Hoofdstuk 2: Over angst en ‘dogmabrillen’

De theorie: Infectieziekten – hoe bang moeten we ervoor zijn en klopt wat we geloven dat waar is over infectieziekten ook met de realiteit?

De praktijk: Omgaan met infectieziekten zonder ertegen te vechten en zonder er bang voor te zijn!

Dat ik onze kinderen niet wilde laten vaccineren was voor mij snel duidelijk. Het voelde niet goed; ik geloof gewoon niet dat je met het inspuiten van bacteriën, virussen en toxische stoffen gezondheid kunt creëren! Maar niet vaccineren betekende voor mij leven in angst. En toen mijn dochtertje van 7 maanden voor het eerst ziek werd, besefte ik dat ik meer te weten moest komen over infectieziekten om te kijken of die angst terecht was. Dit hoofdstuk gaat over wat ik ontdekt en geleerd heb. Eerst uit de boeken ‒ wat zijn infectieziekten eigenlijk en waar komt het denken dat we hebben over besmettelijke ziektes vandaan? En daarna uit de praktijk; hoe gaan ongevaccineerde kinderen door infectieziekten heen en waarom is dat zo?

 

Wat ‘waar is’ met betrekking tot infectieziekten

Waar we van uitgaan dat ‘waar is’ over infectieziekten kunnen we samenvatten in twee fundamentele aannames. Dat zijn uitgangspunten die zo vanzelfsprekend zijn dat we er geen vragen bij stellen.

We geloven onvoorwaardelijk dat:

      1. infectieziekten door bacteriën en virussen alleen veroorzaakt worden.
      2. infectieziekten gevaarlijk zijn, soms zelfs levensgevaarlijk. ‘We moeten koste wat het kost voorkomen dat onze kinderen ze krijgen, want ze kunnen eraan doodgaan of houden er serieuze afwijkingen aan over.’

Met name die laatste overtuiging roept veel angst op, want we willen onze kinderen natuurlijk beschermen. Vooral bij kersverse ouders zijn beschermende instincten zeer sterk aanwezig en angst voor infectieziekten is DE motivatie voor ouders om te vaccineren, zelfs al gaat dat tegen hun gevoel of diepere weten in.

 

Verschillen tussen kindertjes in Bangladesh en in het Westen

Kindjes in Bangladesh

Vrolijke baby

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik heb de volgende vraag eens aan mijn dochtertje gesteld toen ze nog heel jong was, een jaar of vier denk ik. Ik liet haar de foto zien van de drie hongerige kindertjes uit Bangladesh in de National Geographic waar we het in hoofdstuk 1 over hadden, samen met de babyfoto van haar zus. Ik vroeg haar: ‘Als er een virus voorbijkomt en deze baby’s worden allemaal besmet met dat virus, en ze worden allemaal ziek, welk kindje heeft dan de grootste kans om het niet te overleven denk je?’ En ze zei: ‘Dat meisje daar mama’, en wees naar het meest ondervoede kindje links op de foto. ‘Hoe weet je dat?’ vroeg ik, en toen zei ze: ‘Omdat ik dat weet.’

We hebben allemaal een weten of waarheid ‘omdat we het weten’. Direct, simpel zonder dat we er lang over na hoeven te denken; onze intuïtie, diepere weten, moederinstinct of hoe je het ook noemen wilt, brengt van binnenuit ‘waarheid’ aan het licht. We weten het ‘gewoon’.
We hebben ook een weten dat van buitenaf komt; we weten het omdat we het gelezen hebben, of geleerd, of het is ons verteld. En hoe meer we geleerd hebben wat waar is, hoe moeilijker het kan zijn die ongeconditioneerde informatie van ons binnenste nog steeds te kunnen ‘horen’.

Kinderen, ‘moederinstincten’ en zelfs ‘gezond verstand’ snappen meteen dat infectieziekten onder bepaalde omstandigheden gevaarlijk kunnen zijn. Maar in het weten ‘van buitenaf’ is deze nuance verloren gegaan. Wat ons geleerd wordt is: ‘Infectieziekten zijn gevaarlijk.‘ En we moeten onze kinderen ertegen beschermen ‒ mét vaccins ‒ anders krijgen ze het. En we hebben het zo vaak gehoord dat we zijn gaan geloven dat het inderdaad zo is.

 

Voorlichting voor ouders

Vanuit het perspectief van de overheid komt dit door de ‘goede voorlichting’ die zij aan ouders geeft:

‘In recent years, a great deal of effort has been put into the provisions of public information via leaflets, websites and outreach activities. It is of particular importance that the vaccination rate is not allowed to decline.’ Bron: ‘The Future of the National Immunisation Programme’, Gezondheidsraad, 2007.

Een voorbeeld van zo’n informatiebrochure is de uitnodigingsfolder die we krijgen als we ‘opgeroepen’ worden voor de eerste prik.

folder_rijksvaccinatieprogramma

Wat staat er in die folder over infectieziekten?

waartegen_wordt_ingeent

 

‘Difterie: kan ervoor zorgen dat een kind stikt en kan het hart en zenuwstelsel beschadigen. Kinkhoest: is vooral voor baby’s erg gevaarlijk. Ze kunnen het heel benauwd krijgen door hevige hoestbuien en daaraan een hersenbeschadiging overhouden of zelfs doodgaan. Tetanus: kan de kaakspieren doen verkrampen (kaakklem). Als de ziekte zich uitbreidt kan zij ook de slik- en ademhalingsspieren aantasten. Ademen wordt dan onmogelijk. Polio: (kinderverlamming) kan ervoor zorgen dat een kind verlamd raakt. Hib-ziektes: kunnen leiden tot hersenvliesonsteking, bloedvergiftiging, strotklepontsteking, longontsteking, beenmergontsteking en gewrichtsontsteking.’ En ga zo maar door. Informatie genoeg om onze angst te triggeren, maar niet om ons te helpen met het maken van een keuze.

 

Autorijden kan dodelijk zijn

Bij elke ziekte staat dat deze gevaarlijk of dodelijk kan zijn. Maar hoe groot is die kans? Je zou ook kunnen zeggen: autorijden kan dodelijk zijn, maar we weten allemaal dat de kans dat je nooit meer thuiskomt als je ‘s morgens in de auto stapt gelukkig vrij klein is. Wat er beschreven wordt dat kán gebeuren, zijn in het algemeen de complicaties van de ziekte. De vraag wordt dus: hoe groot is de kans dat een gezond westers kind, levend onder normale westerse omstandigheden, last krijgt van complicaties?
Er staat in dezelfde folder dat het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) tegen deze ziektes ‘beschermt’ en ook nog: ‘U hoeft er niet voor te betalen.’ Dat klinkt goed en verkoopt nog beter, want betalen moeten we natuurlijk wel, maar dan via ons belastinggeld.

 

Er staat niets in de folder over wat er precies ingespoten wordt

Stel nu eens dat de ‘goede’ voorlichting die we krijgen ons ook informeerde over bijvoorbeeld de neurotoxische of kankerverwekkende stoffen die we inspuiten ‒ in onze baby’s ‒ hoe groot is eigenlijk de kans op bijwerkingen van het vaccin???

De interessante redenatie van de overheid is dat om geen onnodige onrust te veroorzaken ouders niet hoeven te weten wat er geïnjecteerd gaat worden in hun baby’s. Dit zou alleen maar kunnen leiden tot een daling van de vaccinatiegraad en dat mag natuurlijk niet want dat ‘brengt de volksgezondheid in gevaar’. Overheden zijn wel degelijk op de hoogte van vaccinatieschade, maar men vindt dat de gezondheid van dat ‘ene kind’ waarbij het fout gaat ondergeschikt is aan de ‘vele levens die er gered worden door vaccins’. Informatie over de ingrediënten van vaccins blijft dus achterwege. Een bittere pil voor de steeds groter wordende groep van ouders die erachter komt dat de gezondheid van hun kind ernstig beschadigd is door injecties waarvan ze dachten dat die hun kind alleen maar konden beschermen.

Belangrijk om te weten dat:

      1. de belangen van beleidsmakers ‒ de gezondheid van het volk ‒ niet overeen hoeven te komen met de belangen van individuele ouders ‒ de gezondheid van hun eigen kind.
      2. economische belangen (vermeende kostenbesparingen door de winst die gemaakt wordt wanneer moeders niet thuis hoeven te blijven voor een ziek kind) in hoge mate het vaccinatiebeleid bepalen

 

Conclusie:

Op basis van de informatie die ouders krijgen kunnen ze onmogelijk een inschatting maken, noch van de risico’s die verbonden zijn aan het toedienen van vaccins, noch van de risico’s van infectieziekten. We horen niet wat er ingespoten wordt, laat staan wat die stoffen zouden kunnen veroorzaken. En er wordt ons ook niets verteld over de context waarin een infectieziekte wel of niet gevaarlijk is, of over de rol die infectieziekten hebben in het onderhouden en herstellen van gezondheid.

 

Aanvullende voorlichting voor ouders:

Laten we eens beginnen met de functie van infectieziekten. Je kunt je angst voor infectieziekten namelijk alleen loslaten als je begrijpt waartoe ze dienen en onder welke omstandigheden ze gevaarlijk kunnen zijn.

Wat is eigenlijk een infectieziekte?

Een simpele vorm van een infectieziekte is voedselvergiftiging ‒ veroorzaakt door het eten van besmet voedsel. Stel je voor, je gaat naar een visrestaurant en eet lekkere mosseltjes en je komt thuis en vergaat van de kramp in je buik. Je rent naar het toilet en bent nog maar net op tijd om helemaal leeg te lopen op de wc.

Wat is er aan de hand?

Een of meerdere van die lekkere mosseltjes waren niet zo vers meer maar in staat van ontbinding en dus besmet met bacteriën die dat mosseltje op zitten te eten. Bacteriën worden actief waar het leven ophoudt; het zijn de opruimers in de natuur. Alles wat dood is verrot; het wordt afgebroken en opgeruimd onder invloed van bacteriën. Maar als die opruimers in jouw lichaam komen, zegt je lijf terecht: ‘Hé, wacht eens even, het is mijn tijd nog niet, wegwezen jullie!’ En diarree of overgeven is de manier waarop het lichaam zich zo snel mogelijk ontdoet van ongewenste bezoekers.
Ben je dan ziek of is dit een snelle, effectieve reactie van het immuunsysteem, die voorkómt dat bepaalde, ongewenste bacteriën schade kunnen aanrichten?

Wanneer is een infectieziekte gevaarlijk?

In de derde wereld is de oorzaak van diarreeziektes vaak het drinken van besmet water. Als je water drinkt uit een riviertje, waarin een eindje verderop een dode rat ligt te rotten, kun je ook leeglopen. Maar het probleem is niet dat je leegloopt, het probleem is dat je geen toegang hebt tot een paar liter, schoon ‒ zuiver ‒ drinkwater om het lichaamsvocht dat je kwijtraakt, weer aan te vullen. Als je alleen maar meer van hetzelfde besmette water kan drinken omdat er niets anders is, loop je nog meer leeg en sterf je uiteindelijk aan uitdroging in combinatie met vergiftiging door de toxische stoffen van die ongewenste bacteriën. En bij baby’s of zwakke, ondervoede mensen kan dat heel snel gaan.

Je zou kunnen zeggen dat wat de medische wereld een acute infectieziekte noemt, variaties zijn van de volgende symptomen: koorts, overgeven, hoesten, diarree, zweten enzovoorts. Allemaal handelingen van het lichaam om zo snel mogelijk ongewenste zaken naar buiten te werken. Je kindje is dan vaak moe of hangerig want dat kost veel energie. Soms heb je hoofdpijn, of pijn in je keel of spieren vanwege afvalstoffen die vrijkomen die nog afgevoerd moeten worden (drink vooral genoeg water als je ziek bent, want het lichaam heeft vocht nodig om ze af te voeren). Maar al die symptomen op zich zijn niet het probleem. Ze duiden op een verhoogde activiteit van het immuunsysteem. Ik noem het ook niet een ziekte maar een ‘genezingscrisis’. Het kan heftig zijn; een tijdje duren ‒ maar als het achter de rug is en we weer beter zijn, voelen we ons ook beter. Het lichaam is weer schoon en in balans. En het mooie is: we hoeven er niets voor te doen! De ongelofelijke intelligentie van het organisme zelf weet precies wat het doet en wat het nodig heeft. En iemand die ziek is voelt dat; die wil liggen, beetje drinken, slapen, spugen. Het wordt pas een probleem als dat allemaal niet kan (of niet mag). Als er geen schoon drinkwater voorhanden is, of geen bed, of geen kracht genoeg om koorts te genereren (bijvoorbeeld bij ondervoeding, of bij het gebruik van koortsremmers). Dan slaat de ziekte niet naar buiten maar naar binnen en als de bacteriën dieper in het lichaam terechtkomen en zich blijven vermenigvuldigen is het mogelijk dat je complicaties krijgt en de meest extreme complicatie is natuurlijk dat je doodgaat.

 

Conclusie:

Er is dus een bepaalde context waarin een infectieziekte heel gevaarlijk kan zijn, en een andere context waarin het juist een zelfgenezend mechanisme is. Maar deze nuance wordt niet gerespecteerd in het medische denken. Daar geldt: infectieziekten moeten we ‘bestrijden’ ‒ voornamelijk met vaccins, antibiotica en koortsremmers.

 

Een blik in de keuken van het medisch dogma

Laten we eens kijken hoe artsen geconditioneerd worden te denken over oorzaken.
Welk medisch tekstboek je ook openslaat, het begint altijd met: ‘Ziekte X wordt veroorzaakt door ziekteverwekker Y’ ‒ en een ziekteverwekker is een specifiek micro-organisme (bacterie of virus). Cholera bijvoorbeeld wordt veroorzaakt door de cholerabacterie; de mazelen door het mazelenvirus enzovoorts. En of het nu gaat om één zieke of een hele epidemie maakt niet uit. Er is altijd maar één oorzaak van een ziekte. Andere factoren, zoals de omstandigheden waaronder epidemieën uitbreken, worden in medische boeken niet benoemd als oorzakelijke factoren.

Nogmaals: als we ons niet bewust zijn van de werkelijke oorzaken (de omstandigheden waaronder een bacterie gedijt) en de verschillende manieren waarop een bepaalde ziekte zich kan manifesteren, kunnen we onmogelijk inschatten:

      1. hoe groot de kans is dat ons kindje of wijzelf de ziekte oplopen.
      2. hoe groot het risico op een blijvende handicap of overlijden als gevolg van de infectieziekte zou kunnen zijn.

De enige manier om angst voor infectieziekten los te kunnen laten en te kiezen of we er wel of niet tegen willen vechten is ze te leren kennen, is mijn ervaring.

 

Drie verschillende oorzaken

Wat mij betreft zijn er ‒ in de verschillende periodes ‒ drie soorten epidemieën te onderscheiden en zoals we hierna zullen zien hebben ze alle drie een andere oorzaak. Dit zijn:

      1. de oude epidemieën ‒ in de periode voordat we vaccineerden.
      2. de kinderziektes ‒ dat zijn epidemieën die voorkomen in de periode voor- en nadat we zijn gaan vaccineren.
      3. de nieuwe epidemieën ‒ die zijn ontstaan zijn in de periode nadat we zijn gaan vaccineren.

Zoals gezegd hebben ze alle drie een andere oorzaak. Wat betreft de laatste twee: de kinderziektes bespreek ik in het praktijkgedeelte aan het einde van dit hoofdstuk ‒ zodat je weet hoe groot het risico is, hoe bang je ervoor ‘moet’ zijn (of niet) en hoe je ermee om kunt gaan. Over de nieuwe epidemieën gaan we het hebben in hoofdstuk 3 en 4 ‒ zodat je weet hoe je je kindje ertegen kunt beschermen. Nu eerst punt 1:

 

De ‘oude epidemieën’

Ik heb een overzicht gemaakt van de omstandigheden waaronder de ‘oude’ epidemieën uitbreken. Ik ga er even heel snel doorheen:

rats_lice_history

 

1. Gebrek aan hygiëne

Dat zijn epidemieën die te maken hebben met ratten, luizen en ander ongedierte, bijvoorbeeld de pest. Dat kwam voor toen de mensen nog samen met ratten sliepen ‒ geen geintje; ratten zaten in het beddengoed en de mensen wasten zichzelf amper, laat staan hun lakens. Deze ziekte is verdwenen zonder medische interventie, toen de hygiënische omstandigheden beter werden.

Hier zien we een tegel met een afbeelding van het nobele beroep rattenvanger.

tegel_rattenvanger
Nog een voorbeeld. Vlektyfus, een ziekte die in verband wordt gebracht met luizen. Luizen kunnen ziektes overbrengen zoals bijvoorbeeld in de Eerste Wereldoorlog onder de soldaten gebeurde. Context: de soldaten zaten in loopgraven; ze hadden het koud, ze hadden honger, ze waren bang en ze zaten onder de luizen ‒ maar dan ook echt hun hele lichaam. Ze konden zichzelf niet behoorlijk wassen en hun kleren ook niet. Tja, dan breekt er een epidemie uit. Oorlog is niet goed voor de weerstand van de mens tegen infectieziekten.

 

War epidemics

 

2. Oorlog

Het boek War Epidemics ‒ An Historical Geography of Infectious Diseases in Military Conflict and Civil Strife, 1850-2000 van M.R. Smallman-Raynor en A.D. Cliff, geeft een historisch overzicht van alle epidemieën die plaatsvonden tijdens of vlak na oorlogen in de periode vanaf 1850 tot het jaar 2000.

Er is bijna geen oorlog geweest zonder epidemieën, want oorlog creëert ideale ziektecondities. Bacteriën gedijen nou eenmaal goed naarmate de troep, de viezigheid, de angst en de chaos die mensen om zich heen creëren groter worden, terwijl de weerstand van het organisme door honger en uitputting kleiner wordt. Hieronder volgt een gedeelte van de lijst van epidemieën in oorlogstijd uit het boek War epidemics.

 

 

 

Wars en war epidemic

Nog een aantal boeken die ons eigen aandeel in het ontstaan van epidemieën niet uit de weg gaan zijn: The River van Edward Hooper over het ontstaan van aids, of Emerging Virusses van Len Horowitz over het ontstaan van nieuwe virusziektes en het shockerende boek ICD-999 van Patrick Jordan over ‘vaccine induced diseases’. De grote schaduwkant van het hele verhaal is dat er door het manipuleren van micro-organismen nieuwe, virulentere (gevaarlijkere) vormen daarvan kunnen ontstaan. En dat er door het inspuiten van de ingrediënten van het vaccin ‒ heel wat meer dan alleen ‘verzwakte ziekteverwekkers’ ‒ nieuwe ‘epidemieën’ van (chronische) ziektes veroorzaakt worden (in hoofdstuk 3 meer hierover)

the_river icd_999emerging_virusus

 

 

3. Honger

Demography and nutrition

 

Ook honger maakt mensen vatbaar en kwetsbaar voor infectieziekten. Scott en Duncan hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar het verband tussen ondervoeding en sterfte aan infectieziekten.

‘Any form and level of malnutrition may reduce the resistance to serious infectious diseases and increase the probability of dying.’
Bron: ‘Demografie & Nutrition’, Susan Scott and Christopher Duncan

Met andere woorden: een kind dat honger heeft, loopt een groter risico te sterven aan een infectieziekte. Het is ook bijna niet voor te stellen dat er een tijd geweest is dat ook in westerse landen ‒ zoals Engeland, Nederland en België ‒ mensen honger leden als bijvoorbeeld de graanoogst mislukt was. En als er hongersnood was, stierven er meer mensen aan infectieziekten.

Maar betekent dit dat infectieziekten gevaarlijk zijn?

Ik wil jullie dezelfde vraag stellen die ik ooit aan mijn dochtertje stelde: ‘Als bijvoorbeeld de mazelen uitbreken, welk kindje heeft dan de meeste kans op complicaties, een gezond kindje of een ondervoed kindje?’ En ook: ‘Als een ernstig ondervoed kindje de mazelen krijgt en overlijdt, wáár gaat het dan dood aan? Aan de ziekte, aan de ondervoeding, of aan beide??’

Twee dingen zijn wat mij betreft glashelder:

      1. Er is een duidelijk, logisch verband tussen de lichamelijke conditie en levensomstandigheden van mensen en het ontstaan van epidemieën.
      2. Ons denken ‒ van artsen en ouders ‒ wordt geconditioneerd in de richting van het aanbieden of accepteren van vaccins.

 

Conclusie:

We leren dat er één oorzaak is (de bacterie) ‒ en één oplossing (vaccins). We krijgen geen informatie over het hele scala van oorzakelijke factoren: honger, oorlog, vervuiling, gebrek aan hygiëne, verminderde weerstand, ondervoeding enzovoorts. Juist de dingen waar wij mensen zelf (bewust of onbewust) een aandeel in hadden en hebben. Daardoor wordt de oorzaak buiten onszelf geplaatst en de ‘vijand’ gecreëerd. We zijn gaan geloven dat epidemieën uit het niets ‘uitbreken’; dat wij niet meer zijn dan hulpeloze slachtoffers die worden ‘aangevallen’ door gevaarlijke micro-organismen. En de farmaceutische industrie doet er alles aan om dit geloof in stand te houden, want zolang we aannemen dat wij zelf geen invloed hebben op het ontstaan en verloop van infectieziekten blijven we er bang voor en zijn we bereid om een fortuin uit te geven aan ‘bescherming’.

 

De vijand leren kennen

Laten we de tijd nemen om de ‘vijand’ te leren kennen.

‘Ziekteverwekkers’ (bacteriën of virussen), wie of wat zijn dat eigenlijk? En ziektes veroorzaken… hoe doen ze dat???

In een notendop: bacteriën zijn de kleinste zelfstandig levende diertjes die op deze planeet wonen; diertjes van één cel. Ze waren er al miljarden jaren voordat menselijk leven ontstond en het zijn meesters in overleven. Ze kunnen zich voortplanten onder condities waaronder menselijk leven niet mogelijk is (extreme kou en hitte, hoge zuurgraad enzovoort) en dat doen ze ook nog eens heel snel. Sommige hebben binnen 20 minuten alweer hun volgende generatie op de wereld gezet. Het zijn er dus vooral veel.

 

Om je een idee te geven hoeveel

Wie weet hoeveel cellen we in ons lichaam hebben? Enig idee? Naar schatting heeft ieder mens 10 triljoen lichaamscellen! En weet iemand hoeveel bacteriën we in ons lichaam hebben? Naar schatting 100 triljoen!! Dat betekent dat we 10 keer zo veel bacteriën in ons lichaam hebben als dat we lichaamscellen hebben. Ongelofelijk hè? We denken dat een mens één organisme is, maar een mens is 100 triljoen micro-organismen, omgeven door één groot organisme. De mens bestaat voor ruim 9/10e deel uit bacteriën! Ik vind dat fascinerend.

Naar schatting is 80% van die bacteriën ‒ in ons lichaam ‒ goedaardig en ongeveer 15-20% kwaadaardig, met andere woorden: talloze ‘ziekteverwekkers’ wonen in ons lichaam. En toch zijn we in onze normale toestand niet ziek.

Ik dacht vroeger altijd dat ‘ziekteverwekkers’ alleen maar buiten ons leven. Het beeld dat we hebben is dat wij vanbinnen zeg maar ‘steriel’ zijn en pas als ‘gevaarlijke bacteriën’ door onze verdedigingsmechanismen heen weten te dringen ‒ als we besmet worden ‒ dán worden we ziek. Nou, dat is niet zo. We staan in open verbinding met de buitenwereld; we ademen, we eten en we drinken. En alles wat er rondtiert om ons heen ademen we in en slikken we door en daarna tiert het welig rond in ons lijf. We zijn dus constant besmet met ‘ziekteverwekkers’. En als besmetting zou betekenen dat we ziek worden, zouden we allemaal ziek zijn, of allang dood, want vanaf dag één dat we uit de moederbuik komen zijn we besmet. Dat is onze natuurlijke staat van zijn.

 

Ons geweldige immuunsysteem

Maar hoe komt het dan dat we niet continu ziek zijn, met al die bacteriën in ons lijf?? Dat komt door het immuunsysteem. Dat is een geniaal systeem dat ervoor zorgt dat we tegelijkertijd besmet én gezond zijn. En het sleutelwoord is balans; 80% ‘goed’ ‒ 20% ‘slecht’ is OK, maar wordt het natuurlijk evenwicht te veel verstoord dan gaat het immuunsysteem versneld bacteriën uitscheiden. We hoesten, we snuiten, we hebben de dunne, we geven over, we zweten en we verbranden ze met koorts: allemaal gezonde reacties van een organisme dat bezig is de balans te herstellen. Geen ziekte maar een genezingscrisis.

We worden pas ziek als we niet in staat zijn een effectieve genezingscrisis te genereren. Als het immuunsysteem om wat voor reden dan ook zijn werk niet kan doen ‒ bijvoorbeeld door ondervoeding, orgaanfalen of extreme stress. Nogmaals, in onze natuurlijke staat zijn we besmet met 100 triljoen bacteriën en toch zijn we niet ziek.

Maar wie heeft dan de theorie bedacht dat bacteriën ziekteverwekkers zijn? En hoe is bewezen dat die theorie waar is??

 

De microbe-theorie van Pasteur

De Fransman Louis Pasteur is de bedenker van de ziektekiem- of microbetheorie, die inhoudt dat een ziekte veroorzaakt wordt door een specifieke bacterie of een specifiek virus. Hij wordt beschouwd als de vader van de moderne westerse geneeskunde. De grondlegger van het medische denken maar liefst.

Wie was Louis Pasteur?

Er staat niets over Pasteur in het leerboek voor CB-artsen en toen ik het boek van Ethel Douglas Hume Pasteur Exposed ‒ The False Foundations of Modern Medicine in handen kreeg begreep ik waarom:

Pasteur ExposedLouis Pasteur leefde van 1822-1895; hij was geen arts en geen wetenschapper, maar een apotheker. In die tijd hield dat in dat je aluin, kamfer en nog wat andere stoffen verkocht. Pasteur was zeer ambitieus en moreel niet erg ontwikkeld; hij pleegde plagiaat ‒ stal onderzoek van zijn tijdgenoot Antoine Bechamp en zette zijn eigen naam eronder ‒ en hij was de eerste die begon met het beoefenen van vivisectie. In naam van de wetenschap voerde hij weerzinwekkende experimenten uit op dieren; onder andere het inspuiten van allerlei bacteriën en virussen ‒ dat laatste wist hij alleen niet want virussen waren nog niet ontdekt in die tijd. Het resultaat van het experimenteel inspuiten van bacteriën was dat die arme dieren ziek werden. En dit was volgens Pasteur het bewijs dat bacteriën ziekte veroorzaken.

Maar in de natuur worden bacteriën niet ingespoten! Bacteriën komen via de neus of de mond naar binnen. We ademen ze in of slikken ze door met wat we eten of drinken. En een gezond organisme heeft hier geen last van dankzij ons geweldige immuunsysteem.

Het enige wat Pasteur min of meer bewezen heeft, is natuurlijk dat het inspuiten van bacteriën ziekte veroorzaakt. Maar ja, wie doet dat nou? Moeder Natuur in ieder geval niet hoor, die komt niet met de injectienaald voorbij. Het ‘bewijs’ van Pasteur is net zoiets als iemand met een baksteen de hersenen inslaan en dan zeggen dat bakstenen moordenaars zijn.

 

Wie het geloven wil moet het zeggen

Vanaf het begin af aan is de microbetheorie van Pasteur zeer omstreden geweest. Max von Pettenkofer behoorde tot de wetenschappelijke elite van de 19de eeuw. Hij dronk bekertjes met cholera besmet water omdat hij wilde laten zien dat bacteriën alléén niet in staat zijn de ziekte te veroorzaken. Hij was een gezonde, jonge man en het deed hem niets. Andere mensen stierven eraan.
Antoine Béchamp, een andere tijdgenoot en zeer integere wetenschapper, zei:
‘Bacteria do not cause disease and therefore vaccines can neither prevent nor cure disease.’

Maar Pasteur trok zich van de kritiek niets aan en met de wetenschap nam hij het ook niet zo nauw. Hij was een uitstekend zakenman en slaagde er al snel in zijn ideeën goed te verkopen en zijn idee dat bacteriën ziekte ‘veroorzaken’, werd gevolgd door de theorie dat antilichamen tegen ziektes ‘beschermen’. Het was makkelijk te begrijpen en de mensen waren bang voor infectieziekten, dus het klonk goed en het verkocht nog beter. Er werden flinke winsten gemaakt op vaccins, meteen vanaf het begin ‒ zelfs zonder enige wetenschappelijke onderbouwing.1

 

Robert Koch

Robert Koch, ook een tijdgenoot van Pasteur, was een Duitse medicus, bioloog en microbioloog. Winnaar van de Nobelprijs voor Fysiologie en Geneeskunde en een van de wetenschappers die geprobeerd heeft de microbetheorie te bewijzen. Ik citeer uit het prachtige boek Fear of the invisible van Janine Roberts:

‘Koch went on to develop rules finding the cause of an illness. These are now known as the four KOCH POSTULATES and are still thought of as fundamental in virology. They embody his theory that there is one microbe per disease and they are:

      1.The agent must be present in every case of the disease.
      2.The agent must be isolated and grown in vitro (in the laboratory).
      3.The disease must be reproduced when a pure culture of the agent is inoculated into a healthy subject.
      4.The same agent must be recovered from the experimentally infected/diseased host.’

 

Dus: 1. De bacterie of de ziekteverwekker moet bij de persoon die ziek is aantoonbaar zijn. 2. Je moet hem kunnen ‘isoleren’, dat wil zeggen hem uit de ontlasting of het zweet van de zieke onttrekken om er in een laboratorium een kweek van te kunnen maken. 3. Als je die bacteriën van persoon A dan weer van de kweek afhaalt en bij een gezonde persoon B inspuit, moet B dezelfde ziekte krijgen als A en 4. Bij persoon B moet diezelfde ‘ziekteverwekker’ ook weer aangetoond kunnen worden.

Tenminste… dat is de theorie! Maar in de praktijk blijkt dit niet te kloppen.

Ik citeer verder:

‘But for Koch, in practice these rules where not set in stone. He found he could not always fulfil his first postulate (met andere woorden: de persoon heeft de ziekte, maar de bacterie die de ziekte ‘veroorzaakt’ kon hij niet vinden) and was unhappy with his formulation of the third, for he was often unable to infect animals with his suspected bacilli and cause the same disease (hij spoot de ‘ziekteverwekker’ van proefpersoon A in bij proefpersoon B, maar deze werd er niet ziek van). He failed particularly with TB (tuberculosis). We know now many microbes are harmless in their natural host ‒ and thus their presence does not equate with illness. As mentioned; the bacteria that Koch indentified as causing TB are now known to live harmlessly in most human adults.’ Met andere woorden: waar hij achter kwam was dat ‘ziekteverwekkers’ in een normale natuurlijke toestand al in ons leven, terwijl we gezond zijn.

 

Conclusie:

De theorie van Pasteur is een onwetenschappelijke aanname, die tot op de dag van vandaag niet bewezen is, maar wel terecht is gekomen in de leerboeken van medische studenten!

En de gemiddelde student zit niet op school om eens kritisch te onderzoeken of wat er in leerboeken staat waar is. Hij gelooft dat het waar is. En leert het uit zijn hoofd om zijn examen te halen. En dan wordt een theorie binnen de kortste keren een geloof. We nemen aan dat het waar is dat bacteriën ziektes veroorzaken, maar niemand gaat het persoonlijk voor zichzelf onderzoeken.

Ethel Douglas Hume zegt over de theorie van Pasteur:

‘Yet upon a theory so constantly at fault when thoroughly sifted there has been erected a whole system of inoculation. Or, perhaps, the facts may be stated conversely. Had it not been for the sale of vaccines, nowadays grown to such vast proportions, Pasteur’s germ-theory of disease might have collapsed into obscurity.’

Of iets anders geformuleerd: als er niet miljarden en miljarden dollars per jaar aan vaccins verdiend zouden worden, zouden we waarschijnlijk niet vaccineren.

 

Heeft het zin om te vechten tegen bacteriën?

Pasteur zelf zei aan het einde van zijn leven: ‘Le microbe est rien… le terrain est tout’ ‒ de microbe is niets… het terrein is alles. Wat bedoelde hij daarmee?

Ratten komen af op vuilnis. Je kunt op ratten gaan schieten of je kunt vuilnis opruimen. Met andere woorden: je kunt vechten tegen symptomen (op ratten schieten) of de oorzaak wegnemen (vuilnis opruimen). Ik citeer Rudolf Virchow, de vader van de celtheorie:

‘Germs seek their natural habitat ‒ diseased tissue ‒ rather than being the cause of diseased tissue.’

Ziektekiemen zoeken hun natuurlijke leefomgeving ‒ en dat is ziek weefsel. Virchow begreep dat ratten op vuilnis afkomen maar geen vuilnis veróórzaken. Het vuilnis ‒ ziektecondities ‒ wordt veroorzaakt door slechte hygiëne, ondervoeding, toxiciteit enzovoorts. Daar komen bacteriën op af, want dat zijn nou eenmaal de ‘opruimers’ in de natuur. Als we zelf zorg dragen voor een schone leefomgeving en een goede (lichamelijke) conditie hebben, is er gewoon niet zo veel mogelijkheid voor bacteriën om zich te vermenigvuldigen of ‘ziekte te veroorzaken’.

Daarentegen kunnen we, als we onze vuilnis niet opruimen, tot in het oneindige blijven schieten op ratten (met vaccins of antibiotica strijden tegen bacteriën). Ook al schieten we ze allemaal dood, als we hun voedsel laten liggen (de ziekteoorzaken niet aanpakken), komen bacteriën wel weer uit een of andere hoek tevoorschijn en binnen de kortste keren hebben ze zich weer vermenigvuldigd, want dat kunnen ze nou eenmaal heel goed. Inderdaad ‘Le microbe est rien, le terrain est tout.’ Maar tegen de tijd dat Pasteur hiervoor uitkwam was zijn idee al overgenomen door de farmaceutische industrie. Die was niet van plan om de kip met de gouden eieren te slachten en de oorlog tegen micro-organismen is sindsdien een feit.

 

Het ‘bestrijden van infectieziekten’ oftewel, een oorlog die nooit eindigt

Gaan we dit gevecht ooit winnen? Met andere woorden: is er een toekomst waarin we door vaccinatie of andere menselijke uitvindingen geen infectieziekten meer zullen hebben?

Nee. Helaas… echt niet. Ook al injecteren we onze kinderen straks met honderden vaccins ‒ en vergis je er niet in, er worden op dit moment honderden vaccins ontwikkeld ‒ infectieziekten zullen altijd blijven bestaan. Daar bestaat geen enkele twijfel over. Ik zei het eerder al; bacteriën zijn meesters in overleven, het zijn er veel, ze hebben een hele korte voortplantingscyclus, elke generatie kan muteren, veranderen, zich aanpassen en er ontstaan dus gewoon nieuwe ziektes. En dat maakt dat de oorlog tegen bacteriën zo’n waanzinnig succes is. Maar dan wel met de nadruk op waanzin, want we zullen deze strijd nooit winnen. Er is maar één richting in dit blinde gevecht en dat is harder vechten: meer vaccins en nog meer vaccins. Want we staan niet stil bij de oorzaken van oude en nieuwe infectieziekten; we hebben maar één oplossing en dat is: meer in plaats van minder.

 

Steeds meer en steeds vroeger

We begonnen met één prik, toen gingen we meerdere vaccins samenvoegen in één gecombineerde spuit; eerst alleen tegen ziektes die al bijna verdwenen waren, toen tegen de kinderziektes en daarna tegen de nieuwe ziektes die ontstonden. Eerst maar één vaccin per ziekte, maar omdat er nog steeds gevaccineerde kinderen waren die de ziekte kregen waartegen ze ‘beschermd’ waren, werd eerst de leeftijd vervroegd ‒ van vier maanden, naar drie maanden en daarna naar twee maanden. Toen dat nog niet ‘voldoende’ bescherming gaf kwamen de herhalingsprikken; eerst kregen de vierjarigen nog een ‘extra’ prik, toen werden de negenjarigen, de elfjarigen en de twaalfjarigen opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Daarna werden de doelgroepen verder uitgebreid; eerst waren het alleen baby’s die ‘bescherming’ nodig hadden, maar na de kinderen, toeristen, bejaarden, tieners worden nu zelfs de zwangere vrouwen ‘beschermd’, want ze hebben tenslotte een zeer kwetsbare foetus in hun buik. En denk niet dat we er nu zijn. De vaccinindustrie heeft nog veel meer voor ons in petto. In het eerdergenoemde rapport van de Gezondheidsraad uit 2007 met de veelzeggende titel ‘The future of the National Immunisation Programme: towards a programme for all age groups’, wordt melding gemaakt van maar liefst 23 nieuwe vaccins die in de wachtkamer staan om toegevoegd te worden aan het RVP.

Denk je eens in. De hele wereld als klant. En we hoeven niet eens ziek te zijn!

‘One concept we should not gloss over, of pivotal importance in understanding how and why vaccines came about: For the first time in history, doctors would no longer confine themselves to the sick. With vaccines, doctors are now going to claim that perfectly healthy people need the injections in order to stay healthy.’
Bron: ‘The Sanctity of Human Blood’, Tim O’Shea

Vaccins gaan niet meer om het genezen van de zieken. Sinds vaccins bestaan, beweren dokters dat gezonde mensen injecties nodig hebben om gezond te blijven. En dankzij de theorie van Pasteur is het luttele bedragje dat in de tijd van Pasteur verdiend werd aan de verkoop van bloedzuigers en dergelijke uitgegroeid tot een industrie waar jaarlijks miljarden euro’s per vaccin mee verdiend worden. Met een ongekend groeipotentieel. En dit moeten we niet vergeten.

 

Ons grote voorbeeld

Ik kijk altijd graag naar de situatie in de Verenigde Staten. Ten eerste is cijfermateriaal gemakkelijker te vinden en ten tweede lopen ze voor op ons, dus kunnen we zien wat ons voorland is. Vaccins tegen de waterpokken of de griep die bij ons nog in de wachtkamer zitten, zijn in
Amerika al verplicht.

Vaccineren in de verenigde staten

Bron: www.nvic.org/CMSTemplates/NVIC/pdf/49-Doses-PosterB.pdf

Amerikaanse kinderen zijn de meest en vroegst gevaccineerde kinderen ter wereld. Dag één dat de baby’s uit de buik van de moeder komen, is het moment voor de eerste vaccinatie (hepatitis B) en tegen de tijd dat kinderen naar de lagere school gaan, hebben ze maar liefst 49 doses van 14 verschillende vaccins in hun lichaam ingespoten gekregen (tegen de tijd dat ze 18 zijn 69 doses van 16 verschillende vaccins). Verplicht!
Betekent dat dat de kinderen in Amerika geen infectieziekten meer krijgen? Nee. De cholera krijgen ze niet meer, want kinderen in Amerika hoeven niet te drinken uit riviertjes waar andere kinderen hun ontlasting in doen, maar kinderziektes of de griep krijgen ze nog wel ‒ ze gaan er alleen niet dood aan omdat ze niet ondervoed zijn.
Zijn ze gezonder door al deze vaccins? Nee, zeker niet. Amerika is hard op weg een natie te worden van astmatische (1 op de 9), allergische (9 op de 10), autistische (1 op de 50) en door andere chronische aandoeningen geplaagde kinderen (we gaan in hoofdstuk 4 van Vaccinvrij de officiële cijfers bekijken en ook hoe er wel of niet bewezen is dat dit ‘niets met vaccins te maken heeft’).

national_vaccin_information_center

 

Maar laten we niet vergeten dat onze eigen kinderen ook al aardig last beginnen te krijgen van allerlei aandoeningen die te maken hebben met degeneratie van zenuwstelsel en immuunsysteem en disbalans van de bacteriënpopulaties in ons lichaam. Aandoeningen die 30 jaar geleden vrijwel onbekend waren zijn nu alledaagse verschijnselen in kleuterklassen en op (lagere) scholen.

 

Are we overvaccinating our children?

Barbara Lou Fisher, oprichtster van het National Vaccine Information Center in de Verenigde Staten zegt in het artikel ‘Scientists Say Americans May Be Overvaccinated’: ‘Confirming what many American mothers have instinctively known for a long time, a study published in the New England Journal of Medicine gave evidence that Americans may be getting more doses of vaccines than they need.’ www.vaccineawakening.blogspot.nl/2007/11/scientists-say-americans-may-be-over.html”

Zo langzamerhand beginnen wereldwijd niet alleen moeders maar ook artsen zich af te vragen of er misschien een grens zit aan wat we in kunnen spuiten bij onze baby’s en kinderen.

 

Het geschenk van de micro-organismen aan de mensheid

En een enkeling vraagt zich zelfs af of er misschien een reden is voor het feit dat het lichaam onderdak biedt aan 100 triljoen bacteriën. Krijgen we misschien ook iets terug van al die wriemels voor onze gastvrijheid?

Daar kunnen we kort over zijn: ‒ LEVEN ‒ dat is het geschenk van micro-organismen aan de mensheid. Zonder bacteriën is het leven zoals wij dat kennen op aarde niet mogelijk. Ze spelen een onmisbare rol in het afbreken van dood materiaal: zonder bacteriën zouden we verdrinken in de karkassen van dode planten en dieren. Ze zijn essentieel voor het verteren van ons voedsel, spelen een rol in de stikstofkringloop (essentieel voor leven op aarde), en geloof het of niet, ze zijn een uitermate belangrijk onderdeel van ons immuunsysteem. Het is niet alleen zo dat wij niet zouden overleven zonder bacteriën, er is geen leven mogelijk zonder bacteriën.

‘The moon is what our planet would look like without microbes.’
Lynn Margulis, microbiologe

 

Conclusie:

Leven begint en eindigt met bacteriën. En wat mij betreft is de aarde, en ook mijn lichaam, groot genoeg voor ons beiden en ik houd ze liever te vriend. Spelen met delicate balansen in de ecosystemen van Moeder Natuur is spelen met vuur. En ik denk dat het tijd wordt dat we de strijdbijl erbij neergooien, de hand in eigen boezem steken en ervoor zorgen dat we gezonde leefgewoonten creëren en bacteriën zien voor wat ze zijn. Gewoon bacteriën.

 

Een laatste woord over Pasteur

Als je de tijd hebt en de moeite neemt om goed na te denken over de theorie van Pasteur zie je dat er niet veel van klopt. Maar bijna niemand doet dat. Kritische vragen van medische studenten of ouders worden niet gestimuleerd of gewaardeerd. Het systeem wil helemaal niet dat we zelf nadenken! Want het hele bestaansrecht van programma’s zoals het RVP is gebaseerd op de theorie van Pasteur. En als de basis van het hele medische denken met betrekking tot infectieziekten niet zou kloppen… wat klopt er dan nog van de rest van het hele gebeuren?

Ook niets natuurlijk. En ik ben een van de weinige moeders die dat uit eigen ervaring kan zeggen. Ik heb meegemaakt en gezien hoe ‘gevaarlijke’ infectieziekten er bij ongevaccineerde, westerse kinderen uit kunnen zien en ik heb ervaren dat wat ons over infectieziekten verteld wordt simpelweg niet klopt met de realiteit.

 

Niet gevaccineerd en toch gezond?
Wat ik van mijn kinderen geleerd heb over omgaan met infectieziekten zonder ertegen te vechten en zonder er bang voor te zijn

Ik heb in het eerste hoofdstuk al verteld over hoe ik (toen ons ongevaccineerde dochtertje met 7 maanden haar eerste infectieziekte kreeg) geleerd heb wat mijn plek is in het geheel en dat is: me niet bemoeien met hoe het lichaam geneest!
Moeder Natuur heeft ons uitgerust met een immuunsysteem dat precies weet wat het moet doen en ik, een vaccin of een arts kunnen dat niet beter. En ik kan het ook niet vóór een ander doen en sindsdien heb ik tegen mijn kinderen gezegd: ‘Je mag ziek zijn, en jouw lichaam mag op zijn eigen manier genezen. Als je moet overgeven geef je over, als je diarree hebt spuit je de boel maar vol. De wasmachine is geduldig en ik zorg voor de schone lakens; dat is mijn taak.’

 

Welke ziektes hebben onze kinderen gekregen en hoe ben ik ermee omgegaan?

In de leeftijd van grofweg 0 tot 10 jaar zijn onze dochters ieder een paar keer verkouden geweest, hebben ze een paar keer de griep gehad, een aantal kinderziektes (waterpokken, kinkhoest en roodvonk) en de jongste heeft een tetanusinfectie gehad. Ze hebben al hun infectieziekten doorgemaakt buiten het medische systeem. Dus zonder pillen, prikken, thermometers of artsen die langskwamen of welke medische interventie dan ook. Ze kennen onze huisarts niet eens, die hebben ze nog nooit gezien. Niet omdat we haar niet aardig vinden, maar we hadden haar gelukkig nooit nodig.

 

Ziek zijn zonder artsen

Kinderen, ontdekte ik toen ze ‘gewoon’ ziek mochten zijn, snappen zo klein als ze zijn dat het beste is je er maar aan over te geven. Ze maakten er geen probleem van als ze moesten overgeven of koorts hadden. En toen ik goed begreep waar het lichaam mee bezig was, deed ik dat ook niet meer. We hebben ons dus nooit verzet of de behoefte gevoeld ‘ziektes te bestrijden’, maar ons altijd laten leiden door de zachte hand van Moeder Natuur.

 

Wat hebben kinderen nodig als ze ziek zijn?

      1. Rust. Ze geven het vaak zelf heel goed aan; ze zijn een beetje hangerig, willen gewoon lekker op de bank zitten of ze willen slapen.
      2. Water. Vooral als het kind koorts heeft, is het belangrijk dat het genoeg drinkt. Water is nodig om afvalstoffen af te voeren, dus regelmatig wat te drinken aanbieden is belangrijk (soms willen ze wat zout: kopje bouillon, soms wat zoet: beetje diksap, soms slappe thee of gewoon water). Vaak hebben ze geen trek in eten en dat hoeft ook niet (of iets heel lichts, bijvoorbeeld een stukje fruit of een rijstwafel).
      3. Een spuugbakje in de buurt.
      4. Regelmatig de kamer luchten; even de ramen open om zuurstof binnen te laten (dan wel je kindje in die tijd in een andere kamer natuurlijk ‒ tocht, snelle afkoeling is niet OK want het lichaam brengt de temperatuur juist omhoog).

En verder een aai over de bol, een knuffel, een verhaaltje voorlezen, rustig aan… en Moeder Natuur doet de rest!

Het allerbelangrijkste is dat kinderen de ruimte en tijd krijgen om ziek te mogen zijn, zodat het lichaam zijn genezende werk kan doen.

 

Zo simpel kan het toch niet zijn?

Als ouders horen hoe gemakkelijk het was, krijg ik vaak als reactie dat ik dan wel erg veel geluk gehad heb, of dat het natuurlijk wel komt doordat onze kinderen ‘meebeschermd’ zijn door de groepsimmuniteit (hierover straks meer). Ik heb inderdaad veel geluk gehad; ik ben geboren in een land waar we toegang hebben tot volwaardige voeding, schoon drinkwater en goede sanitaire voorzieningen. En niet alleen ik, maar ook onze kinderen hebben veel geluk gehad; doordat ze niet gevaccineerd zijn heeft hun immuunsysteem een ongestoorde ontwikkeling kunnen doormaken! (Over het verschil tussen natuurlijke en kunstmatige immuniteit en het effect van vaccins op de ontwikkeling van het immuunsysteem gaan we het hebben in hoofdstuk 3 en 4.)

Maar ik zal direct bekennen dat het inderdaad niet altijd simpel was om de ruimte te bewaken waarin het immuunsysteem van onze kinderen zich kon ontwikkelen of uiten zonder medische interventie. Mijn keuze bracht me namelijk direct in contact met mijn angst voor infectieziekten en het heeft wel even geduurd voordat ik daarvan genezen was!

 

Angst voor de kinderziektes

Laten we eens kijken naar onze ‒ cultureel bepaalde en in stand gehouden ‒ angst voor kinderziektes. Ik heb al eerder gezegd dat er drie soorten epidemieën zijn:

      1. De oude epidemieën ‒ die we hadden voordat we begonnen met vaccineren
      2. De kinderziektes
      3. De nieuwe epidemieën ‒ die ontstaan zijn nadat we zijn gaan vaccineren

De medische wereld maakt het bovenstaande onderscheid niet; volgens haar is er maar één soort epidemie.

 

Definities die ons blikveld vernauwen

De medische wereld classificeert infectieziekten aan de hand van de micro-organismen die ziekte ‘veroorzaken’. Volgens die definitie is een kinderziekte hetzelfde als de pest of cholera; de oorzaak is hetzelfde (een bacterie of virus) en de behandeling is hetzelfde (een vaccin of antibiotica).
Maar er is wel degelijk een verschil. Ziektes als de pest of cholera kunnen op iedere leeftijd voorkomen, maar kinderziektes ‒ de naam zegt het al ‒ zijn ziektes die specifiek voorkomen bij kinderen.

 

Het immuunsysteem van een pasgeborene kan niet wat het immuunsysteem van een volwassene kan

Pasgeborenen zijn nog helemaal onontwikkeld. Bij de geboorte is alleen de hersenstam die zich achter in de hersenen bevindt en zorgt voor de meest basale functies zoals ademhaling en hartslag volledig ‘af’. De rest van het lijfje; ons spijsverteringssyteem, onze zintuigen, ons spierstelsel, ons immuunsysteem enzovoorts, is nog ‘onaf’ en functioneert nog maar gedeeltelijk. Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie, beschrijft in zijn boeken hoe de ontwikkelingsgang van kind tot volwassene verloopt.2 Een van de stappen van een natuurlijke, gezonde ontwikkeling van het immuunsysteem is het doormaken van kinderziektes, waarbij de verschillende organen van het immuunsysteem geactiveerd en gestimuleerd worden om als geheel samen te werken. Het eindresultaat van het doormaken ervan is een krachtig en goed gecoördineerd systeem. Gewoon een van de vele fasen op weg naar volwassenheid; niets om bezorgd over te zijn.
Als iemand mij vertelt dat de mazelen, of welke kinderziekte dan ook, zo vreselijk heftig was, of dat er een kind aan gestorven is, ben ik altijd benieuwd naar twee dingen:

      1. Hoe was de conditie van het kind? Was er sprake van onderliggende aandoeningen waardoor het immuunsysteem zijn werk niet goed kon doen: nierfalen, hartklachten, ondervoeding enzovoorts.
      2. Hoe is men omgegaan met de ziekte? Zijn er koortsremmers gegeven, lag het kind op de tocht of zijn er andere redenen waardoor het immuunsysteem ondermijnd werd in zijn functioneren.

En als er een epidemie ‘uitbreekt’ wil ik ook twee dingen weten:

      1. Gaat het getal X dat in de krant of op het journaal verschijnt over het aantal ziektegevallen of over het aantal sterfgevallen? Ik vind het niet fair om het woord mazelen ‒ of bofepidemie ‒ al te gebruiken als het gaat om enkele tientallen ziektegevallen, terwijl de (onbewuste) associatie met het woord is dat het gaat om duizenden sterfgevallen, zoals ten tijde van de ‘echte’ epidemieën vaak het geval was. Vóór 1900 stierven er soms duizenden kinderen in een bepaald jaar aan bijvoorbeeld een mazelenepidemie ‒ nu zijn er slechts een tiental meldingen van ziektegevallen voor nodig en we hebben het in de media over de ‘epidemie die uitgebroken is!!!’
      2. Gaat het getal X dat in de krant of op het journaal verschijnt over gevaccineerde of ongevaccineerde kinderen?

Het is natuurlijk heel belangrijk om te weten hoeveel van de betreffende kinderen gevaccineerd waren. Het is heel makkelijk om de ongevaccineerde kinderen de schuld te geven van het ‘uitbreken van de epidemie’ ‒ maar vaak zijn de ‘beschermde kinderen’ net zo goed ten prooi gevallen aan de ziekte.

Kortom ‒ ik vind dat de berichtgeving te wensen overlaat en ik maak me meer zorgen om de (lange termijn)effecten van de vaccins dan de mazelen, de bof of andere infectieziekten.

 

Hoe zagen de kinderziektes er bij onze kinderen uit?

Kind met waterpokken

 

Er bestaat niet zoiets als één ziekte, net zo min als er één bevalling bestaat. Iedereen is anders en iedereen gaat anders door een bepaalde ervaring heen. Onze kinderen waren goed doorvoed en gezond toen ze de kinderziektes kregen en we hebben niet ingegrepen met medicijnen tijdens ziekte. Hoe zijn ze verlopen?

Waterpokken:

Ziet er een beetje raar uit maar beide kinderen wilden niet eens naar bed, hadden ook geen koorts en bleven gewoon doorspelen.

 

 

 

 

 

Kinkhoest:

Ook weleens de ziekte van 100 dagen genoemd. Kenmerkend zijn hoestbuien, met name ‘s nachts. Wordt verondersteld een gevaarlijke en zeer besmettelijke ziekte te zijn.

Mijn oudste dochter heeft kinkhoest gehad en ze heeft inderdaad flink gehoest ‘s nachts, maar overdag was er niet zoveel van haar ziekte te merken. Ze wilde niet naar bed en bleef gewoon doorspelen ‒ op de foto in de ballenbak. Als je goed kijkt, zie je dat ze bloeddoorlopen oogjes heeft; dat is een complicatie bij kinkhoest. Soms gebeurt het dat door de druk van het hoesten een bloedvaatje in de ogen knapt. Het zag er wel een beetje raar uit maar het deed geen pijn en loste vanzelf weer op.

Vrolijk kind in de ballenbakkinkhoest1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onze kinderen sliepen toen ze klein waren altijd samen in één bed en ik was ervan overtuigd dat de jongste ook kinkhoest zou krijgen want haar zusje hoestte haar maandenlang in haar slaap praktisch in het gezicht. Maar de jongste wilde niet apart slapen en toch heeft ze nooit kinkhoest gekregen. Dus ‘zeer besmettelijk’ is maar relatief. We worden gewoon blootgesteld aan miljarden ‘ziekteverwekkers’ en het hangt van (de conditie van) het kind af of het ziek wordt.

Roodvonk:

Wat ze wel allebei redelijk snel na elkaar gekregen hebben, is roodvonk.
Deze ziekte komt officieel niet meer voor, maar dat klopt niet. Onze kinderen hebben het allebei gehad, maar ik heb er alleen geen foto van. Het was ook zeer mild.

Ik heb de kinderen bij geen enkele kinderziekte in bed gekregen. Het was behalve wat vlekjes en hangerigheid echt een fluitje van een cent. En daar was ik elke keer weer verbaasd over, omdat ik verwachtte dat kinderziektes ernstige ziektes zouden zijn.

 

Dokters denken anders?

Gaandeweg veranderde mijn denken over infectieziekten. Mijn angst ervoor werd steeds minder en mijn vertrouwen in de kracht en intelligentie van het immuunsysteem steeds groter. Ik begon de medische leerboeken heel anders te lezen, met steeds meer ongeloof en vraagtekens bij hun visie. Nogmaals: artsen zijn getraind te denken dat bacteriën ziekte veroorzaken en dat je ziektesymptomen alleen maar kunt bestrijden. Maar ik begon te zien dat niet de bacteriën, maar het immuunsysteem ZELF ziekte(symptomen) veroorzaakt. Bacteriën geven niet over, die maken geen rode vlekjes, die creëren geen koorts. Het lichaam geeft over en creëert koorts en vlekjes en alles wat nog meer nodig is om onwelkome bacteriën en virussen af te breken en uit te scheiden. Wat de arts beschrijft als een acute infectieziekte, zie ik als een hogere versnelling van een genezingsproces. En vechten tegen symptomen (bijvoorbeeld door koorts te onderdrukken) ondermijnt wat je eigen systeem tracht te bewerkstelligen!

Infectieziekten bestrijden is niet mijn weg, noch met vaccins, noch met pillen. De kinderen vonden het al nooit een probleem om ziek te zijn, om over te geven of koorts te hebben en toen ik goed begreep waar het lichaam mee bezig was, vond ik dat ook niet meer. Als ze moesten spugen of spuiten, zei ik altijd: ‘Wow, wat kan je lichaam dat goed… nog even en alles is weer opgeruimd en dan voel je je weer kiplekker… ga maar weer lekker slapen, en die vieze pyjama gaat in de wasmachine.’

Onze kinderen zijn opgegroeid in een denken dat zegt: ‘jullie zijn sterk en gezond en jullie mogen ziek zijn als dat nodig is.’ Ik had dus helemaal geen behoefte aan thermometers en paracetamol en antibiotica en al dat soort dingen. Ik heb van mijn kinderen geleerd dat ik kan vertrouwen op een goed werkend, sterk immuunsyteem ‒ zelfs als ik bang ben. En de laatste keer dat dat gebeurde was toen mijn jongste dochtertje een tetanusinfectie kreeg. Dat is ook de laatste ziekte waar ik jullie vanuit mijn eigen ervaring over kan vertellen.

 

Tetanus:

Deze ziekte wordt geassocieerd met bacteriën die in mest en vieze aarde zitten. De bacterie kan zich alleen vermeerderen in een anaërobe (zuurstofarme) omgeving. Het gif van deze bacterie veroorzaakt spierkrampen en als in een extreem geval je ademhalingsspieren aangedaan worden, kom je in de problemen met ademen en ga je dood.

Mijn jongste dochter heeft toen ze net drie was een tetanusinfectie opgelopen. Het gebeurde in Engeland, toen we op vakantie waren bij vrienden die paarden hebben. En als je paarden hebt, moet je hoeven schoonmaken. Daar heb je een speciale hoevenkrabber voor; dat is een instrument met aan het ene uiteinde een borstel en aan het andere uiteinde een haak waarmee je de mest en aarde wegschraapt die in de hoeven van het paard zijn blijven steken.

Ons dochtertje had er eentje te pakken gekregen, was ermee weggerend en gevallen. We schrokken enorm, want de haak van de hoevenkrabber had nét onder haar oog een diepe snee veroorzaakt. Eén centimeter hoger en het had haar een oog kunnen kosten. En bovendien, de gastvrouw vroeg het meteen: ‘Is ze gevaccineerd tegen tetanus?’

‘Nee, dat is ze niet.’

Normaal gesproken gaan kinderen in een dergelijk geval langs de huisarts of het ziekenhuis en dan wordt de boel gehecht en krijgen ze een tetanusprik. (Ze krijgen vaak een vaccin én een prik met immunoglobulinen, een ‘antistofpreparaat’.) Maar dat wilde ik niet. Als ze besmet was, dan was dat al gebeurd en was haar eigen immuunsysteem allang actief. Waarom nog een keer iets doen om het lichaam tot iets aan te zetten waar het allang mee bezig is? Ik zag er het nut niet van in. Ten tweede zie ik een infectieziekte niet als een gevaar maar als een genezingscrisis, dus ik dacht: ‘dit gaat misschien heftig worden maar ze is gezond dus dat gaat wel lukken.’ Ik was ervan overtuigd dat ze ziek zou gaan worden, maar we kozen ervoor om het door te maken en eventueel met homeopathie of iets dergelijks te begeleiden als dat nodig zou zijn. Ik heb de wond uitgewassen met gekookt, afgekoeld water ‒ en dat was het wat mij betreft. Maar de gastvrouw dacht er anders over; zij stuurde een arts naar me toe die het had over, ja, die wond moest gehecht worden en vaccineren natuurlijk!

Het moment tegenover die arts was een soort ultieme test om bij mezelf te blijven en vast te houden aan ons besluit te handelen op basis van onze eigen ervaring, mijn moederinstincten en ons denken dat lijnrecht inging tegen de kennis en het denken van de arts, de autoriteit. En het voelt heel raar te ‘weten’, ergens diep vanbinnen dat het is OK is; dat het kan en mag… met in je hoofd nog die echo die zegt: ‘Je kind gaat hier dood aan, weet je wel wat je doet, wie denk je wel dat je bent!’ Die conditionering zit gewoon in ons. Het was een moeilijk moment.

 

Waarom denken we wat we denken?

tetanusLaten we eens kijken waar die conditionering vandaan komt, en ook waarom de arts denkt zoals de arts denkt. Toen ik terugkwam in Nederland heb ik meteen de brochure ‘Tetanus: De feiten op een rij’ aangevraagd en daarin stond:

‘De ziekte: Tetanus is een gevaarlijke ziekte die spierkramp veroorzaakt in de spieren en kan leiden tot ernstige ademhalingsproblemen. De ziekte wordt ook wel kaakklem of wondkramp genoemd. Zonder goede behandeling leidt tetanus altijd tot de dood. Tot de start van de vaccinatie, in 1953, stierven in Nederland jaarlijks gemiddeld vijftig mensen aan tetanus. Vandaag de dag komt de ziekte vrijwel niet meer voor.’

In de nieuwe folder (die kun je van het internet downloaden) is deze laatste zin herschreven in: ‘Tegenwoordig lopen een paar mensen per jaar tetanus op. Het gaat dan om personen die niet of onvoldoende tegen tetanus gevaccineerd zijn.’

Ik ben blij dat ik in Engeland die informatie van de overheid niet onder ogen gekregen heb. Heel moeilijk om dan nog rustig te kunnen blijven!
Op de volgende bladzijde van de folder staat een grafiek met weer een andere manier om te manipuleren met behulp van statistieken.

 

 

ziekte_sterfte_tetanus

Wie ziet het?

In de grafiek van de overheid zijn alle jaren voor en alle jaren na de introductie van het vaccin samengevoegd. Voordat er gevaccineerd werd leverden (gemiddeld) 100 ziektegevallen per jaar, (gemiddeld) 50 sterfgevallen per jaar op. Na de introductie van het vaccin ‒ rechts van de spuit, leveren gemiddeld 2 ziektegevallen per jaar 0 sterfte op. Dat geeft de illusie van een zeer scherpe daling van 50 sterfgevallen per jaar voordat er gevaccineerd werd naar 0 gevallen na de invoer van het vaccin, maar dat was helemaal niet het geval.

 

 

Terug naar de realiteit

Grafiek tetanus

Dit zijn de cijfers uitgesplitst per jaar. Het overgrote deel van de daling van ruim 5000 tot ongeveer 700 vond plaats vóór introductie van het vaccin in 1953 en daarna (bij de pijl) ging de daling geleidelijk aan nog iets verder, tot ongeveer 100 sterfgevallen in 1975. Dat is een ander verhaal! Er was helemaal geen abrupte verandering te zien toen men begon met vaccineren, maar gewoon een voortzetting van de geleidelijke daling die al ver voor de introductie van het vaccin begonnen was.

 

Wat zegt het handboek?

In het Handboek vaccinaties ‒ het leerboek voor CB-artsen ‒ staat tetanus beschreven als een levensbedreigende ziekte. Vooral de neonatale (baby) tetanus heeft een slechte prognose: 90% van de pasgeborenen met deze diagnose overlijdt. Maar je raadt het natuurlijk al, wat er niet bij staat, zijn de omstandigheden. Neonatale tetanus komt voor in ontwikkelingslanden en wordt toegeschreven aan onhygiënische omstandigheden tijdens de geboorte: ongewassen handen, het mes dat gebruikt wordt om de navelstreng door te snijden is niet schoon en dergelijke. Dan kan de wond geïnfecteerd worden en infectie bij een ondervoede baby is levensbedreigend. Bij baby’s in het Westen komt neonatale tetanus gelukkig niet voor.

 

Hoe gevaarlijk is tetanus nou eigenlijk?

Ik citeer uit Vaccine Safety Manual van Neil Z. Miller: ‘Is tetanus a common and dangerous disease? During the mid-1800, there were 205 cases of tetanus per 100.000 wounds among U.S. military personnel. By the early 1900’s, this rate had declined to 16 cases per 100.000 wounds ‒ a 92% reduction. During the mid 1940’s, the incidence of tetanus dropped even further to 0.44 cases per 100.000 wounds. Some researchers attribute this to an increased attention to wound hygiene.’

 

Wat vertelt de geschiedenis over tetanus?

De soldaten waar Neil Z. Miller het over heeft, hadden bajonetten. Dat is een soort dolk die bevestigd werd aan de loop van hun geweren, zodat je een soort lans kreeg die veel gebruikt werd in de 18de en 19e eeuw. De bajonetten werden in de grond gestoken ‒ in die tijd geen geasfalteerde wegen maar zandpaden die vol lagen met paardenpoep ‒ en vervolgens tijdens het gevecht in iemands been gestoken. Dan krijg je een diepe steekwond waar niet veel zuurstof bij kan komen, ideaal voor de tetanusbacterie. Er was geen goede wondhygiëne, want daar wist men in die tijd niet zoveel van, en als het lichaam van de soldaat uitgeput was, dan was het inderdaad een ernstige situatie.

Maar gelukkig niet onze situatie.

De weinige artsen die op mijn weg gekomen zijn, heb ik ervaren als lieve, betrokken mensen, maar wat ze zeiden klopte over het algemeen niet met de informatie die ik gevonden heb in medische geschiedenisboeken, noch met mijn denken en mijn ervaringen.

 

Hoe is het verder gegaan met ons dochtertje?

fiona_klein

 

Deze doerak heeft afgezien van de eerste dag, toen ze ook erg geschrokken was en bleek om de neus zag, de rest van de vakantie bloemetjes geplukt en naar de paardjes gekeken! Ik heb haar na de besmetting heel goed in de gaten gehouden om te zien hoe ze in haar vel zat. Ik wist dat de ziekte tetanus 10-20 dagen incubatietijd had. Dat betekent, in het medische denken, zoveel als dat er 10-20 dagen tussen het moment van besmetting en uitbreken van de ziekte zit. Ik dacht: ‘als ze dan nog ziek wordt, zijn we weer terug in Nederland en ga ik naar een homeopaat.’ Maar ik ben er nooit terechtgekomen, want tegen die tijd was haar wondje geheeld en er was niets te bekennen van welke ziekte dan ook.

Het geschenk dat ik heb mogen ontvangen uit deze ervaring, is dat ik sindsdien helemaal ‒ 100% ‒ genezen ben van mijn angst voor infectieziekten. Het is gewoon klaar nu. Mijn kinderen zijn gezond. Ik kan lezen. Overal is informatie te vinden. En angst voor infectieziekten is wat mij betreft verleden tijd!

 

Maar het verhaal heeft een staartje

Was ons dochtertje eigenlijk wel besmet?

Als iemand met een dergelijk verhaal naar de arts gaat, krijgt het kind normaal gesproken een prik en als het dan niet ziek wordt, is dat ‘dankzij het vaccin’. Maar nu, omdat ze niet gevaccineerd is, zegt de arts simpelweg: ‘Dan was ze dus niet besmet.’ De tetanusbacterie zit in ontlasting van dieren en een hoevenkrabber dient om paardenpoep onder de hoeven vandaan te halen, dus de kans dat ze wel besmet was, is groot. Maar ik wilde eigenlijk zelf ook wel weten of mijn dochter nou echt op eigen kracht genezen was of dat het toch gewoon niet het geval was geweest. Ik moest erachter zien te komen of er ook antilichamen tegen tetanus in haar bloed zaten. Volgens de medische wereld zijn antilichamen het bewijs dat er ‘immuniteit’ tegen een bepaalde ziekte opgebouwd is, dus als ze wel besmet zou zijn geweest, zouden die in haar bloed aantoonbaar moeten zijn.

Wie schetst mijn verbazing?

‘Alleen door vaccinatie kan men immuniteit opbouwen tegen tetanus. Doormaken van een natuurlijke infectie leidt niet tot immuniteit.’
Bron: ‘Handboek vaccinaties’ deel B

Volgens het handboek voor CB-artsen is tetanus een ziekte waarbij het lichaam als het tetanus op een natuurlijke manier doormaakt géén anti-lichamen aanmaakt en door een vaccinatie wel. Dat is interessant…

‘How can the tetanus vaccine induce immunity, when contracting the disease naturally does not give immunity?’
Bron: National Vaccine Information Centre

Tja…

‘A tetanus vaccination cannot possibly protect from the disease since the human organism cannot built up any immunity after contracting the disease (as is the same after HIB (hemophilius influenzae), diphteria or tuberculosis). So, if nature hasn’t planned the “immunity”, how does the vaccine work?’ Anita Petek (arts)

Goede vraag…

‘Did you know there is NO diagnostic test for tetanus? So how do we know a person actually has tetanus? Symptoms of tetanus are similar to symptoms of some other toxic poisonings. We have no test to prove the person has tetanus. And good wound care is far and away your best treatment for dirty injuries…’
(Als je naar het ziekenhuis gaat voor je tetanusshot, wordt er geen diagnostische test uitgevoerd die bepaalt of je het hebt ‒ je krijgt meteen je prik.) Maar, ik citeer verder: ‘The vaccine is so extremely toxic it has been diluted and diluted and still causing problems in some. And does it even work? Questionable.’ Sherri Naken (arts)

 

Wat zegt het handboek van de CB-arts over de toxiciteit die ingespoten wordt?

‘De verwekker: Het is correcter om te zeggen dat tetanus door de toxinen (gifstoffen) wordt veroorzaakt die vrijkomen bij lysis van de Clostridium Tetani (verweking/oplossing van de tetanusbacterie). De bacterie zelf is namelijk onschadelijk en komt als commensaal (in het lichaam levend) voor in het darmstelsel van dieren en vaak ook van mensen (dus de bacterie is niet gevaarlijk, die leeft gewoon in een groot deel van ons, maar de toxinen wel). Een van deze toxinen, tetanospasmine, veroorzaakt de typische verschijnselen van tetanus. Het tetanospasmine is een van de giftigste toxines die we kennen en de hoeveelheid die nodig is om tetanus (die spierkramp) te veroorzaken is bijzonder gering: bij muizen is de LD (lethal dosis/dodelijke dosis) slechts 0,1 tot 1,0 nanogram per kilo lichaamsgewicht. De letale dosis bij mensen wordt geschat op minder dan 2,5 ng/kg. Nanogram is 0,000 000 001 gram (9 nullen).’ Bron: ‘Handboek vaccinaties’ deel B

 

Beslisboom protocol tetanusprofylaxe

Onderstaand fragment van de ‘beslisboom’ uit het Handboek Vaccinaties laat zien dat als de arts de aanbeveling opgevolgd zou hebben, ons dochtertje van amper drie jaar oud drie doses van een zeer giftig toxoïd ingespoten had kunnen hebben. En als je dan nog even naar de bijsluiter kijkt, zie je dat het vaccin ook nog aluminiumfosfaat en thiomersal bevat, stoffen waarvan bekend is dat ze onder andere neurotoxisch zijn.

Tetanusprofylaxe

Als ik ergens dankbaar voor ben, is het dat ik genoeg vertrouwen had in mijn moederinstinct ‒ en haar immuunsysteem ‒ om haar tegen het advies van een goedbedoelende arts te beschermen.

 

Gezonde kinderen kunnen heel goed ‘ziek’ zijn!

Als het gaat over de infectieziekten van het Rijksvaccinatieprogramma verzekeren autoriteiten ons keer op keer dat we vergeten zijn ‘hoe gevaarlijk’ die zijn ‘omdat ze niet meer voorkomen’. Ik denk dat het precies andersom is: 1. omdat er maar heel weinig kinderen zijn die hun natuurlijke immuniteit mogen ontwikkelen zonder medische inmenging (zonder vaccins die kunstmatige immuniteit ‘creëren’/natuurlijke immuniteit verstoren), en 2. omdat er maar heel weinig kinderen zijn die infectieziekten door mogen maken zonder medische inmenging (bijvoorbeeld koortsremmers die natuurlijke immuniteit saboteren), zijn er ook maar heel weinig ouders die ontdekken hoe gemakkelijk normale, westerse kinderen een ‘genezingscrisis’ of kinderziekte doormaken!!
Infectieziekten zijn voor het immuunsysteem eigenlijk net zoiets als rennen voor de beenspieren; het lichaam is constánt bezig met het opruimen van schadelijke micro-organismen en tijdens een infectieziekte doet het lichaam precies hetzelfde, alleen in een hogere versnelling.

 

Mijn ‘input balans’

Ik heb altijd zo veel mogelijk geprobeerd me te focussen op het ondersteunen van gezondheid. Een tip: neem een papiertje, vouw het in tweeën en maak aan de ene kant een lijst van alles waarvan je weet dat het gezond is. Op mijn lijstje staat bijvoorbeeld een dagje naar het strand, biologische voeding, knuffelen, aandacht, muziek maken enzovoorts. Daarna maak je aan de andere kant een lijstje van zaken waarvan je weet dat ze je gezondheid schaden. Bij mij staat er: gif, vaccins, stress, junkfood en ga zo maar door.

Dit noem ik de ‘input balans’, en die hou ik in de gaten. De optimale balans is 80% positief en 20% negatief. Ik streef niet naar 100% positief: dat is niet haalbaar en niet wenselijk, maar ik geloof heel erg in lekker veel gezonde input. En als we in ons gezin te veel naar de negatieve kant gaan; veel te druk, te laat naar bed, slecht gegeten, geen aandacht voor bepaalde dingen, dan zeg ik: ‘Stop ‒ wat is er nodig om de balans te herstellen?!’ En dan gaan we vroeg naar bed, een boswandeling maken of wat dan ook. Het principe is puur simpel, maar vergis je er niet in: leven vanuit de bewuste keuze om het organisme in balans te houden, is volgens mij de basis van gezondheid.

 

Ik heb nog wat karakteristieken verzameld van moeders en vaders die hun kinderen niet laten vaccineren:

      1. We gaan niet mee in angstdenken:‘If you have fear of some pain or suffering, you should examine whether there is anything you can do about it. If you can, there is no need to worry about it; if you cannot do anything, then there is also no need to worry.’ ~ De Dalai Lama ‘Peace of mind’ is heel belangrijk! Net zoiets als in het verkeer. Je kunt een auto ongeluk krijgen als je in een auto stapt, maar dat betekent niet dat je nooit meer moet rijden. Je doet gewoon je best om het risico zo klein mogelijk te houden, maar je beseft dat je geen ultieme controle hebt.
      2. We investeren in gezondheid. Ons geld gaat niet naar pillen, maar naar biologische voeding.
      3. We geloven niet in het vechten tegen de natuur, maar we werken samen met de natuur. De natuur geneest en wij zorgen voor de schone lakens.

Parasieten en profiteurs!

Als ongevaccineerde kinderen gezond opgroeien, komt dat volgens artsen doordat ze parasiteren op de kudde- of groepsimmuniteit. Volgens deze theorie kunnen ‒ als er maar voldoende kinderen gevaccineerd zijn ‒ ‘ziekteverwekkers’ niet meer circuleren en omdat de ziekte dan niet meer voorkomt, profiteren de ongevaccineerde kinderen daarvan mee. Een mooie theorie, ware het niet dat er volledig voorbijgegaan wordt aan het feit dat kunstmatige immuniteit maar een heel klein onderdeel is van natuurlijke immuniteit. En dat zowel gevaccineerde als ongevaccineerde kinderen hun gezondheid (de beste verdediging tegen ziektes) in eerste instantie te danken hebben aan goed werkende natuurlijke immuniteit (over het verschil tussen kunstmatige en natuurlijke immuniteit meer in hoofdstuk 4) En bovendien: heeft iemand er weleens over nagedacht dat kunstmatige immuniteit slechts 10 tot 15 jaar lang ‘aan houdt’? Dat betekent dat er miljoenen ‘onbeschermde’ volwassenen rondlopen die natuurlijk net zo goed drager kunnen zijn van ‘ziekteverwekkers’.

Een tweede misverstand is dat ongevaccineerde kinderen een bedreiging zijn voor gevaccineerde kinderen. Voor moeders die zeggen: ‘Als mijn (gevaccineerde) kind ziek wordt, is het jouw schuld want jij hebt je kind niet gevaccineerd’ het volgende:

Als een vaccin zou doen wat het belooft te doen, dan zouden de moeders van gevaccineerde kinderen nergens bang voor hoeven te zijn. Zolang hun eigen kind maar gevaccineerd is, zou het veilig moeten zijn, ook al is de hele wereld eromheen niet gevaccineerd. Het vaccin beschermt toch? Het zouden juist de ongevaccineerde kinderen moeten zijn die risico lopen.

De waarheid is dat een vaccin dat niet in staat is om het individuele kind te beschermen ook niet in staat is de groep te beschermen. Dat is onmogelijk.

 

De grootste dreiging is een daling van de winst

Ongevaccineerde kinderen zijn geen bedreiging voor andere kinderen; ze zijn een bedreiging voor de MEGA grote winsten van de farmaceutische industrie, want ze laten zien dat normale westerse kinderen in de 21ste eeuw helemaal geen vaccins nodig hebben om gezond op te groeien!
In het volgende hoofdstuk gaan we kijken naar wat er gebeurt als kinderen niet ziek mogen zijn. Naar wat ruim 60 jaar strijd tegen infectieziekten ons opgeleverd heeft. En we nemen de wapens in de strijd tegen infectieziekten onder de loep. Hoe veilig zijn vaccins, wat spuiten we in en wat is het effect daarvan op onze baby’s en kinderen? We zullen het ontdekken in hoofdstuk 3.

 

 

 

 

 

Voetnoten

1. Het eerste vaccin dat op grote schaal toegepast werd, was het pokkenvaccin – in Ne- derland vanaf 1804. In 1928 werd de verplichte pokkenvaccinatie afgeschaft vanwege de alarmerende frequentie van encephalitis postvaccinalis (hersenontsteking) die het veroorzaakte. In 1952 is men helemaal gestopt met dit vaccin. Niet omdat de ziekte niet meer voorkwam, dat was nog steeds het geval, maar de weerstand tegen het vaccin was groot vanwege de bijwerkingen. Het boek ‘Horrors of Vaccination Exposed and Illustrated – Petition to the President to abolish Compulsory Vaccination in the Army and Navy’ van Chas. M. Higgins is geschreven in 1920, maar nog steeds te bestellen bij www.amazon.com Je kunt het ook downloaden: www.whale.to
Het is een bijzonder boeiend boek over de opkomst en ondergang van het pokken- vaccin. In Nederland begon men (na de afschaffing van het pokkenvaccin) in 1953 met met vaccineren tegen difterie, in 1954 werd dat een gecombineerde DKT (difterie, kinkhoest, tetanus) en in 1957 ging het Rijksvaccinatieprogramma zoals we dat nu nog steeds kennen van start.

2. Rudolf Steiner is uiteraard niet de enige die de kinderziektes ziet als een natuurlijke fase in de ontwikkeling van een krachtig, goed functionerend immuunsysteem. In de natuurgeneeskunde is dit een algemeen geaccepteerd uitgangspunt.





Teken de Publieke Verklaring voor een transparant vaccinatiebeleid en het behoud van een vrije vaccinatiekeuze.