en geschiedenis ons hierover te vertellen hebben. International Mortality Statistics van Michael Alderson is een boek waarvan ik niet eens wist dat zoiets bestaat ‒ 500 pagina’s met kolommen vol cijfertjes die aangeven hoeveel mensen er van 1900 tot 1975 gestorven zijn aan de verschillende infectieziekten. In 31 westerse landen.

Neil Z. Miller is medisch onderzoeksjournalist en hij heeft deze cijfers omgezet naar grafieken. Zijn boek Vaccine Safety Manual staat er vol mee. Bijvoorbeeld de onderstaande grafiek van de mazelensterfte in Amerika (donkere lijn) en Engeland (lichtere lijn). Van 1915 tot 1958, vóórdat het vaccin geïntroduceerd werd, was de sterfte aan de mazelen al afgenomen met 98%.

Measles death rate

 

Op het internet zijn grafieken te vinden die nog verder in de tijd teruggaan (Engeland begon al rond 1840 met het registreren van sterftecijfers) zoals de onderstaande mazelengrafiek beginnend in 1838. De meest rechtse stippellijn is het moment van de introductie van het mazelenvaccin.

Engeland:wales Mazelen

www.healthsentinel.com/joomla/index.php?option=com_content&view=section&layout=blog&id=8&Itemid=55

 

En uit Vaccination and Immune Malfunction van Buttram and Hoffman komt de volgende gecombineerde grafiek:

The immunization Myth

Conclusie:

Zowel de zo zorgvuldig verzamelde cijfers in het boek International Mortality Statistics van Michael Alderson ‒ met in appendix 1 een lijst van de ‘Departments responsable for mortality statistics in each of the countries for which data has been provided’ (een lijst die aangeeft welke overheidsinstanties verantwoordelijk zijn voor de cijfers) ‒ als de talloze grafieken die op het internet te vinden zijn, laten zien dat wereldwijd ruim 90% van de afname van infectieziekten zich heeft voorgedaan voordat er gevaccineerd werd. En nadat men begon met vaccineren namen de infectieziekten nog maar een klein beetje verder af.1

 

Hoelang vaccineren we eigenlijk?

Weinig mensen realiseren zich dat programma’s zoals het Rijksvaccinatieprogramma een recent fenomeen zijn. We denken vaak dat we al honderden jaren vaccineren, maar in de meeste landen doen we dit niet langer dan een jaar of 60. Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) in Nederland is pas van start gegaan in 1957.
Autoriteiten vertellen ouders dat er in het verleden vreselijke epidemieёn waren die verdwenen zijn door succesvolle vaccinatieprogramma’s. Wat ons niet verteld wordt is dat er al een daling van 90% had plaatsgevonden voordat we begonnen met die vaccinatieprogramma’s. Dat verandert de zaak nogal! Waarom wordt dat niet verteld? En ook… hoe kon dat gebeuren? Als dat niet werd veroorzaakt door vaccins, waardoor kwam het dan wel?

pest_tot_aids

Laten we gaan kijken naar wat de geschiedenis ons te vertellen heeft.

In 2004 was er in Amsterdam een tentoonstelling te zien met de naam: ‘Van pest tot aids ‒ vijf eeuwen besmettelijke ziektes in Amsterdam.’ Het bracht me in contact met twee dingen die we totaal vergeten lijken te zijn:

      1. In Amsterdam hebben we allerlei epidemieën gehad: cholera, de pest, pokken, lepra, tuberculose enzovoorts.
      2. In Amsterdam, nog maar honderd jaar geleden, leefden grote groepen mensen in vreselijke armoede.

uitgewoond_krot

vervuilde_steeg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Door de tentoonstelling en foto’s uit de collectie van het gemeentearchief van Amsterdam besefte ik pas goed onder welke omstandigheden de mensen ten tijde van de grote epidemieën leefden. Nog maar 150 jaar geleden was wonen in Amsterdam voor grote groepen van de bevolking vergelijkbaar met leven in een ontwikkelingsland! Er was overbevolking; veel mensen ‒ de arbeiders ‒ woonden dicht op elkaar met grote gezinnen in eenkameronderkomens zonder goede sanitaire voorzieningen. Een emmer onder de tafel deed dienst als toilet en werd door de ‘Boldootwagen’ opgehaald of in de gracht gekieperd. En er was natuurlijk geen douche, of zelfs maar een wastafel met een kraan. Drinkwater kwam uit de rivier de Vecht en werd vervoerd in boten die meestal lek waren; dus het water dat men dronk was vervuild met het vieze grachtenwater. Voedingsbewustzijn was laag; men leefde op een monotoon dieet, met weinig variëteit in vers fruit of verse groenten wat ‒ gecombineerd met de uitzichtloosheid van armoede, alcoholisme, slechte werkomstandigheden, overvolle schoolklassen enzovoorts ‒ maakte dat het leven voor veel van onze voorouders zwaar was.

1910- Oostenburgerdwarsstraat 3-III, Eenkamerwoning voor een gezin dat uit 8 personen bestaat. Bron: Gemeentearchief Amsterdam

1910- Oostenburgerdwarsstraat 3-III, Eenkamerwoning voor een gezin dat uit 8 personen bestaat. Bron: Gemeentearchief Amsterdam

 

Hoe ze het uitgehouden hebben zonder ijskast, zonder wasmachine, zonder wc, zonder douche, zonder keuken, zonder aparte slaapkamers… ik weet het niet. Maar ze hebben het ermee gedaan, er was gewoon geen keuze.

Op de volgende bladzijde een plaatje van een kelderwoning. Vaak heel vochtig en geen zonlicht. Naast epidemieën van infectieziekten voornamelijk veroorzaakt door erbarmelijke hygiënische omstandigheden, waren er ook epidemieën die veroorzaakt werden door voedingstekorten (bijvoorbeeld scheurbuik door gebrek aan vitamine C), of door gebrek aan zonlicht (Engelse ziekte door gebrek aan vitamine D die we, zo weten we nu, opnemen uit zonlicht).

Kelderwoning 1873 - Bron: gemeentearchief Amsterdam

Kelderwoning 1873 – Bron: gemeentearchief Amsterdam

En hoe meer ik erachter kwam hoe de mensen leefden ten tijde van de epidemieën, des te meer het me duidelijk werd dat ziekteveroorzakende omstandigheden overal aanwezig waren: geen schoon drinkwater, geen frisse lucht en soms zelfs geen daglicht, geen goede voeding, geen goede hygiëne enzovoorts. Geen wonder dat mensen ziek werden en dat epidemieën de kop op staken!

 

Er is een tijd van komen en gaan

Maar wat veroorzaakte nu die enorme afname vóór de start van het RVP? Als deze dus niet door vaccins kwam, waardoor dan wel? Door iets wat de medische wereld gedaan heeft, of door iets anders? De tentoonstelling ‘Van pest tot aids’ gaf me goede richtingaanwijzers.

Ik neem cholera als voorbeeld en citeer uit de catalogus van de tentoonstelling:

‘Therapeutisch gezien stond de medische stand tegenover cholera met lege handen, al probeerde men uiteraard van alles: warme baden, inwrijven van de huid met mosterdpappen en tincturen tegen de krampen, braakmiddelen en aderlating. Ter opwekking van versufte patiënten werd ammoniak gebruikt en ook van andere inwendige geneesmiddelen (kamfer, bismut, opium) verwachtte men heil.’ Bron: ‘Van pest tot aids’, Annet Mooij

Het was niet de medische stand die er verandering in heeft gebracht ‒ de medici hadden geen middelen om de zieken en de stervenden te helpen. Ze hadden geen enkel idee van wat de oorzaak van cholera zou kunnen zijn en dus konden ze niets doen om er een einde aan te maken.

 

Wat gebeurde er toen?

‘Niet de gehele medische stand was overtuigd van het nut van dit soort goedbedoelde probeersels in de strijd tegen de cholera. Er was een vooruitstrevende groep artsen, de hygiënisten geheten die het verband onderzochten tussen het vóórkomen van ziektes aan de ene kant en de hygiënische omstandigheden aan de andere kant.’ Bron: ‘Van pest tot aids’, Annet Mooij

Zij richtten zich niet op de behandeling van de slachtoffers, maar op het wegnemen van de oorzaak. De oude stadswijken waren volgens de hygiënisten de omgeving waar cholera ontstond en die moesten dus grondig worden gereinigd.

‘De tijd was er rijp voor, want de hygiënische toestand van Amsterdam was halverwege de 19e eeuw op een dieptepunt beland. De inzameling van vuilnis was nauwelijks geregeld, waardoor zich op straathoeken en bij bruggen stinkende afvalhopen vormden. Het reinigen van de straten en stegen werd overgelaten aan de buurtbewoners en gebeurde minimaal, waardoor uitgereden huisvuil, modder en mest zich ophoopten. Met de riolering was het niet veel beter. De bewoners van de grachtenpanden kenden nog de luxe van privaten, die via beerputten en particuliere riolering rechtstreeks op de grachten loosden. Maar de armen behielpen zich met tonnen en emmertjes die in de straatgoten of grachten werden geleegd, zoals alle rotzooi waar men vanaf wilde rechtstreeks in de grachten werd gekieperd. Oud stro, rot fruit, dode beesten, groente-, vis- en slachtafval, het dreef er allemaal rond.’ Bron: ‘Van pest tot aids’, Annet Mooij

Kortom, het was een bende… totdat de mensen ‒ mede door goede voorlichting ‒ hun gedrag gingen veranderen:

De hygiënisten hebben zich met vrijwel alle aspecten van de openbare gezondheidszorg beziggehouden: riolering, vuilophaal, voedselkwaliteit, drinkwatervoorzieningen, woningbouw voor de minvermogenden, de inrichting van scholen, werkplaatsen en fabrieken, voorlichting en volksopvoeding; er was maar weinig dat aan hun aandacht ontsnapte.’ Bron: ‘Van pest tot aids’, Annet Mooij

Het duurde een tijdje maar er kwam een einde aan de erbarmelijke levensomstandigheden. Dit was geen makkelijke taak. Het was gigantisch! Hygiënisten gingen van deur tot deur om de mensen voorlichting te geven over de oorzaken van ziekte en ze uit te leggen waarom ze hun gedrag moesten veranderen. Er was veel weerstand. De mensen moesten overtuigd worden, ze moesten begrijpen waarom bepaalde dingen niet langer konden. Er was ook weerstand aan de kant van de overheid, want die moest geld steken in het verbeteren van de huizen en de werkplekken van de arbeiders. Maar het lukte. Mensen konden zien wat ziekte veroorzaakt ‒ ze namen er verantwoordelijkheid voor en veranderden hun manier van leven en dat heeft geleid tot de daling in infectieziekten. En zo is het gegaan.

 

Maar er is nóg iets gebeurd

Volgens jaarboeken van de Wereldgezondheidsorganisatie (er zijn mensen die er hun beroep van gemaakt hebben statistieken uit de hele wereld te bestuderen en daarvan jaarboeken te maken):

‘According to the World Health Statistics Annual of 1973-1976 there had been a steady decline in infectious diseases in most developing countries regardless of vaccines administered. Diseases disappeared as a result of improved sanitation, improved water supplies, improved personal hygiene and better nutrition. In addition, diseases for which there were no vaccines also declined dramatically. From 1850 to 1940, diseases had declined by 90% and were at an all time low, just when vaccines were being introduced.’
www.childhoodshots.com

Dat is wat er nog meer gebeurd is. We zijn ‒ toen de meeste ziektes al grotendeels waren verdwenen door verbeterde hygiënische omstandigheden ‒ begonnen met vaccineren.

 

Dat ziet er zo uit:

We hadden vreselijke ziektes. Toen kwam de bewustwording van de oorzaken, en daarna de verandering van leefgewoonten ‒ en ziektes verdwenen. Let wel, bacteriën verdwenen niet ‒ bacteriën zullen er altijd zijn ‒ maar ziektes kunnen verdwijnen. Bijvoorbeeld doordat omstandigheden veranderen, waardoor blootstelling aan gevaarlijke bacteriën vermindert, of door verbetering van voeding of drinkwater waardoor het immuunsysteem beter met bepaalde micro-organismen om kan gaan. De gezondheid van mensen ‒ en daarmee de weerstand tegen ziekte ‒ neemt toe en de sterftecijfers dalen. Precies zoals het in westerse landen plaatsgevonden heeft. En pas helemaal aan het einde van die daling, zo’n 60-70 jaar geleden zijn we begonnen met vaccineren tegen een paar ziektes die nog nét niet helemaal weg waren. En toen zijn we al die andere factoren ’vergeten’ en werden vaccins primair verantwoordelijk geacht voor het succes.

Tenminste, dat zegt de medische wereld.

En dat kunnen ze natuurlijk wel zeggen, maar kunnen ze het ook bewijzen?

1910 – De wc in de keuken, Krom Boomsloot 10 – Bron: Gemeentearchief Amsterdam

 

Op zoek naar bewijs

De eerste 90% vond plaats in de tijd voordat het Rijksvaccinatieprogramma van start ging. Hoe bewijst de medische wereld dat vaccins überhaupt een rol gespeeld hebben in de laatste 10%? Die zou natuurlijk ook gewoon het staartje kunnen zijn van de afname die voortkwam uit verbeterende levensomstandigheden en zou misschien ook plaatsgevonden hebben als we helemaal nooit begonnen waren met vaccineren. Hoe kun je bewijzen dat de laatste 10% het resultaat is van vaccins, of een voortzetting van de verbeterde levensomstandigheden, of misschien zelfs van beide?

De meest betrouwbare manier om een oorzaak-gevolgrelatie te bewijzen is met een CRT-studie (een controled randomized trial) en dat houdt in dat je gebruikmaakt van een controlegroep.

We weten allemaal denk ik wel hoe dat gaat: stel, je wilt bewijzen dat een bepaald medicijn werkt. Dan stel je een groep samen van mensen die allemaal dezelfde klacht hebben, die deel je in tweeën ‒ je geeft de ene helft het medicijn en de andere helft een placebo (een suikerpilletje) en dat zou de enige variabele moeten zijn. Voor de rest zijn alle omstandigheden in de twee groepen hetzelfde. En als de mensen die het medicijn hebben gehad wel genezen en de andere groep ziek blijft, dan beschouwt men dat als het bewijs dat de genezing veroorzaakt is door het medicijn.

Een dergelijk onderzoek ‒ dus met een ongevaccineerde controlegroep ‒ is nergens ter wereld in die tijd ooit gedaan. Dat bewijs is er dus niet. En bij gebrek aan bewijs is het succes van het Rijksvaccinatieprogramma ‘empirisch’ bewezen ‒ men noemt het een ‘evidence based program’. De medische wereld zegt gewoon: we hadden van die vreselijke ziektes, we zijn gaan vaccineren, en nu zijn die ziektes toch weg? Wat wil je nog meer, dáár is je bewijs.

Klinkklare onzin wat mij betreft. ‘Evidence based’ bewijst hier helemaal niets ‒ en zeker niet over de effectiviteit van het Rijksvaccinatieprogramma.

Daar hebben we toch echt een controlegroep voor nodig. En bovendien wordt de rol van de hygiënisten in het hele verhaal buiten beschouwing gelaten.

Sinds ik kennisgenomen heb van de sterftecijfers van tientallen landen (door de verschillende overheden geregistreerd en bijgehouden), geloof ik niet meer zo heilig in de ‘effectiviteit’ van vaccins. Ik denk dat het vroeger de hygiënisten waren die het werk deden en dat de medische wereld met de eer is gaan strijken. En in het heden doet Moeder Natuur het werk en weer claimen artsen de eer voor het ‘beschermen’ van de mensheid. Over dat laatste (de werking van vaccins in het heden) gaan we het nog uitgebreid hebben, maar eerst het volgende want nu wordt de situatie wel heel absurd.

Als het zó gemakkelijk is, om uit door de overheid bijgehouden statistieken en medische geschiedenisboeken te concluderen dat vaccins helemaal niet primair verantwoordelijk kunnen zijn voor die daling… als ik als moeder dat al niet meer geloof, hoe komt het dan dat al die artsen op al die consultatiebureaus allemaal wel geloven dat we door vaccins van deze vreselijke ziektes verlost zijn?!

Ik heb zelf een medische opleiding gedaan, dus ik heb mijn oude boekwinkel weer opgezocht om te kijken wat er in de leerboeken van aspirant CB-artsen staat.

 

Hoe artsen in de maling genomen worden

Het Handboek Vaccinaties, deel A en deel B (samen 900 pagina’s), is de vaccinatiebijbel. Alles wat de CB-arts moet weten staat hierin; het behandelt de theorie en de praktijk van het RVP.

handboek_vaccinatiesvaccinaties_kinderen2vaccinaties_kinderen1

Tien jaar geleden was het nog maar één dun boek van 250 pagina’s. (‘Vaccinaties bij kinderen’ ‒ 1998) In een nieuwe druk (2002) werden het er 450, sinds 2007 zijn het twee delen, samen 900 pagina’s, en sinds 2011 is dit uitgebreid tot 1050 pagina’s. Het RVP is een ‘snelgroeiend, succesvol programma’ ‒ als je het succes tenminste afmeet aan het feit dat er steeds meer vaccins (nodig) zijn om onze kinderen gezond te houden.

Het eerste hoofdstuk van het Handboek Vaccinaties is getiteld: ‘Vaccins in een historisch en toekomstig perspectief’. Ik dacht: ‘geweldig, even kijken wat ze schrijven over de hygiënisten.’

Nou… helemaal niets… Nergens in het hele boek, noch in deel A, noch in deel B, wordt het woord ‘hygiënist’ zelfs maar genoemd! En nergens in deel A of deel B wordt vermeld dat we ons bewust werden van de ziekteoorzaken, onze manier van leven aanpasten en wat voor effect dat had op de daling, vóórdat we begonnen met vaccineren.

De Hygienisten
De geschiedenis van de hygiënisten bestaat wel (bijvoorbeeld beschreven in het boek De hygiënisten van E.S. Houwaart), maar het bestaat niet in de leerboeken van de artsen. Daarin staat alleen de geschiedenis van vaccins. En dat is blijkbaar de enige geschiedenis waar artsen iets over hoeven te weten, want het handboek is de literatuur voor het examen.

En, laten we eerlijk zijn, het zou ook wel een beetje raar staan als je een succesverhaal vertelt over hoe je de strijd tegen infectieziekten gewonnen hebt en je zou moeten zeggen: ‘Hmmm, eerlijkheidshalve moeten we mededelen dat er nog anderen in het spel waren en dat de klus al zo goed als geklaard was voordat wij begonnen.’ Dat zou niet werken, toch? De mensen zouden zeggen: ‘Als het al door anderen gedaan is, waarom doen we het dan niet gewoon op hun manier?’

Dus hebben ze het hele verhaal over het harde werken dat de hygiënisten gedaan hebben maar weggelaten…

 

 

Hoe weglatingen of ‘witte leugens’ statistisch onderbouwd worden in de leerboeken voor CB-artsen

Toen ik een jaar of tien geleden begon met het geven van lezingen, had ik alleen nog maar de beschikking over Amerikaanse en Engelse grafieken. En ik wilde de Nederlandse moeders en vaders natuurlijk de grafieken laten zien die gebaseerd zijn op cijfers van eigen bodem. Ik dacht dat het leerboek voor onze CB-artsen mij hierover wel goede informatie zou kunnen verstrekken maar ik kwam bedrogen uit. Op de volgende bladzijde staat een voorbeeld uit Vaccinaties bij kinderen.

Mazelen in Nederland

 

Als je goed kijkt valt het op. Veel grafieken in de leerboeken voor artsen ‒ en andere officiële bronnen ‒ beginnen op het moment nét voordat vaccins geïntroduceerd worden. In Vaccinaties bij kinderen start de lijn in 1975 en het vaccin werd geïntroduceerd in 1976. Dus ze beginnen de grafiek op het moment waar de laatste paar % daling plaatsvond ‒ en als je dat hele stuk daling ervoor weglaat lijkt het natuurlijk alsof alleen vaccins de daling veroorzaken.

 

Een grafiek die dichter bij de realiteit ligt

Onderstaande grafiek laat de afname van de mazelensterfte in Nederland zien, gebaseerd op cijfers die onze overheid verstrekt heeft aan Michael Alderson voor het eerdergenoemde boek International Mortality Statistics.

Mazelen sterfte

 

lie_with_statistics
Het laat de daling zien die plaatsvond in de periode 1900-1975, vóór de invoering van het mazelenvaccin; die zou natuurlijk ook in de grafiek in het leerboek van de artsen tot uitdrukking moeten komen.

‘How to lie with statistics’ van Darell Huff is een klein boekje waar ik veel aan gehad heb over hoe je statistieken interpreteert. We moeten er helaas rekening mee houden dat statistieken heel misleidend kunnen zijn; dus wees er alert op als je informatie uit reguliere bronnen haalt. En dit geldt net zo goed voor artsen als voor ouders.

 

Conclusie:

De geschiedenis herschrijven is een kwestie van 1. de helft van het verhaal weglaten, 2. jezelf de eer toekennen en 3. vooral veeeeeeel herhalen, net zolang tot de mensen (ouders én artsen) geloven dat vaccins primair verantwoordelijk zijn voor de afname van infectieziekten.

 

Wat artsen geloven dat waar is

In 2007 verscheen het volgende artikel in British Medical Journal ‒ een gerenommeerd vakblad voor artsen: ‘BMJ readers choose “the sanitary revolution” as greatest medical advance since 1840.’ Ik citeer de eerste alinea van het artikel:

‘More than 11.300 readers of British Medical Journal chose the introduction of clean water and sewage disposal ‒ “the sanitairy revolution” as the most important medical milestone since 1840.’

bmj

Dus 11.300 artsen kiezen uit alle medische ontdekkingen van de afgelopen 70 jaar; antibiotica, anesthesie, ontdekking van de structuur van ons DNA en ga zo maar door, de introductie van schoon water en riolering als grootste medische mijlpaal. Dat het een mijlpaal is klopt, maar we kunnen ons natuurlijk afvragen of het een medische mijlpaal is. De ‘sanitaire revolutie’ heeft er inderdaad voor gezorgd dat heel veel epidemieën niet langer de kop op konden steken ‒ het was echter niet een normale medische interventie. De hygiënistenbeweging kwam wel voort uit de medische wereld, maar het waren juist artsen die het medische denken losgelaten hadden! Ze zagen dat de medische handelingen geen enkel effect hadden op de genezing van ziektes en keerden zich af van het bestrijden van symptomen.

 

Eerherstel

Wat mij betreft gaat ere naar wie ere toekomt ‒ en dat zijn:

      1. De hygiënisten; zij zagen als eersten de werkelijke oorzaken van infectieziekten (onder andere gebrek aan hygiëne, onvolwaardige voeding, vervuild drinkwater). Ze hebben het medisch dogma losgelaten en zijn ervoor gaan staan om andere leefgewoonten te creëren in plaats van symptomen te bestrijden. De orthodoxe artsen hebben géén rol gespeeld bij welke verbetering van de erbarmelijke levensomstandigheden van onze voorouders dan ook.
      2. De arbeiders, die het zware werk gedaan hebben: aanleggen van rioleringen, sanitaire voorzieningen, ophalen van vuilnis enzovoorts. Dat zijn géén medische handelingen.
      3. De ouders, die toezagen op goede hygiëne en gezonde leefgewoonten voor hun kinderen. We zeggen niet voor niets: ‘Kom op, eet je groenten op, neem maar een appeltje, ga eens lekker buiten spelen, was je handen voordat je aan tafel gaat, vanavond vroeg naar bed’ en ga zo maar door. De manier waarop we leven… dat kunnen artsen toch niet voor ons doen? Het zijn de mensen zélf geweest die begonnen zijn met gezondere voeding en gezondere leefgewoonten.

 

Conclusie:

De reguliere artsen hebben zich niet beziggehouden met bewustwording, ze hebben zich niet beziggehouden met voorlichting, noch met verandering van leefgewoonten en ze hebben ook het harde fysieke werk niet uitgevoerd. En tóch geloven ze dat de ‘sanitaire revolutie’ een medische mijlpaal is… Het is een geloof, voortgekomen uit de jarenlange conditionering van het volgen van een medische studie.

 

Van de schoolbanken naar de praktijk

We gaan verder ‒ het consultatiebureau:

De artsen die je tegenkomt op het consultatiebureau volgen het beleid. Ze doen wat hun opgedragen wordt en geven de prikken netjes volgens een bepaald schema en ze geven ons voorlichting. Ze vertellen óns weer wat zíj op school geleerd hebben, en dat is niet alleen ‘dat er vroeger vreselijke epidemieën waren die we gelukkig hebben overwonnen doordat we ertegen zijn gaan vaccineren’ (toen ze praktisch niet meer voorkwamen), maar ook dat we, nu ze uitgeroeid zijn wel moeten blijven doorgaan met vaccineren, ́want als we dat niet doen komen die ziektes weer terug.`

 

Wie het gelooft mag het zeggen

Ik geloof niet dat de ziektes die we ooit hadden terug zullen komen als de ziekteveroorzakende omstandigheden (die er waren ten tijde van de ziekte) er niet meer zijn. Ik geloof dat vreselijke ziektes een weerspiegeling zijn van vreselijke omstandigheden. En die hebben we niet meer, we leven wat dat betreft gelukkig in een andere wereld nu. We kunnen ons wassen en we hebben toegang tot schoon drinkwater en goede voeding. Dus het is een heel ander verhaal geworden…

Niet alleen datgene wat de ‒ overigens goedbedoelende ‒ CB-artsen ons vertellen is misleidend, maar nog veel meer datgene wat ze ons niet vertellen!

 

Wat ons niet verteld wordt is:

      1. dat infectieziekten die we vroeger hadden (totaal) verdwenen zijn zonder dat er ooit tegen gevaccineerd is: bijvoorbeeld cholera en roodvonk.
      2. dat infectieziekten waartegen we nu vaccineren al zo goed als verdwenen waren voordat we ertegen begonnen te vaccineren: bijvoorbeeld de mazelen en kinkhoest.
      3. en héél belangrijk: dat onze kinderen nog steeds de ziektes kunnen krijgen waartegen ze gevaccineerd zijn.

Eerst dacht ik altijd: ‘dat kan niet.’ Als een kind gevaccineerd is, dan kan het niet meer de ziekte krijgen waar het tegen gevaccineerd is, want het is ‘beschermd’. Maar dit kan dus wel ‒ en het gebeurt op grote schaal. En daarover zijn talloze artikelen gepubliceerd in gerenommeerde medische tijdschriften.2

Ted Koran, schrijver van Childhood vaccination: questions all parents should ask zegt: ‘One of the nagging facts questioning the benefits of vaccination is the epidemics of infectious disease that occur in vaccinated children.’

Ik ga jullie drie voorbeelden geven: kinkhoest, Pediacel en Google.

 

Kinkhoest

kinkhoest
In Holland komt kinkhoest elke paar jaar weer terug. Kinderen krijgen hun vaccins, de vaccinatiegraad is hoog en toch breekt de kinkhoest uit. Er wordt gespeculeerd over mutaties van de bacterie (dat betekent dat de bacterie verandert) maar uiteindelijk kunnen zelfs de wetenschappers gewoon geen verklaring vinden. Ik citeer de eerste alinea uit ‘Dutch whooping cough epidemic puzzles scientists’, een artikel dat in het medische tijdschrift British Medical Journal werd gepubliceerd:

‘Dutch scientists are struggling to identify the exact cause of an epidemic of whooping chough that has swept through the country despite vaccination rates as high as 96%.’

Het artikel verscheen in 1998, en elke drie à vier jaar hebben we weer een ‘kinkhoestepidemie’ in Nederland die gevaccineerde en ongevaccineerde kinderen treft. En nu, ruim vijftien jaar later, is de wetenschap er nog steeds niet achter hoe het nou komt dat gevaccineerde kinderen niet gespaard blijven voor deze ziekte.

Wat er op de bijsluiter van de allereerste prik te lezen is

BijsluiterVan elke bijsluiter circuleren er verschillende versies. Ik kreeg er eentje in handen van de dktp (difterie, kinkhoest, tetanus, polio) ‒ het eerste vaccin dat baby’s in Nederland krijgen ‒ waarop stond:

‘BELANGRIJK: Pediacel beschermt alleen tegen de ziektes die worden veroorzaakt door de bacteriën of virussen in het vaccin. Uw kind kan sommige van deze ziektes wel krijgen: zij worden dan veroorzaakt door andere bacteriën of virussen.’

Dat is belangrijk!!!

Maar het wordt ons niet verteld. En een bijsluiter krijgen we ook niet. Tenzij ze er specifiek om vragen, krijgen ouders geen bijsluiter. Vaccins vallen onder de wet- en regelgeving voor geneesmiddelen.

Geneesmiddelen moeten voor de wet een bijsluiter bevatten waarop belangrijke informatie staat. Zelfs een aspirientje dat zonder doktersrecept bij de drogist verkocht wordt bevat een bijsluiter.

Vaccins gaan niet over slikken, vaccins gaan over inspuiten ‒ bij baby’s ‒ en het allereerste wat we zouden moeten weten om te kunnen kiezen of we wel of niet onze kinderen willen vaccineren is wat we nou eigenlijk precies inspuiten. (In hoofdstuk 3 gaan we het daarover hebben; wat spuiten we in, in welke hoeveelheden, wat is er bekend over die stoffen enzovoorts. Heel belangrijk, mis hem niet.)

Maar terugkomend op Pediacel… wat staat er nou eigenlijk in die bijsluiter?

Aan de ene kant staat er: ‘Het vaccin beschermt’, maar, er staat ook: ‘Je kind kan die ziektes nog steeds krijgen.’ En als het toch gewoon ziek wordt na de vaccinatie is de verklaring dat je kindje wel ‘beschermd’ was, maar dat de ziekte veroorzaakt werd door een andere bacterie of een andere virus. Oeps, dat is nou toch vervelend.

Het kan mij als ouder niet zo veel schelen hoe de bacterie heet die de ziekte veroorzaakt. Ik vind het belangrijk dat mijn kindje gezond blijft. En wat er in feite staat is dat het vaccin ‘beschermt’ maar dat ons kindje de ziekte nog steeds kan krijgen.

Dat is in ieder geval wat er in de praktijk gebeurt.

Viera Scheibner, wetenschapper en schrijfster van Vaccination, 100 years of orthodox research shows that vaccines represent a medical assault on the immunesystem zegt:
‘While studying thousands of pages written on vaccines I have not found a single paper which would demonstrate that in epidemic situations only unvaccinated children contracted the diseases.’

Met andere woorden: we moeten helaas concluderen dat het gemakkelijk is om te zeggen dat het vaccin ons kind ‘beschermt’ als er geen epidemieën zijn, maar als puntje bij paaltje komt en er een epidemie uitbreekt, is het een veelvuldig beschreven feit dat zowel gevaccineerde als ongevaccineerde kinderen ziek kunnen worden.

 

Google

Een Google search op ‘outbreak of infectious diseases in vaccinated populations’ levert in 0,42 seconden 1.510.000 hits op.

Zoekresultaten google

 

Het uitbreken van infectieziekten waartegen kinderen gevaccineerd zijn komt heel veel voor. Het gaat dus niet om alleen vaccins. Uiteindelijk bepalen de ziektecondities, en daarmee bedoel ik: 1. de externe omstandigheden ‒ waar en onder wat voor omstandigheden leef je, 2. de interne omstandigheden – wat is de conditie van je immuunsysteem én 3. gewoon het (nood)lot, welk kind een infectieziekte krijgt en hoe het daar doorheen gaat. We hebben wel invloed op ziekteprocessen ‒ we kunnen bijvoorbeeld helpen het lichaam in een goede conditie te houden ‒ maar we hebben geen ultieme controle over ziektes. Ook niet met vaccins. Want dan zouden gevaccineerde kinderen niet ziek kunnen worden en dat kunnen ze wel. Heel simpel.

Wat me trouwens opviel in de Google-lijst, is dat de epidemieën die uitbreken in groepen kinderen met een zeer hoge vaccinatiegraad bijna allemaal epidemieën van kinderziektes zijn. De cholera breekt niet uit op een school in Amerika, maar de mazelen wel ‒ met een vaccinatiegraad van 100% ‒ en dat heeft te maken met de omstandigheden (de kwaliteit van het drinkwater) op die school en de functie van kinderziektes voor de ontwikkeling van het kind. Des te meer we weten over de oorzaak en de functie van infectieziekten des te minder ze uit de lucht komen vallen en we ons bang hoeven te maken. Daar gaan we het over hebben in hoofdstuk 2.

 

Conclusie:

Toen ik erachter kwam dat gevaccineerde kinderen nog steeds de ziekte konden krijgen waartegen ze gevaccineerd zijn, begon ik te zien dat niet ‘het gevaccineerd zijn’ maar de conditie van het immuunsysteem van het individuele kind zelf, de doorslaggevende factor is die bepaalt of het wel of niet ziek wordt. En dat vaccins misschien ziektes kunnen onderdrukken maar geen enkele garantie kunnen bieden op daadwerkelijk bescherming.

 

Hoe werken ze eigenlijk?

Ik wilde weten hoe bewezen wordt dat vaccins werken ‒ in het heden. Als je kunt aantonen dat het lichaam antistoffen aanmaakt als reactie op het inspuiten van het vaccin heb je een ‘werkzaam’ vaccin. Dit is niet moeilijk te bewijzen ‒ je spuit wat in (in het onderhuids weefsel of in een spier). Dat zit dan spoedig in de bloedbaan en dat is zo onnatuurlijk dat het lichaam meteen in een paniekreactie schiet. Het bloed is namelijk heilig; het moet schoon zijn, want bloedvergiftiging is heel gevaarlijk voor het organisme. Als er gif in het bloed terechtkomt, stroomt het door het hele lichaam en komt terecht in vitale organen zoals de hersenen. Gifstoffen in de hersenen kunnen verstoringen geven die levensbedreigend zijn, dus in het noodlottige scenario dat er gif in de bloedbaan terechtkomt, bijvoorbeeld bij een slangenbeet ‒ of een vaccin ‒ creëert het lichaam direct antilichamen. En die hoeveelheden antilichamen kun je meten. In een laboratoriumsituatie aantonen dat een vaccin werkt is niet zo moeilijk. Zeker als het criterium voor een ‘werkzaam vaccin’ is dat het lichaam ‘voldoende’ antilichamen aanmaakt.

 

En in de praktijk?

Maar hoe bewijs je in de praktijk, buiten het laboratorium, dat vaccins werken? Gewoon vandaag de dag in onze huis-tuin-en-keukensituatie: hoe bewijs je dat je kind door (de antilichamen van) het vaccin beschermd wordt ‒ en niet gewoon door het eigen immuunsysteem?

Wendy Lydall beschrijft een interessant onderzoek in haar boek Raising a Vaccine Free Child. Vrij vertaald, heeft de British Medical Counsel in 1950 een onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Britse overheid naar de effectiviteit van het difterievaccin. De difterieprik was toen nog niet gecombineerd met tetanus en polio. Men kreeg alleen het difterievaccin toegediend, maar mensen werden toch nog ziek en de overheid wilde weten hoe dat nou toch kon. Het doel van het onderzoek was aan te tonen dat mensen die een lage antilichamentiter hadden ziek werden en mensen met een hoge antilichamentiter niet. (De titer is de hoeveelheid antilichamen in je bloed.) Met andere woorden: het zou aan de persoon liggen. Personen die op vaccins reageerden met het aanmaken van veel antilichamen zouden niet ziek worden en personen die op vaccins reageerden met het aanmaken van weinig antilichamen zouden wel ziek worden. Maar het onderzoek toonde ‒ na negen jaar ‒ overduidelijk aan dat er geen enkel verband was tussen de hoeveelheid antilichamen en wel of niet ziek worden. Mensen met een hoge titer werden toch nog ziek en omgekeerd werden mensen die praktisch geen antilichamen aanmaakten niet ziek.

Het was een onderzoek met een ‘paradoxaal resultaat’, met andere woorden: het resultaat van het onderzoek strookt niet met het dogma dat zegt dat antilichamen gelijkstaan aan immuniteit. En dat betekende in dit geval dat het onderzoek afgebroken werd om de onderzoeksmethoden te herzien.

 

Conclusie:

Het is belangrijk voor ouders te weten dat:

      1. er wel bewezen is dat het inspuiten van vaccins antilichamen aanmaakt, maar dat er niet bewezen is dat antilichamen gelijkstaan aan bescherming. Als er gesproken wordt over een ‘effectief vaccin’ betreft dit een laboratoriumsituatie. In de praktijk zien we dat je toch ziek kunt worden ook al ben je gevaccineerd en heeft je lichaam ‘voldoende’ antilichamen aangemaakt.
      2. de hoeveelheid antilichamen in het bloed zegt niets over de conditie van het totale immuunsysteem. Er bestaan genetische afwijkingen waarbij de persoon niet eens in staat is antilichamen aan te maken, maar deze mensen kunnen heel goed infectieziekten doormaken. Het immuunSYSTEEM is immers een systeem en omvat veel meer dan alleen antilichamentiters. (En over het verschil tussen natuurlijke en kunstmatige immuniteit gaan we het uitgebreid hebben in hoofdstuk 4) Het is belangrijk voor ouders om te weten dat de exacte werkingsmechanismen van vaccins onbekend zijn. Niemand weet precies hoe ze werken. Ook artsen niet… het is gewoon een theorie.

 

Zijn wetenschappers het met elkaar eens?

Vroeger dacht ik altijd dat wetenschappers het allemaal met elkaar eens zijn, maar er zijn genoeg gezaghebbende figuren die vinden dat de hele aanname kant noch wal raakt:

‘The assumption that succesful vaccines work by simply producing antibodies is almost certainly wrong.’ Neal Nathanson, director of the U.S. Office of AIDS Research

‘The further I looked into it, the more shocked I became. I found that the whole vaccinebusiness was indeed a gigantic hoax. Most doctors are convinced that they are useful, but if you look at the proper statistics and study the instance of these diseases you will realise that this is not so.’ Archie Kalokerinos Ph.D.

‘The greatest threat of childhood diseases lies in the dangerous and ineffectual efforts made to prevent them through mass immunization. There is no convincing scientific evidence that mass innoculations can be credited with eliminating any childhood disease.’
Dr. Robert Mendelsohn, M.D.

Worden de uiteenlopende meningen van wetenschappers beïnvloed door hun opdrachtgevers? ‘Wie betaalt bepaalt’ gaat wat mij betreft zeker op voor vaccinonderzoek. In hoofdstuk 3 gaan we hier dieper op in en op bijvoorbeeld www.fourteenstudies.org en www.cmsri.org kun je er uitgebreid over lezen. Ik denk dat het niet mogelijk is dat echte, zuivere wetenschap uitgevoerd kan worden door wetenschappers die betaald worden door de fabrikant van het vaccin (of medicijn) zelf.

 

Maar artsen weten heus wel wat ze doen want die hebben er tenslotte voor geleerd

Ik heb met verschillende artsen gesproken over hun studie en een aantal van die gesprekken staan achter in dit boek. Ouders zijn geneigd te denken dat artsen ‘weten wat ze doen’, en technisch gezien is dat ook zo. Ze weten precies hoe en wanneer ze vaccins moeten toedienen, maar wat ze precies inspuiten dag in dag uit bij al die baby’s, wat die stoffen doen in het lichaam, of hoe vaccins precies werken, dát weten ze niet. En de onderzoeken die moeten bewijzen dat vaccins werken, zijn niet door artsen uitgevoerd. De meesten hebben ze zelfs niet eens gezien of gelezen, of er eens goed over nagedacht.

Artsen worden getraind in medisch dogma. Dat moeten ze kunnen reproduceren en uitvoeren. Ze worden, net als bij zo veel andere opleidingen, niet getraind in het gebruiken van hun eigen kritische denken of zelfs maar gezond verstand, intuïtie of bewustzijn. Integendeel, er wordt van hen verwacht dat zij zich schikken naar de aannames van het medisch denken. En net zoals het overgrote deel van de ouders blindelings vertrouwt op de arts, vertrouwt het overgrote deel van de artsen blindelings op de leerboeken en natuurlijk op ‘het beleid’ van de overheid.

 

Nou en?

Dat betekent natuurlijk niet dat artsen slecht zijn, net zomin als ouders slecht zijn, maar het betekent wel dat we wakker moeten worden, want als we ons niet bewust zijn van wat we inspuiten, weten we natuurlijk ook niet wat we daar misschien mee veroorzaken!

 

Bewustwording en nog meer bewustwording

En, in dezelfde lijn, als we ons niet bewust zijn van de ware oorzaken van ziektes kunnen we daar ook niet zoveel aan veranderen.

We hebben gekeken naar omstandigheden waaronder mensen leefden ten tijde van de grote epidemieën meer dan honderd jaar geleden in Amsterdam, maar hoe zit het nu? Hoe bang moeten we voor infectieziekten zijn in het heden?
Mary Tocco, co-founder of the American Chiropractic Autism Board, zegt in haar uitstekende DVD Are Vaccines Safe?: ‘If you do not vaccinate, you have to do something else, for otherwise you live in constant fear.’ Bron: www.childhoodshots.com

Ik weet wat ze bedoelt. Jarenlang heb ik geworsteld met mijn angst voor infectieziekten en mijn manier ‘om iets te doen’ was op zoek gaan naar feiten.

Mijn vraag was: Hoe groot is het risico dat een ongevaccineerde baby blijvend gehandicapt raakt of komt te overlijden als gevolg van een infectieziekte? En werd: Hoe groot is het risico dat een ongevaccineerde baby, ‒ levend onder normale westerse omstandigheden ‒ blijvend gehandicapt raakt of komt te overlijden als gevolg van een infectieziekte? Hiertoe geinspireerd door een artikel in National Geografic met de met de veelzeggende titel: ‘War on Disease’.

Global enemies

 

War on Disease

Het artikel bevat het afgebeelde overzicht van wat onze ‘Global Enemies’ zijn. Wereldwijd sterft 90% van de mensen die aan een infectieziekte overlijden aan een van de volgende ziektes: griep, aids, diarreeziektes, tuberculose, malaria of de mazelen.

Het was nog in de tijd vóór de Mexicaansegriepgekte dat ik het artikel las en ik weet nog dat de eerste vijf op de lijst geen angst triggerden. De griep of diarree zou mijn baby wel overleven en aids, tuberculose of malaria was toch wel erg ver van mijn bed. Maar de echte eyeopener van dit artikel was dat ik voor het eerst besefte dat er ook in het heden een duidelijke link is tussen levensomstandigheden en sterftecijfers door infectieziekten. 3

Wereldwijd leven er nog erg veel mensen onder erbarmelijke omstandigheden!

‘Basic Sanitation: Nature provides the only plumbing for a pond side outhouse (waar dat jongetje tegenaan staat is een openbaar toilet) in Dakha, Bangladesh. Crowded with people who have moved from the countryside (overbevolking), such urban neighbourhoods have public faucets that deliver drinking water, but residents often bathe, wash clothes, and swim in the witches brews of contagion that swirl around their homes (gebrek aan sanitaire voorzieningen).’ Bron: ‘War on Disease’, National Geographic

basic_sanitation

 

Het verbaast me niet dat mensen die onder dergelijke omstandigheden leven ziek worden. Het verbaast me dat ze überhaupt overleven! Ziektecondities zijn alom aanwezig. Geen vuilnisophaal, geen sanitaire voorzieningen, gecontamineerd (besmet) drinkwater, armoede, overbevolking en ga zo maar door.

FEIT: Volgens de Water Health Counsel heeft 1 op de 7 mensen wereldwijd geen toegang tot schoon drinkwater en 2 op elke 7 mensen wereldwijd hebben geen toegang tot sanitaire voorzieningen.

Volgens de brochure van het WHC op hun site is het een ‘global political issue’. Ik citeer:

‘Today, more than one billion humans are without access to a sufficient quantity of clean water; more than double that number are without access to decent sanitary facilities. Often, less attention is given to sanitation, particularly when it comes to finance: only 20% of public spending in the sector goes to sanitation (who, 2010). The consequence is that every 10 minutes, 10 people, including 4 children, die from water-related diseases.’
Bron: PDF Water Health Counsel

De ‘strijd tegen infectieziekten’ met vaccins is tot nog toe alleen ‘succesvol’ in het rijke Westen. Wereldwijd sterven er nog steeds 140 miljoen mensen per jaar aan infectie- en parasitaire ziektes. En dat zal zonder twijfel te maken hebben met de omstandigheden waaronder deze mensen moeten zien te overleven. Een gebrek aan schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen is nog niet alles.

head_start

‘Head Start: Nutrition makes a big difference to tiny patients at a research hospital in Dakha, Bangladesh. Admitted with diarrhea, all weighed 50% below the norm of their age. Two recent arrivals are still scrawny, but the baby on the right is ready to go home after three weeks of eating locally available, calorierich foods. Without such intervention many severely malnourished children succumb to disease. With half of its babies born underweight, Bangladesh ‒ like many struggling nations ‒ has begun to educate women about nutrition.’Bron: ‘War on Disease’, National Geographic 

Ik zie het zo: het is heel simpel met kinderen, je geeft ze te eten, ze groeien als kool. Je geeft ze geen eten, ze gaan dood… eerst zijn ze zwaar ondervoed… en dan krijgen ze de mazelen of een griepje en ze zijn weg. En ik zeg dit niet met de bedoeling cynisch of hard te zijn. De realiteit zoals ik die me bewust geworden ben in mijn ‘reis naar vaccinvrijheid’ heeft me meerdere malen in tranen doen uitbarsten. Het voedselprobleem en de link die er ligt naar ‘het overlijden van (ondervoede) kinderen aan een infectieziekte’ was nog nooit echt goed tot me doorgedrongen.
Ik citeer wat ‘Hungerfacts’ van de website van WFP (World Food Program):

    • ́One out of six children ‒ roughly 100 million ‒ in developing countries is underweight.
    • Undernutrition contributes to 2.6 million deaths of children under five each year ‒ one third of the global total.
    • 66 million primary school-age children attend classes hungry across the developing world, with 23 million in Africa alone.
    • WFP calculates that USD 3.2 billion is needed per year to reach all 66 million hungry school-age children.`Bron: www.wfp.org/hunger/stats

 

wfp

Dit soort realistische informatie hielp me om een schilletje van mijn angst los te laten (in hoofdstuk 2 meer over het loslaten van angst). Onze baby was goed doorvoed, gezond en gelukkig; echt een lachebekkie!

Ik heb er ook van geleerd dat het niet vanzelfsprekend is dat er schoon water in overvloed is om te drinken of voor een badje en zelfs om de wc door te spoelen en de wasmachine te laten draaien. Ik voel me intens dankbaar en ben een gezegend mens dat ik in een land woon waar ik mijn kinderen te eten kan geven. Dat was ik bijna vergeten.

 

Hoe kunnen we omgaan met infectieziekten?

Wat weet een ‘moeder’… ‘mens’… ‘hygiënist’ over wat er nodig is als ze foto’s bekijken van de omstandigheden waaronder miljoenen mensen in de derde wereld leven? Als we ons hart laten spreken zien we het meteen. Schoon drinkwater, volwaardige voeding, vuilnisophaal…

Als een ‘arts’ zijn hart laat spreken ziet hij het ook, maar vanuit het medisch dogma, vanuit wat hij geleerd heeft op school, heeft hij maar twee mogelijkheden om ‘infectieziekten te bestrijden’: 1. een vaccinatiecampagne starten om de ziekte te bestrijden voordat zij ‘uitbreekt’ of 2. antibiotica toedienen als de ziekte al ‘toegeslagen’ heeft.
Besmet water

Vechten voor of vechten tegen

Het verschil zit hem in de keuze te vechten voor (betere levensomstandigheden, voeding enzovoorts waardoor de gezondheid verbetert. De weerstand tegen infectieziekten wordt groter en de ziektes gaan vanzelf verdwijnen, want gezondere mensen worden minder snel ziek, krijgen minder snel complicaties of overlijden niet meer aan de ziekte). Of te vechten tegen (infectieziekten ‘bestrijden’ met vaccins en antibiotica). De nieuwe generatie hygiënisten is wat mij betreft allang weer opgestaan. Sinds de tweede wereldoorlog zijn er talloze ngo’s (non-governmental organisations) ontstaan die vaak volledig buiten de gevestigde orde om, aan de slag gaan om de oorzaak van het probleem aan te pakken. (En over het werk van de nieuwe generatie hygiënisten in de westerse wereld gaan we het hebben in hoofdstuk 4, want bij ons zijn ze ook hard nodig, zeker nu!)


‘De een doet er zijn behoefte in. De ander drinkt eruit.’
We zouden gek opkijken als dat voor onze kinderen het geval was.

 

Conclusie:

Dus nogmaals, er zijn in principe twee manieren om met infectieziekten om te gaan. We kunnen oorzaken aanpakken. We kunnen vechten vóór verbetering van bewustzijn van ziekteoorzaken, menswaardige levensomstandigheden, schoon drinkwater en volwaardige voeding voor mensen in het Westen en in ontwikkelingslanden. We kunnen ook vechten tegen ‒ vechten tegen de gevolgen ‒ door infectieziekten te bestrijden. De ene manier gaat naar de oorzaak en de andere naar het symptoom van het probleem.

 

Waarom heeft de medische wereld ervoor gekozen om te vechten tegen?

Vaccine epidemicDit muntje viel voor mij op zijn plek toen ik de DVD Why we fight van Eugene Jerecki zag.

Het belicht een verborgen kant van de oorlog. De oorlogsindustrie. Alleen al in Amerika verdienen miljoenen mensen hun dagelijks brood aan het voeren van oorlog. Dus als er geen oorlog is, betekent dit economisch en financieel een strop. En dat heeft tot gevolg dat er andere belangen mee gaan spelen. Onderstromen die politieke beslissingen beïnvloeden. Een heel interessante film die me voor het eerst deed beseffen dat geld ook in de medische wereld zorgt voor ‘onderstromingen’.

Feit is dat het ‘vechten tegen infectieziekten’ met grootscheepse vaccinatieprogramma’s in slechts 60-70 jaar uitgegroeid is tot een industrietak die miljarden dollars winst per vaccin, per jaar maakt. En hoe gek het ook klinkt, net zoals de oorlogsindustrie geen belang heeft bij vrede, heeft de farmaceutische industrie geen belang bij gezondheid. Zij verdient haar geld aan ziekte!

Vaccine Epidemic van Louise Kuo Habkus (M.A.) en Mary Holland (J.D.), met de veelzeggende ondertitel ‘How Corporate Greed, Biased Science, and Coercive Government Threaten Our Human Rights, Our Health, and Our Children’, is een boek dat uit de doeken doet hoe de medische industrie een pact heeft gesloten met de verschillende overheden om haar winsten te waarborgen. Zeer ontnuchterend.

 

We (de burgers) geven er wel veel geld aan uit maar moeten (volgens artsen, de overheid) de strijd niet opgeven

‘Wereldwijd sterven jaarlijks meer dan 140 miljoen mensen aan infectie- of parasitaire ziektes.’ Bron: ‘Handboek vaccinaties’, Rudy Burgmeijer e.a.

Hetzelfde cijfer staat in de eerdere druk van het leerboek voor CB-artsen Vaccinaties bij kinderen in 2002, ruim tien jaar geleden.

Het enorme getal van 140 miljoen mensen die ‘jaarlijks aan infectie- of parasitaire ziekte sterven’ wordt graag door de medische wereld opgegeven als reden voor de ‘noodzaak van infectieziektenbestrijding’. FEIT: ‘succesvolle’ vaccinatieprogramma’s slagen er maar niet in om dit cijfer naar beneden te brengen. Tientallen jaren vaccineren van ondervoede kinderen heeft de farmaceutische industrie miljarden en miljarden euro’s en dollars opgeleverd, maar de kinderen wonen nog steeds onder dezelfde erbarmelijke omstandigheden, hebben nog steeds niet behoorlijk te eten en te drinken en gaan nog steeds dood aan infectieziekten.

Ik vraag me dus altijd af… als de medische wereld nou gewoon weer de aanpak van de hygiënisten zou omarmen. En als we al dat geld, al die miljarden en miljarden dollars die we, jaar-in-jaar-uit besteden aan het bestrijden van ziektes; als we al dat geld nou eens zouden besteden aan het creëren van gezondheid, aan het verbeteren van sanitaire voorzieningen, aan het aanleggen van drinkwatervoorzieningen en het verbeteren van de hygiëne en voeding, net zoals we hier 100 jaar geleden ook gedaan hebben. Hoe zou de wereld er dan uitzien?

 

Amsterdam 100 jaar geleden, Bangladesh nu, en…?

We hebben gekeken naar Amsterdam 100 jaar geleden en vergelijkbare omstandigheden in Bangladesh nu. Maar we wonen niet in Bangladesh en ook niet in het Amsterdam van 100 jaar geleden. Wat is het risico dat een ongevaccineerd kindje blijvend gehandicapt raakt of doodgaat als gevolg van een infectieziekte in de moderne westerse wereld?

Ik ben ervan overtuigd dat in de moderne westerse wereld niet de infectieziekten zelf, maar de angst voor infectieziekten het grootste probleem is. Maar de meesten van ons beseffen niet eens dat we bang zijn (zo erg zelfs dat we wel ‘moeten’ vaccineren, of het nou wel of niet goed voelt). Ik zal je vertellen hoe ik me ervan bewust werd.

 

Ervaring is de beste leermeester

Dit is onze oudste dochter Tara. Ik heb deze foto genomen tijdens onze eerste vakantie in Spanje toen ze ongeveer 7 maanden was. Hij is heel speciaal voor mij want ze had net ontdekt dat ze met haar tenen kon spelen en het was zo leuk dat ik dat natuurlijk vast wilde leggen.

Vrolijke baby

 

Er is nog een reden waarom deze foto heel belangrijk voor me is. Hij is genomen op de avond voordat ze heel erg ziek werd. En dat gebeurde in Spanje, in Segovia. We hadden als echte toeristen bijna de hele dag

rondgelopen door de stad en het was bitterkoud. Ik had me er helemaal op ingesteld dat het warm zou zijn want we gingen tenslotte naar Spanje, maar Segovia ligt hoog in de bergen en het was nog vroeg in het voorjaar en er lag zelfs nog sneeuw op de bergtoppen. Toen we terugkwamen in het hotel merkte ik dat Tara flinke koorts had. Ik was in een vreemde stad en wist niet zo goed wat ik moest doen. Dus belde ik mijn moeder en vriendinnen maar ik kreeg, dat zul je net zien, niemand te pakken. Het werd laat en we besloten naar bed te gaan en ik nam Tara in bed naast me. Na een uurtje of zo werd ik wakker en ze was kokend heet. Ik begon bang te worden en dacht: ‘wat nou als dit meningitis is?’ Ik raakte steeds meer gestrest, maakte mijn man wakker en in een vlaag van angst besloot ik het amc (Amsterdam Medisch Centrum) te bellen.

De dokter die ik te pakken kreeg gaf me eerst de volle laag: kind niet gevaccineerd was onverantwoordelijk. Het zou inderdaad meningitis kunnen zijn en ik moest zo snel mogelijk naar het ziekenhuis om een prik te gaan halen. Maar ik sputterde… wilde eerst weten hoe je erachter komt of het inderdaad meningitis is, hoe ik dat kon herkennen. Toen gaf hij me goede informatie: hij zei dat ik moest kijken of ze rode vlekjes op haar lichaam had en als we dat zagen moesten we er met een glas overheen rollen. Dit is een bekende test: als je de vlekjes weg kunt drukken is het géén meningitis, maar als je ze niet weg kunt drukken, kan het meningitis zijn en dan kan je kindje binnen 24 uur dood zijn.

Het gesprek was genoeg om écht heel bang te worden. De informatie van de arts… ik deed er zelf nog een schepje bovenop en dacht: ‘wat als ze doodgaat… mijn schuld!’ Ik heb haar zo’n beetje elk uur gecheckt op rode vlekjes en dan werd ze natuurlijk half wakker… en de dokter had gezegd dat een van de kenmerken van meningitis suffigheid is, dus als ze dan met van die halfopen ogen en die rode koortswangetjes voor me lag, maakte ik met angst en beven haar rompertje los om maar weer te kijken of ik geen rode vlekjes zag.

Zonder enige twijfel was dit de ergste nacht van mijn leven… in het donker brak het angstzweet me aan alle kanten uit. En ik gelóófde al niet eens meer in vaccins ‒ ik had er al zo veel over gelezen ‒ maar toen mijn kindje voor de eerste keer echt goed ziek werd, was ik buiten zinnen. Ik wist niets van infectieziekten, was net zeven maanden moeder en alles wat er van me overbleef was extreme angst en verwarring en zelfverwijt.

Goddank bleef dit keer mijn man staan. Hij zei: ‘Zolang ze geen rode vlekjes heeft, gaan we nergens heen en doen we helemaal niets.’ Ik ben naast haar blijven waken en uiteindelijk ergens in de ochtend viel ik uitgeput in slaap, zo doodmoe dat ik tot ver in de ochtend door bleef slapen. En toen ik eindelijk wakker werd, was het wonder geschied: mijn dochtertje lag naast me, de koorts was gezakt en ze lag, raad eens… met haar tenen te spelen!

En het gekke was: ik voelde me zo enorm opgelucht, maar ik werd ook even heel woest. Ik dacht: ‘whaaat ‒ is dat nou alles; ik sterf duizend doden, ga door het lint van de angst en jij ligt hier een beetje met je tenen te spelen alsof er niets aan de hand is!!!’ Maar zij was natuurlijk niet het probleem, dat was ik. Zo klein als ze was, had ze net een uiterst effectieve en assertieve immuunreactie op touw gezet ‒ zonder mijn hulp: ‘Mam, bemoei je d’r niet mee, bij mij werkt alles perfect; zorg jij nou maar dat je je angst onder controle krijgt.’

En dat was de les voor mij ‒ 1. ze was een gezonde baby en alles werkte perfect, en 2. ik moest meer te weten komen over infectieziekten om mijn angst te kunnen hanteren ‒ om een koutje van een meningitis te kunnen onderscheiden. Het werd me opeens heel duidelijk. We leven allang niet meer in de omstandigheden van Amsterdam 100 jaar geleden en we leven ook niet in de derde wereld. Maar we leven wel in angst.

In hoofdstuk 2 ga ik vertellen over hoe ik daarmee omgegaan ben; over hoe ik ons cultureel bepaalde angstdenken tot op de bodem heb uitgezocht en los heb kunnen laten. En ik zal je heel belangrijke informatie geven over infectieziekten en hoe je ermee om kunt gaan. Vol vertrouwen in jezelf en je kindje.

 

Voetnoten

1. Een goed overzicht hiervan kun je bijvoorbeeld vinden in het artikel ‘Vaccines did not safe us – 2 centuries of official statistics’ op www.childhealthsafety.wordpress.com

2. De Australische wetenschapper Viera Scheibner heeft meer dan 30.000 pagina’s medische vakliteratuur met betrekking tot vaccineren doorgespit en ontdekte dat er geen enkel bewijs bestaat voor effectiviteit en veiligheid van vaccins. Bovendien kwam zij erachter dat er in medische vakliteratuur veelvuldig melding wordt gemaakt van (ernstige) bijwerkingen van vaccins. Zij beschreef haar bevindingen in het boek ‘Vaccination – 100 years of orthodox research shows that vaccines represent a medical assault on the immune system’ door uitgeverij Lemniscaat uitgegeven als ‘Vaccinatie – het einde van een mythe’.

3. ‘War on disease’ verscheen in National Geografic in 2002, maar helaas is er nog niet veel veranderd. Ik ben me ervan bewust dat dit een ‘oud’ artikel is. Het gaat mij er niet om de exacte cijfers boven water te krijgen, maar meer om de aandacht te vragen voor de levensomstandigheden van onze medemens. Honger en armoede zijn helaas nog steeds niet de wereld uit. De cijfers met betrekking tot het aantal mensen dat overlijdt aan honger/ armoede/gebrek aan schoon drinkwater verschillen per jaar en per organisatie die de telling doet. Dat de situatie ernstig is, kan niet betwist worden. Ik laat het aan jullie over om te beoordelen hoe ernstig.





Teken de Publieke Verklaring voor een transparant vaccinatiebeleid en het behoud van een vrije vaccinatiekeuze.