Hoofdstuk 3: Strijd tegen infectieziekten
– wie zijn de slachtoffers en wat is de schade?

Wereldwijd is het officiële beleid dat onze kinderen vaccins nodig hebben om gezond te blijven. Sinds ongeveer 60 jaar injecteren we onze baby’s en jonge kinderen routinematig met vaccins en we nemen aan dat dit veilig is. De eerste keer dat ik hoorde dat er giftige stoffen in vaccins zitten, dacht ik: ‘dat kan niet waar zijn; we spuiten toch zeker geen gifstoffen in onze eigen baby’s?!’ Net als de meeste ouders vertrouwde ik erop dat de informatie die we van artsen en overheid krijgen de waarheid is, en dat er geen belangrijke informatie achtergehouden wordt. Toen ik erachter kwam dat dit laatste wel zo is, ging ik op zoek en des te meer ik te weten kwam des te beter ik begreep waarom ouders maar heel eenzijdig voorgelicht worden. Licht werpen op de schaduwkanten van vaccins is zeer confronterend. En ik had de keuze: erover zwijgen, of spreken.

In dit hoofdstuk gaan we het hebben over datgene waar we het liever níet over willen hebben. Wat spuiten we precies in; in welke hoeveelheden en wat is er in de medische wereld wel en niet bekend over álle ingrediënten van vaccins? Of onze kinderen nou wel of niet gevaccineerd zijn, ik ben ervan overtuigd dat het belangrijk is zo veel mogelijk te weten wat we doen ‒ of gedaan hebben ‒ als we vaccineren. Pas als we ons hiervan bewust zijn, kunnen we kiezen wat onze volgende stap is. Ik zou zeggen: denk mee en denk na. En vooral ook: maak je instincten wakker. Diep vanbinnen weten we altijd wat onze weg is. Laten we beginnen.

 

Wat doen we precies als we vaccineren?

In theorie is dat wat anders dan in de praktijk. Eerst de theorie. Ik citeer uit de brochure ‘Het Rijksvaccinatieprogramma: 50 vragen en antwoorden over vaccinatie’, vraag 1:

‘Wat zijn vaccins?

Vaccins zijn stoffen die het immuunsysteem “gecontroleerd” afweerstoffen laten maken tegen bepaalde ziekteverwekkers.
Als je een infectieziekte krijgt, maakt je lichaam afweerstoffen tegen de ziektekiem (meestal een bacterie of een virus). Die afweerstoffen beschermen je tegen het opnieuw krijgen van de ziekte. Je bent dan immuun voor die ziekte, soms wel levenslang. Als de ziektekiem opnieuw in je lichaam komt, herkent het immuunsysteem die meteen en maakt hem onschadelijk. Vaccins bevatten verzwakte of gedode ziektekiemen, onderdelen van de ziektekiem of stoffen die door ziekte-kiemen worden geproduceerd. Hierdoor maakt je lichaam ook afweerstoffen tegen de ziektekiem. Van het vaccin zelf word je hooguit een klein beetje ziek. Zo bieden vaccins bescherming tegen infectieziekten zonder dat iemand de echte ziekte hoeft door te maken. Vaccins worden meestal toegediend met een injectie.’

Dat is wat we doen ‒ in theorie. We injecteren verzwakte of gedode ziektekiemen en daarop reageert het lichaam met het maken van antilichamen en voilà: het kind is beschermd. Maar wat we in de praktijk doen, daar kunnen we eigenlijk alleen maar naar gissen. Laten we eens kijken of we er bij benadering achter kunnen komen wat we eigenlijk doen als we vaccineren. Daarvoor moeten we twee dingen weten:

      1. Wat ‒ precies ‒ spuiten we in?
      2. Wat doen die chemische stoffen en micro-organismen in het lichaam?

Voordat we verder gaan een waarschuwing: de informatie die je nu gaat lezen, is niet prettig. Het is zelfs zo confronterend dat velen van jullie de neiging zullen krijgen dit boek dicht te slaan. Ik heb me er vaak over opgewonden dat ik als moeder andere moeders voorlicht, bijvoorbeeld over wat er in bijsluiters te lezen is over wat we inspuiten. Ik vind dit de taak van de overheid of van de arts die het vaccin toedient. Feit is dat de overheid ons niet informeert over de ingrediënten en de consultatiebureauarts niets weet over de werking van de chemische stoffen die hij of zij inspuit. Ik heb dus maar de rol van de brenger van het slechte nieuws op me genomen. Het moge duidelijk zijn dat ik geen enkel belang bij deze rol heb, anders dan mijn verlangen ouders te helpen bij het maken van een bewuste keuze.

 

Wat zit er in een vaccin?

In een bijsluiter zien we dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen de ‘werkzame bestanddelen’ en de ‘andere bestanddelen’.

De werkzame bestanddelen van een vaccin zijn:

      1. Antigenen: dit zijn levende, verzwakte of gedode bacteriën en virussen die verondersteld worden de ziekte te veroorzaken.

En de andere bestanddelen zijn onder andere:

      2. Adjuvants: hulpstoffen om de productie van antilichamen te versterken, bijvoorbeeld aluminiumfosfaat of squaleen.
      3. Chemische conserveermiddelen: zoals 2-phenoxythanol, formaldehyde.
      4. Chemische stabiliseermiddelen: gehydroliseerde gelatine, monosodium glutamaat of phenol.
      5. Additieven om te verdunnen of emulsiefiëren: bijvoorbeeld polysorbaat 80.
      6. Antibiotica: bijvoorbeeld neomycin, streptomycin.
      7. Vervuilingen: bijvoorbeeld onbekende virussen, of erfelijk materiaal (stukjes RNA en DNA) afkomstig van het medium waarop vaccins gekweekt worden.
      8. Water: hierin worden de ziekteverwekkers, chemische en andere ingrediënten van het vaccin opgelost, zodat ze makkelijk ingespoten kunnen worden. 1Bron: ‘Adverse Effects of Adjuvants in Vaccines’, Viera Scheibner www.whale.to/vaccine/adjuvants.html

 

Waarom zitten die stoffen er eigenlijk in?

Het doel van een vaccin is het lichaam aan te zetten tot het aanmaken van antilichamen ‒ want dan heeft het lichaam volgens de theorie ‘bescherming’ opgebouwd, en daar zijn we op uit. Maar we willen natuurlijk niet ziek worden, dus de uitdaging waar de vaccinproducent voor staat is: een vaccin creëren dat antilichamen aanmaakt (aantoonbaar met een simpele bloedtest), zonder dat we de ziekte door hoeven te maken. Hoe wordt dat bereikt, oftewel:

 

Hoe wordt een vaccin gemaakt?

Een weerzinwekkend verhaal, maar zeer belangrijk om te weten. Alleen als we bij benadering weten wat we inspuiten en wat er bekend is over die stoffen en micro-organismen, kunnen we een inschatting maken van wat we doen en of dat veilig is.

Er zijn drie soorten vaccins: bacterieel, viraal en toxoïd (gemaakt van het gif van de bacterie) en ze worden als volgt geproduceerd: 2

Er wordt een micro-organisme onttrokken aan een ziek individu door uit de ontlasting of lichaamsvochten de betreffende bacterie of het virus te ‘isoleren’ en vervolgens op kweek te zetten. Voor vaccinproductie op grote schaal zijn dit hele grote bioreactoren ‒ een soort grote tonnen ‒ met de juiste condities voor de ‘ziekteverwekker’ om zich te kunnen vermenigvuldigen. Bij bacteriële vaccins is dit relatief eenvoudig: bacteriën hebben alleen voeding nodig, vaak kalfsplasma. Plasma is die waterige, doorzichtige vloeistof (bloed zonder rode bloedlichaampjes zeg maar, soms zie je het als wondvocht), in dit geval dus van een kalfje.

Virussen, gebruikt voor de ‘virale vaccins’, hebben niet alleen voeding nodig maar ook gastheercellen. Ze zijn namelijk zo minuscuul klein dat ze zich niet zelfstandig kunnen vermenigvuldigen. Om te overleven moeten virussen parasiteren op de bacterie ‒ of de weefselcellen waarin ze zich nestelen. De gastheercellen die voor de productie van virale vaccins gebruikt worden, zijn afkomstig van onder andere kippen- en apennieren, en zelfs geaborteerde menselijk embryo’s. De voeding voor virussen is meestal weer plasma onttrokken aan het bloed van de foetus van een kalfje.

Kort samengevat: het micro-organisme wordt dus geïsoleerd en op kweek gezet. Maar dan hebben we nog geen vaccin. Er zijn nog wel een paar obstakels die de vaccinproducent moet oplossen!

Probleem 1: Hij heeft nu wel een heleboel bacteriën en virussen, maar hij moet er wel voor zorgen dat ze minder gevaarlijk worden, want als we ze zó zouden inspuiten bij onze baby’s dan worden ze ziek. Dat had Pasteur al ontdekt met zijn laboratoriumdiertjes. Bacteriën inspuiten is riskant en bovendien zit in babybloed (menselijk bloed) óók plasma. Oplossing voor probleem 1: De bacteriën worden ‘geattenueerd’ (attenueren is een mooi woord voor het verzwakken of doden van micro-organismen); daar wordt onder andere formaldehyde voor gebruikt.

Nu moet de vaccinproducent echter weer een nieuw obstakel overwinnen:

Probleem 2: Als we geattenueerde bacteriën inspuiten is de ‘immuunrespons onvoldoende’. Ons lijf zegt: ‘Ja hoor eens even ‒ hier doe ik geen moeite voor, die dingen zijn dood! Dus we worden er niet ziek van, maar we maken ook geen of ‘onvoldoende’ antilichamen aan. Wat is de oplossing voor probleem 2? De fabrikant gaat de ‘immuunrespons’ versterken. En daarvoor gebruikt hij hulp- of ‘niet-actieve’ stoffen zoals aluminiumfosfaat.

Probleem 3: Als laatste moet hij er nog voor zorgen dat het vaccin goed blijft en er een houdbaarheidsdatum op geplakt wordt. We willen het vaccin kunnen vervoeren en bewaren. En de oplossing daarvoor is: het toevoegen van chemische conserveer- en stabiliseermiddelen: bijvoorbeeld fenol.

Daarmee hebben we de grootste problemen van de vaccinproducent wel opgelost, maar voor de consument (onze baby), zitten er wel een paar addertjes onder het gras, want we spuiten inmiddels wel wat meer in dan alleen maar ‘geattenueerde ziekteverwekkers’! Een ‘geïsoleerd virus’ bijvoorbeeld, bestaat helemaal niet. Virussen zijn zo oneindig klein dat we onmogelijk alleen dat zogenaamd ziekteverwekkende virus uit een ziek individu ‒ en later uit de kweek ‒ kunnen isoleren. Uit hoeveel verschillende virussen een ‘geïsoleerd virus’ bestaat, is onbekend. Hoe beter de microscoop, hoe meer we er ontdekken. In een uitstekend artikel: ‘What Is Coming Through That Needle? ‒ The Problem of Pathogenic Vaccine Contamination’ schrijft Benjamin McRearden:

‘Please be aware that there is ample evidence in the scientific literature that serious viruses, bacteria; or components and toxins there from; as wel as foreign animal or cancer-related proteins and are finding their way into the commercial vaccines intended for humans, pets, and agriculture animal.’
Bron: www.whale.to/a/needle.html

Met andere woorden: als we virussen kweken op niercellen van apen, hamsters en honden, worden vaccins ‘gecontamineerd’ (vervuild) met viraal, erfelijk en ander materiaal van apen, hamsters en honden! En omdat de mens over het algemeen een goede relatie heeft met menselijke virussen, maar niet per definitie met virussen of bacteriën van een andere diersoort, kan dat fout gaan. Zoals dat bijvoorbeeld gebeurd is met het poliovaccin en de BMR.

Uit Vaccine Safety Manual van Neil Z. Miller komt een overzicht dat de medische wereld het liefst heel diep in de doofpot wil stoppen:

      1. Apennieren worden gebruikt om poliovaccins te ontwikkelen.
      2. Het SV40-virus, een kankerverwekkend virus, gedijt goed op apennieren.
      3. Poliovaccins worden besmet met het SV40-virus.
      4. Miljoenen mensen in Amerika en de rest van de wereld zijn ermee geïnjecteerd en dus geïnfecteerd.
      5. Kankergevallen zijn toegenomen en het SV40-virus ‒ een apenvirus ‒ wordt teruggevonden in botkankers, longkankers en leukemie.

Polio Vaccines and sminian virus
Op www.ouralexander.org kun je een boeiend relaas lezen van ouders die de relatie tussen apenvirussen en kanker ontdekten (in de hersentumor van hun baby) en vervolgens diepgaand onderzoek verrichtten naar wat er ingespoten wordt en wie daarvoor aansprakelijk gesteld kan worden.

Ook het boek The Virus and the Vaccine van Debbie Bookchin en Jim Schumacher is een weergave van jarenlang onderzoek naar hoe het mogelijk is dat CB-artsen onze baby´s massaal inspuiten met virussen die in proefdieren kanker veroorzaken, zonder ouders hier goed over te informeren. Het leest bijna als een goede thriller ‒ ware het niet dat de bijna 80 bladzijden ‘notes and sources’ met de verwijzingen naar bronnen, rapporten, verslagen van vergaderingen enzovoorts aan het einde van het boek niet veel opening meer bieden om de ogen te sluiten voor het feit dat 40 jaar lang uitstellen van het erkennen van de realiteit een andere reden heeft dan ‘het beschermen van de volksgezondheid’.

 

 

 

 

BMR – bof, mazelen en rodehond vaccin

Wat betreft de BMR schrijft Janine Roberts in haar prachtige boek ‘Fear of the Invisible’ over de vervuiling van het BMR-vaccin met kippenvirussen:

‘It thus seems that the reason why so far little has been done to remove the chicken virus contamination from the mmr and other vaccines ‒ is that there is no known safer way to vaccinate, despite many decades of research, despite governments spending millions of dollars to try to find a safe way to make vaccines. Toxins will accumulate in the body ‒ so what long-term accumulative damage is being caused through the great number of vaccines given today?’

Onduidelijk; niemand die het weet.

Tedd Koren, schrijver van Childhood Vaccinations: ‘Questions All Parents Should Ask’ schrijft over het injecteren van dierlijk DNA en RNA (dierlijk erfelijk materiaal): ‘Do vaccines affect genetic material? Are we hurting future generations? No one knows.’

 

We weten het gewoon niet

Hoe onderzoek je het effect van dierlijk DNA op mensen? Of wat virussen in de verschillende combinaties en hoeveelheden gaan doen in het lichaam van een baby? Als je bijvoorbeeld leeuwen wilt bestuderen, kun je met een team van onderzoekers drie maanden in Afrika achter ze aan gaan lopen. Op een gegeven moment kom je er wel achter hoe ze zich gedragen, wat ze eten enzovoorts. Dat kan niet met micro-organismen. Hoe in vredesnaam volg je een virus in een babylijfje?

 

Conclusie:

Al het onderzoek van virussen en bacteriën vindt plaats in een laboratoriumsituatie. En dat betekent dat we praktisch niets weten van hun natuurlijke gedrag. En zeker niet over het gedrag (op korte en lange termijn) van virussen van ándere diersoorten in ónze soort.

Het gaat gewoon goed zolang het goed gaat.

 

Wat zit er nog meer in vaccins behalve bacteriën en virussen?

Hoe zit het met de chemische componenten van het vaccin? Om welke chemische stoffen gaat het en wat weten we over deze stoffen?
Als je er meer over te weten wilt komen, heb je niet veel aan het Handboek Vaccinaties (het leerboek voor CB-artsen) en ook niet veel aan bijsluiters. Informatie kun je vinden op ‘medical data fact sheets’, opvragen bij milieubewegingen of nazoeken op chemiekaarten. Dat zijn overzichtskaarten voor mensen die bijvoorbeeld met giftige stoffen werken. Er staat informatie op over de stof zelf en de veiligheid voor de persoon die ermee werkt; bijvoorbeeld over de maximaal toelaatbare waarde ‒ een waarde waarboven de stof, als je deze zou inslikken of inademen, schade oplevert voor de gezondheid.

Ik wil een paar belangrijke ‘chemische componenten’ van het vaccin noemen en ik heb hiervoor gebruikgemaakt van het boek Immunisation ‒ History, Ethics, Law and Health van Catherine Diodati ‒ ontstaan uit een proefschrift over vaccins naar aanleiding van de vaccinatieschade die haar dochtertje opliep. Ingekort en vrij vertaald, met tussen haakjes mijn toevoegingen:

‘Formaldehyde: In vaccins gebruikt om bacteriën en virussen te inactiveren, zit in bijna alle vaccins. Het is een kankerverwekkende stof. Formaldehyde oplossingen worden (afgezien van in vaccins) gebruikt om ziektekiemen, schimmels en insecten te doden. De meest bekende toepassing is het conserveren van lijken. (Weet je nog dat er vroeger in de biologie klas van die potten met dode kikkers en zo die op ‘sterk water’ stonden? Dat zijn formaldehyde oplossingen die voorkomen dat een dood organisme kan ontbinden want alle bacteriën die dat normaalgesproken doen worden door de formaldehyde gedood). Formaldehyde is giftig als je het binnenkrijgt (en alles hangt natuurlijk af van de hoeveelheden, daar gaan we het straks over hebben); kan weefselschade veroorzaken; overgeven van bloed (indicatie van bloedingen maag en bovenste delen darm); bloed in de urine (gevaarlijk, duidt op nieraandoeningen), duizeligheid, coma, overlijden, huidirritaties en circulatoir collaps. Formaldehyde gaat niet samen met onder andere fenol, wat ook gebruikt wordt in vaccins.

Fenol: In vaccins gebruikt als desinfecteer- en conserveermiddel. Zeer giftige stof. Je vindt het onder andere in desinfecteermiddelen, verf en plastic. Blootstelling aan fenol kan leiden tot systematische vergiftiging (het is een protoplasmisch gif dat wil zeggen giftig voor alle cellen en bijtend op de huid). Symptomen bij inname: zweten, overgeven, hoofdpijn, shock, beschadiging van de nieren, convulsies, mentale stoornissen, hart of nierfalen, overlijden.

2 fenoxyethanol: remt groei en reproductie van micro-organismen. Zeer giftig, kan zeer veel problemen veroorzaken: algehele malaise, blindheid, hypoglycemia (laag bloedsuikergehalte), schade aan maag en ingewanden, verhoogde niveaus van vet triglycerides en cholesterol in het bloed.’

En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

Wisten jullie dat dergelijke stoffen in de pakweg 30 doses vaccins zitten, die baby’s toegediend krijgen in hun eerste levensjaar?

Nee?

Hoe zouden we het moeten weten???

 

De Nederlandse Vereniging voor Toxicologie

Toen ik er ruim 15 jaar geleden zelf, min of meer toevallig, achter kwam wat er allemaal in vaccins zit en er vragen over stelde aan de CB-arts gaf ze mij het standaardantwoord: ‘Het zijn maar hele kleine hoeveelheden en het is heel goed onderzocht.’ Om welke hoeveelheden het ging wist ze niet en hoe en door wie ‘het’ onderzocht was ook niet, dus ik besloot dat zelf maar uit te zoeken. Ik had de hoeveelheden in de bijsluiter bekeken en vroeg me af: ‘wat is de maximaal toelaatbare waarde van bijvoorbeeld aluminium, in het lichaam van een baby???’

Aluminium is een neurotoxische stof die een baby nog niet kan afbreken. Wat is de grens waarónder de toegediende hoeveelheid veilig is en waarbóven het beschadiging aan de hersenen of zenuwen kan veroorzaken? Zeg maar net als bij alcohol: hoeveel kan een baby drinken zonder dat hij er dronken van wordt: een flesje, een slokje, een lepel? Dat wilde ik weten en de zoektocht naar die waarden deed me bellen, schrijven, bellen, schrijven, bellen en schrijven (RIVM, College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, CB-artsen, huisartsen, de minister van Volksgezondheid enzovoorts). Overal kreeg ik hetzelfde te horen: ik hoefde me geen zorgen te maken, want het is heel goed onderzocht. Dat is de officiële lijn ‒ maar het is me nooit gelukt het onderzoek te pakken te krijgen. Er was niet één onderzoek dat het duidelijk kon maken of ze zouden me wat sturen maar dat kwam nooit, of ik moest ergens anders zijn. Kortom, dead end street – totdat ik iemand sprak van de Nederlandse Vereniging voor Toxicologie en toen kwam de aap uit de mouw. Deze persoon zei simpelweg: ‘De maximaal toelaatbare waarde van aluminium voor een baby? Dat weten we niet, want er wordt geen onderzoek gedaan op baby’s.’

 

Ethiek met een dubbele moraal:

Het is wettelijk verboden onderzoek te doen op baby’s. Men vindt dat onethisch, en dat vind ik ook. Onderzoek op baby’s is niet echt ethisch verantwoord. Maar is het wel ethisch verantwoord om gevaarlijke chemische stoffen in te spuiten ‒ zonder ouders heel goed voor te lichten over het feit dát we ze inspuiten?

Feit is:

      1. We worden er niet over voorgelicht.
      2. Er worden gevaarlijke stoffen geïnjecteerd in baby’s en kleine kinderen.

Hieronder een overzicht. Voor de duidelijkheid: het zijn stoffen die je tegen kunt komen in de verschillende vaccins. Dus niet al die stoffen zitten in elk vaccin, maar de vraag is of je er zelfs maar één van zou willen inspuiten. Het zijn stoffen die van nature niet in het bloed van een pasgeboren baby terechtkomen, dus Moeder Natuur is er niet op ingesteld om op een effectieve manier met deze stoffen om te gaan. Bovendien kennen we deze stoffen. Ze zijn gevaarlijk; ze staan bekend als neurotoxin (giftig voor de hersenen en het zenuwstelsel); als respiratoirtoxin (gevaarlijk voor de luchtwegen); als kankerverwekkend enzovoorts.

Whats in a vaccineAmmonium sulfate (salt): suspected gastrointestinal, liver, nerve and respiratory system poison. Beta-ropiolactone: Known to cause cancer. Suspected gastrointestinal, liver, respiratory, skin and sense organ poison. Geneticallly modified yeast; animal, bacterial & viral DNA: Can be incorporated into the recipient’s DNA and cause unknown genetic mutations. Latex rubber: Can cause life-threatening allergic reactions. Monosodium glutamate (MSG/glutamate/glutamic acid): Being studied for mutageneic, teratogenic (developmental malformation and monstrosities) and reproductive effects. Allergic reactions can range form mild to severe. Aluminium: Implicated as a cause of brain damage; suspected factor in Alzheimer’s Disease, dementia, seizures and comas. Allergic reactions can occur on skin. Formaldahyde (formalin): Major constituent of embalming fluid; poisonous if ingested. Probable carcinogen; suspected gastro-intestinal, liver, immune system, nerve, reproductive system and respiratory poison. Linked to leukemia, brain, colon and lymphatic cancer. Micro-organisms: Live and killed viri and bacteria or their toxins. The polio vaccine was contaminated with a monkey virus now turning up in human bone, lung-lining (mesothelioma), brain tumors and lymphomas. Polysorbate 80: Known to casue cancer in animals. Tri(n)butylphosphate: Suspected kidney and nerve poison. Glutaraldehyde: Poisonous if ingested. Causes birth defects in experimental animals. Gelatin: Produced from selected bones of calf and cattle skins, demineralized cattle bones and pork skin. Allergic reactions have been reported. Gentamicin sulfate & Polymyxin B: Allergic reactions can range from mild to life threatening. Mercury (thimerosal): One of the most poisonous substances known. Has an affinity for the brain, gut, liver, bone marrow and kidneys. Minute amounts can cause nerve damage. Symptoms of mercury toxicity are similar to those of autism. Neomycin sulfate: Interferes with Vitamin B6 absorption. An error in the uptake of B6 can cause a rare form of epilepsy and mental retardation. Allergic reactions can be mild to life threatening. Phenol/Phenoxyethanol: Used as antifreeze. Toxic to all cells and capable of disabeling the immune system’s primary response mechanism. Human & animal cells: Human cells from aborted fetal tissue and human albumin. Pig blood, horse blood, rabbit brain, guinea pig, dog kidney, cow heart, monkey kidney, chick embryo, duck egg, calf serum, sheep blood and others.
Andere overzichten kun je vinden op: www.informedchoice.info/cocktail.htmlwww.novaccine.com/vaccine-ingredientswww.dropbox.com/s/29ds70ah4jwzf1z/RVP%20Vaccins%20en%20inhoudsstoffen.pdf?dl=0

 

En dan is nu de vraag:

Wat zijn de effecten van het inspuiten van steeds grotere hoeveelheden gevaarlijke hulpstoffen, op steeds jongere leeftijd, in onze baby’s en kinderen?

 

‘Het’ zijn maar hele kleine hoeveelheden en ‘het’ is heel goed onderzocht

Hoeveelheden zijn inderdaad superbelangrijk. We nemen weer alcohol als voorbeeld: wat alcohol doet in je lichaam hangt helemaal af van de hoeveelheid die je drinkt. Eén glaasje voor een volwassene merk je meestal niet eens; drink je meer, laten we zeggen zo’n 3 tot 7 glazen, dan gaat het je functioneren beïnvloeden. Drink je teveel, dan wordt het een gif: na een glas of 10 gaat je lichaam overgeven om het zo snel mogelijk kwijt te raken. En drink je bijvoorbeeld 20 glazen in een paar uur, dan wordt de concentratie alcohol in je bloed ‒ en daarmee ook in de hersenen, zó hoog dat je bewusteloos of in coma kan raken. Een alcoholvergiftiging is echt geen lolletje meer; daar kun je aan overlijden. Dus wat alcohol, of een andere stof doet in je lichaam hangt helemaal af van de hoeveelheid die je drinkt, en natuurlijk van de conditie van de ontvanger. Eén glas wijn in het flesje van de baby is weer een ander verhaal.

Over de standaardargumenten van de arts: ‘het’ zijn maar hele kleine hoeveelheden en ‘het’ is heel goed onderzocht, valt dus wel het een en ander te zeggen.

Ten eerste: In de praktijk is de hoeveelheid vaccinvloeistof die ingespoten wordt bij een baby en een volwassene hetzelfde… maar het lichaamsgewicht en de mate van ontwikkeling van het organisme niet.

Dat betekent dat het inspuiten van een gelijke hoeveelheid vaccin een totaal andere uitwerking kan hebben op een baby dan op een volwassene. (Dit is de reden waarom je een kind maar een half aspirientje geeft: minder lichaamsgewicht dus er is minder medicijn nodig om hetzelfde effect te bereiken.)

Ten tweede: Niet alleen het lichaamsgewicht maar ook de conditie van de ontvanger verschilt: een volwassene heeft een volledig ontwikkeld immuunsysteem en een baby nog niet. De nieren van een baby bijvoorbeeld kunnen nog geen aluminium uitscheiden, dus dat blijft in het lichaam aanwezig. En we vaccineren niet één keer maar met 2 maanden, 3 maanden, 4 maanden enzovoorts. Daardoor is er sprake van een cumulatief effect: de hoeveelheid aluminium in het lichaam wordt met elke prik groter.

Boyd Haley, wetenschapper gespecialiseerd in de effecten van onder andere kwik en aluminium in vaccins, zegt:

‘A single vaccine given to a six-pound newborn is the equivalent of giving a 180-pound adult 30 vaccinations on the same day. (In Amerika wordt de eerste prik gegeven op de dag dat de baby geboren wordt, in Nederland is de baby twee maanden oud als het de eerste injectie krijgt. Laten we zeggen dat de baby dan bijvoorbeeld 10 pond weegt – dus de verhouding verandert, maar toch, het effect van één prik voor een baby staat gelijk aan tig prikken voor een volwassene). Include in this the toxic effects of high levels of aluminum and formaldehyde contained in some vaccines, and the synergist toxicity could be increased to unknown levels (in combinatie hebben de verschillende stoffen ook weer (voornamelijk onbekende) effecten). Further, it is very well known that infants do not produce significant levels of bile (gal) or have adult renal capacity (nieren zijn bij baby’s nog niet goed ontwikkeld) for several months after birth. Bilary transport is the major biochemical route by which mercury is removed from the body, and infants cannot do this very well. They also do not possess the renal (kidney) capacity to remove aluminum. Additionally, mercury is a well-known inhibitor of kidney function.’ Bron: www.whale.to/v/haly_q.html

Nogmaals: het immuunsysteem van een baby is qua ontwikkeling niet te vergelijken met dat van een volwassene en daarom kan de baby zich niet ontdoen van een groot gedeelte van de ‘hulpstoffen’ van een vaccin.

Ten derde: Er is sprake van toenemende weerstand bij ouders!
Onderzoek naar de ‘prikbereidheid’ van ouders heeft uitgewezen dat veel ouders het niet leuk vinden om naar het consultatiebureau te gaan om die prikken te halen. Dit is de reden dat de overheid is begonnen om zo veel mogelijk vaccins in één spuit te combineren om het aantal ‘prikmomenten zo laag mogelijk te houden’. Prettiger voor de ouders, maar niet voor het kind. De toxische stoffen komen door de gecombineerde vaccins in grotere hoeveelheden het lichaam binnen en dat betekent natuurlijk een grotere belasting voor het systeem. En niemand kan met zekerheid zeggen waar de grens ligt van welke hoeveelheid een individuele baby op een bepaald moment kan verwerken. Ook artsen niet.

 

The River of Life

Het inspuiten van giftige stoffen praktisch direct in de bloedbaan zou je kunnen vergelijken met het lozen van chemische afvalstoffen in een rivier. Als er 1 fabriek is die dit doet, vangt Moeder Natuur het wel op. Zijn het er 10 dan krijgen de vissen kanker, 50 en ze worden onvruchtbaar en 80 dan sterft al het leven in de rivier uit.

Op dit moment is 10% van de vrouwen in Amerika onvruchtbaar en de eerste doodsoorzaak van kinderen onder de 15 jaar is kanker. Hoeveel procent van die kindersterfte zou veroorzaakt kunnen zijn door vaccins? 1%, 10%, 20%?? We weten het niet, en we zullen het nooit weten ook – want het wordt niet onderzocht.

Ik citeer Ted Koren uit Childhood Vaccination, Questions All Parents Should Ask:
‘Are vaccines responsable for the increase in childhood cancers?’

Een belangrijke vraag. De schrijver heeft de bijsluiters erbij gepakt en kwam tot de schrikbarende conclusie dat:

‘Non of the vaccines injected into children have been tested for their carcinogenic (cancer causing), mutagenic (mutation causing) (we spuiten ook stukjes erfelijk materiaal in: dierlijk RNA en DNA) or tetarogenic (developmental malformation causing) potential.’

Het wordt niet getest.

Zijn conclusie wordt gevolgd door een lijst van 2 pagina’s lang met citaten van bijsluiters, waarvan op de volgende bladzijde een gedeelte:

Citaten van bijsluiters

We spuiten stoffen in waarvan we weten dat ze kanker kunnen veroorzaken, maar het verband met de toenemende kindersterfte aan kanker wordt niet gelegd, want:

Ten eerste krijg je geen kanker op de dag nadat je gevaccineerd bent; er zit tijd tussen het toedienen van het vaccin en het aan het licht komen van de bijwerkingen. Daar kunnen jaren overheen gaan.

Ten tweede kun je van zo veel dingen kanker krijgen.

Ten derde is de medische wereld kennelijk niet bezig met het achterhalen van de oorzaak. De oncoloog in het ziekenhuis zegt heus niet: ‘Dit zou je derde DKTP kunnen zijn… of de dampen die uit de nieuwe vloer-bedekking kwamen toen je 3 jaar was.’ Daar is toch geen beginnen aan? Oncologen kijken niet naar oorzaken. Ze houden zich bezig met het ‘behandelen’ van gevolgen.

 

Bij ons staat er niet in de bijsluiters dat er geen onderzoek naar kankerverwekkende eigenschappen van het vaccin gedaan is

Waarom wordt er in Amerika expliciet vermeld in de bijsluiters dat het niet onderzocht wordt? Omdat vaccineren in de Verenigde Staten verplicht is. Maar met het groeiende bewustzijn van wat we eigenlijk inspuiten, gaan steeds meer ouders rechtszaken voeren als het fout gaat en daarom dekt de fabrikant zich in.

In Nederland hebben we een andere cultuur. Ons beleid is: géén slapende honden wakker maken! De fabrikanten geven zo min mogelijk informatie over wat ze noemen de ‘andere bestanddelen van vaccins’. Over de chemische stoffen en ‘vervuilingen’ die bij elke prik mee ingespoten worden, horen we eigenlijk niets.

 

Vaccineren is tenslotte een kwestie van vertrouwen!

Hoe gaat dit in zijn werk?

Ouders vertrouwen de gezondheid van hun kinderen toe aan de arts op het consultatiebureau want die heeft ervoor geleerd en ‘ze zal heus wel weten wat ze doet.’ Ze realiseren zich niet dat artsen niets weten over de stoffen die ze inspuiten. Vraag de CB-arts maar eens wat ze weet over formaldehyde (er staat niets over de werking van formaldehyde in haar leerboek), en je komt er al snel achter dat ze er net zo veel over weet als jij en ik. ‘Het’ zijn hele kleine hoeveelheden en ‘het’ is heel goed onderzocht, is beleid. Of liever gezegd marketing. De onderzoeken waar de CB-arts het over heeft, zijn door de fabrikant gedaan. De arts heeft de onderzoeken niet uitgevoerd, niet bestudeerd, niet gecontroleerd en zelfs niet eens gelezen. Op bijvoorbeeld nascholingsdagen heeft ze wel geleerd hoe ze om moet gaan met de kritische vragen van onwillige of twijfelende moeders. Onderzoek naar de ‘prikbereidheid van ouders’ (dit kun je lezen in bijvoorbeeld ‘The Future of the National Immunization Programme: towards a programme for all age groups’, te downloaden van het internet gr.nl/sites/default/files/200703E_0.pdf) wijst uit dat: ‘het zijn maar hele kleine hoeveelheden’, ‘het is heel goed onderzocht’ en ‘doe het nou maar, want als je kind ziek wordt, krijg je later spijt’ de top 3 argumenten zijn om twijfelende ouders over de streep te halen.

Dus dat is het beleid.

 

Artsen volgen het beleid, maar de overheid bepaalt het

Wat zegt de overheid eigenlijk over het inspuiten van die giftige stoffen?

Niets… de overheid weigert ouders voor te lichten over de ingrediënten van vaccins. Zij baseert haar beleid op het advies van de Gezondheidsraad.

Wat zegt de Gezondheidsraad over het inspuiten van giftige, chemische stoffen in baby’s en jonge kinderen?

Niets… hij krijgt zijn informatie van de fabrikant.

De Gezondheidsraad is een organisatie die de overheid adviseert over onder andere het invoeren van nieuwe vaccins. Hij bestaat uit een relatief kleine groep ‘experts’ en zijn advies bepaalt voor een groot deel het vaccinatiebeleid. De Gezondheidsraad is ‘pro-vaccins’. Het eerdergenoemde rapport: ‘The Future of the National Immunisation Programme: towards a programme for all age groups’ gaat over alle nieuwe vaccins die in de wachtkamer zitten om toegevoegd te worden aan het RVP: 23 in totaal (waaronder waterpokken, griep, hepatitis A).

Het RVP is ‘a program for all age groups’: niet alleen de baby’s, kleine kinderen, toeristen, bejaarden, tieners en zwangere vrouwen lopen risico. Iedereen loopt risico! En hoe meer, hoe vaker en hoe vroeger we beschermd zijn, hoe beter. Dat is het motto.

Ik citeer uit het rapport van de Gezondheidsraad:

‘Greater understanding of the immune system opens the way for additional
vaccines. It is also now known that the immune system is quite capable of coping with very large numbers (thousands) of antigens. There is therefore no reason to suppose that the immune system can be overloaded or otherwise adversely affected by exposure to different antigens, as happens in the NIP (national immunisation programme).’
Bron: gr.nl/sites/default/files/200703E_0.pdf

De Gezondheidsraad houdt zijn blik strak gericht op de bacteriën en virussen die volgens het medische dogma ziektes veroorzaken en, zoals we in hoofdstuk 2 hebben gezien zijn die inderdaad oneindig in aantal. We kunnen dus echt eindeloos doorgaan met vaccins ontwikkelen en toevoegen aan het RVP om ‘nog beter beschermd’ te zijn. Ware het niet… dat we dan ook wel heel veel additieven ingespoten krijgen! En wat de grens is van het aantal additieven (de chemische toevoegingen) dat ons lichaam kan verwerken, dáár wordt in het hele rapport geen woord over gezegd.

 

Gezondheid en industrie

De Gezondheidsraad heeft banden met de farmaceutische industrie.3

Wat zegt de fabrikant over het inspuiten van giftige, chemische stoffen?

‘Vaccins zijn veilig’, zegt de fabrikant, ‘want de ziekteverwekker is “onschadelijk” gemaakt en de chemische componenten zijn zooooo klein dat die geen schade op kunnen leveren.’ Dat is de boodschap die keer op keer op keer herhaald wordt. ‘Vaccins zijn veilig’ is de mantra van de fabrikant.

Maar ik gelóóf het niet.

We spuiten geen vitamine C in, het gaat om chemische stoffen! Het enige ingrediënt in een vaccin waarvan we zeker weten dat het veilig is, is een beetje water ‒ daar wordt alles in opgelost zodat we het in kunnen spuiten ‒ voor de rest bevat een vaccin bacteriën, virussen en chemische stoffen waarvan bekend is dat die gevaarlijk zijn. Veilig???!!! Voordat iemand dit brouwsel inspuit bij mijn baby wil ik graag weten hoe en door wie bewezen is dat dit veilig is!

 

Give us a choice and show us the Science

En ik sta hier niet alleen in.

international_public_conference

In Washington organiseerde het nvic (National Vaccine Information Centre) in oktober 2009 voor de vierde keer een internationaal congres waar honderden ouders en gezondheidswerkers aan deelnamen. Hun motto? ‘Give us the choice and Show us the Science.’ We willen kunnen kiezen ‒ en keuze betekent ook dat we geïnformeerd en niet geïndoctrineerd worden ‒ en we willen het onderzoek zien dat bewijst dat vaccins veilig zijn.

 

Wat ging hieraan vooraf?

Een groei in het bewustzijn van honderdduizenden, waarschijnlijk miljoenen ouders.

Ruim 10 jaar geleden vierde het zoontje van een vriendin van mij zijn eerste verjaardag en de hele kamer zat vol; 12 andere kiddies, allemaal zo’n beetje 1 jaar. Supergezellig, behalve toen we het over hun gezondheid kregen. Van de 12 kindertjes hadden er al 9 medische behandelingen gehad; antibiotica, zalfje… De een had alsmaar last van zijn oortjes, de ander was constant verkouden, de derde had astma; ik wist niet wat ik hoorde. Maar toen ik erover begon dat ‘vaccins hier misschien iets mee te maken hadden’ keken de moeders me aan alsof ik gek was. Hoe kwam ik erbij? Dat kon echt niet! Thuisgekomen zei ik tegen mijn man: ‘Ik denk dat een groot deel van die baby’s daar vaccinatieschade heeft.’

Bijna nergens bestaat zo veel verwarring over als over bijwerkingen van vaccins. Hoe meer ouders een verband vermoeden; hoe harder dit door de autoriteiten ontkend wordt. Niemand weet precies wat de bijwerkingen van vaccins zijn.

Wat mij betreft zijn er 3 versies:

1. Niet-herkende bijwerkingen: Ouders die ploeteren met een kind dat constant verkouden is of kanker heeft of een andere chronische klacht. En dat vaccins daar misschien iets mee te maken zouden kunnen hebben komt gewoon niet in hen op.
Artsen in deze groep zijn de artsen en voorlichters die zeggen: er zijn geen bijwerkingen van vaccins. Op de uitnodigingsfolder die ik 10 jaar geleden kreeg stond niets over bijwerkingen. En over die oorontsteking of epileptische aanval na vaccinatie zei de arts: ‘Dat is ‘coïncidenteel voorkomen’, met andere woorden: heeft niets met vaccinatie te maken maar gebeurt toevállig net na de vaccinatie. En wat de arts zei, dat was gewoon zo en moeders gingen met een antibioticakuurtje weer naar huis.

2. De tweede groep noem ik de vermoede bijwerkingen: Ouders in deze groep zitten in de verwarring ‒ ze worden heen en weer geslingerd tussen wat ze zelf voelen en denken en wat de autoriteiten zeggen dat waar is.

Neil Z. Miller verzamelt reacties van ouders, zoals:

  • ‘When my daughter was 2 years old, she received her MMR shot. Five days later, she had a high fever and seizures. Now she has a hearing loss. Can MMR damage hearing?’
  • ‘My daughter had a serious reaction to MMR at 22 months. She developed brain damage after a fever of 106 degrees. She also had seizures which are unresponsive to medication, damage to nerves of her eyes and learning disabilities that she battles every day. We took her case to court and lost.’
  • ‘I would like to know if there are more people like me who have lost children to diabetes from the MMR shot. Could you sent me studies, data, or personal stories that you have concerning other babies, such as mine, who went into sudden onset diabetes after getting the MMR shot?’
  • ‘Three days ago my friend’s 15 month old daughter was hospitalized after experiencing a high fever and her first seizure. The hospital put the baby through a series of tests, including a cat scan and cbc. My friend told me he thought it was a reaction to the MMR vaccine she recently received. However, the doctors were puzzled as to the cause and disallowed the explanation.’ Bron: www.thinktwice.com/stories.html

Op de website www.thinktwice.com gaat dit pagina’s lang door. Steeds meer van dit soort ervaringen van ouders beginnen in de maatschappij hun weg te vinden. En zelfs CB-artsen zeggen nu voorzichtig: ‘Vaccineren kán bijwerkingen hebben.’ De uitnodigingsfolder is inmiddels aangepast en nu staat het er zelfs op: ‘vaccineren kan bijwerkingen hebben’, maar het gaat dan wel om ‘milde’ bijwerkingen. Ik citeer uit de folder: ‘Meestal ontstaan de bijwerkingen op de dag van inenting en duren niet langer dan 24 tot 48 uur.’ Het gaat om: ‘verschijnselen rondom de prikplek, roodheid, zwelling, pijn, soms koorts, hangerigheid.’ Dat valt dus allemaal nog wel mee… Een enkele keer ‘heftig langdurig huilen bij baby’s’ of ‘flauwvallen bij kleuters’ is eigenlijk wel het ergste, want ‘verkleurde benen, heftige uitslag, koortsstuipen en collapsreacties komen zelden voor’‒ staat er.

De brochure ‘Veiligheid en vaccinaties’ van de overheid stelt ons nog eens extra gerust met de woorden: ’Voor alle bijwerkingen geldt dat ze spontaan verdwijnen en zelden of nooit blijvende schade aanrichten, hoe bedreigend ze er ook uitzien.’

 

We gaan een klein uitstapje maken naar de wetenschap die onder dergelijke uitspraken ligt

Vaccinonderzoek, uitgevoerd door de producent, verloopt in verschillende fasen:

Eerst wordt er in een laboratorium onderzoek gedaan op dieren, meestal muizen en ratten. Mijn mening: onderzoek op dieren kost veel geld, het is een wrede aangelegenheid; het geeft informatie, maar bewijst niet dat vaccins veilig zijn voor baby’s. Baby’s en muizen zijn twee verschillende dingen.

Daarna worden vaccins getest op jonge volwassenen, maar, ook jonge volwassenen zijn niet te vergelijken met baby’s; ze hebben meer lichaamsgewicht en bovendien een volgroeid immuunsysteem.

En de laatste fase in het onderzoek is het testen van het vaccin ‘in de praktijk’: men kijkt hoeveel bijwerkingen er gemeld worden en past het Rijksvaccinatieprogramma hierop aan. Dat betekent dat onze kinderen ‒ zonder dat we hierover goed voorgelicht worden ‒ in vele gevallen proefkonijn zijn!

Het grijze gebied van ‘aanpassingen van het vaccinatiebeleid’ gebaseerd op de hoeveelheid meldingen van bijwerkingen vindt plaats in zowel de derde fase van het onderzoek als daarna. En de overheid noemt dit ‘intensieve veiligheidsbewaking’. Ik citeer uit de brochure ‘Vaccinaties en veiligheid’:

‘Intensieve veiligheidsbewaking is een belangrijk onderdeel van het Rijksvaccinatieprogramma. De consultatiebureaus en GGD’s waar kinderen worden gevaccineerd melden mogelijke bijwerkingen bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het RIVM registreert en onderzoekt de klachten. Er wordt bijvoorbeeld gekeken of ze verband houden met de samenstelling van vaccins, de gelijktijdige toediening van vaccins, het aantal keren dat kinderen in totaal worden gevaccineerd of de leeftijd van de kinderen. Met de opgedane kennis en ervaring wordt het Rijksvaccinatieprogramma steeds verder verbeterd.’ Bron: hier komt de pdf

Weinig ouders beseffen dat op het moment dat de vaccinproducent een ‘veilig en effectief’ vaccin op de markt brengt er geen bewijs is dat het vaccin veilig is voor baby’s. Dat moet in de laatste fase van het onderzoek ‒ in de praktijk ‒ nog blijken aan de hand van het aantal bijwerkingen dat gemeld wordt.

Vaccin reactionsHet probleem is alleen dat nietsvermoedende ouders geen flauw idee hebben wat ze kunnen verwachten. We weten niet wat er ingespoten is; de arts gelooft dat het veilig is; we vertrouwen de autoriteiten; we weten niet dat in veel gevallen het onderzoek nog niet afgerond is, en bijwerkingen melden??? Uhm… Ehhh… waar doen we dat?

Naar schatting is het aantal bijwerkingen dat gemeld wordt het topje van de ijsberg. Vaak zien noch de arts, noch de ouders het verband tussen optredende klachten en vaccins, temeer omdat dit in de leerboeken en officiële voorlichting ontbreekt of ontkend wordt. In de brochure ‘Bescherm uw kind tegen infectieziekten’ stelt de overheid ons voor de zoveelste keer gerust met de woorden:

‘Ziektes zoals hersenbeschadiging, ontwikkelingsachterstand, epilepsie, diabetes, autisme of overlijden door bijvoorbeeld wiegendood komen dus NOOIT door de inenting.’ Bron: www.rivm.nl

Maar de overheid doet zelf geen onderzoek naar de (ongewenste) effecten van vaccins. De uitspraken die zij doet, zijn gebaseerd op onderzoek dat door de farmaceutische industrie uitgevoerd wordt. En de theorie en de praktijk lopen steeds verder uit elkaar.

 

Grassroot movement on the rise

Omdat in de praktijk de getallen gestaag blijven stijgen en ouders zich steeds beter organiseren, zijn we erachter aan het komen dat bijwerkingen helemaal niet zeldzaam zijn; ze worden alleen zelden gemeld. Het National Vaccine Information Centre is begonnen met het opvullen van de hiaten in de voorlichting (zie folder op de vorige bladzijde). Veelvoorkomende bijwerkingen worden door moeders omschreven als:

… ‘It was a pain cry, a shrill scream and lasted for hours and nothing would help.’
… ‘Her eyes twitched, her chin trembled, her body went rigid and then would shake.’
… ‘She won’t sleep or eat. She throws herself down and sreams for no reason. She was a sweet and happy child and is now out of control. She changed into a totally different child.’

CB-artsen reageren op dergelijke ervaringen, zeker als moeders daarbij ook nog het vermoeden uitspreken dat het vaccin er iets mee te maken heeft, over het algemeen met: ‘Het verband tussen reactie X en aandoening Y en vaccins is niet aangetoond.’ Daarover zo meer.

3. Groep drie zijn de vermoede bijwerkingen op de lange termijn:
Weer terugkomend op de 3 versies bijwerkingen die er wat mij betreft zijn: naast de ‘niet-erkende bijwerkingen’ en de ‘vermoede bijwerkingen’ die direct na de prik optreden, zijn er ook ‘vermoede bijwerkingen’ die op lange termijn zichtbaar worden. Onderstaand overzicht betreft Amerikaanse cijfers. De Nederlandse cijfers liggen naar mijn inschatting (nog steeds) wat lager.

Chronische ziekte kinderen VS

cdc_mandatory
Als we kijken naar de toename van het aantal vaccins ‒ nog steeds in Amerika (16 doses van 4 verschillende vaccins in 1953, 23 doses van 7 verschillende vaccins in 1983 en 49 doses van 14 verschillende vaccins vóór de leeftijd van 6 jaar in 2013) en dus een enorme toename van chemische stoffen die het kindje moet zien te verwerken ‒ dan rijst de logische vraag: ‘Is het mogelijk dat in ieder geval een deel van die stijging van aandoeningen veroorzaakt wordt door de toename van vaccins?’ Artsen houden vol dat het ‘verband niet is aangetoond’, maar steeds meer ouders zijn overtuigd van het tegendeel. Ze hebben bijvoorbeeld ervaren dat hun kindje gezond was, een BMR-prik kreeg, dezelfde avond met koortsstuipen op de intensive care in het ziekenhuis lag en daarna nooit meer de oude is geworden. Tja.

De enige manier om te bewijzen dat vaccins wel of niet de oorzaak zijn van de toename van autisme, ADHD, astma, allergieën enzovoorts is natuurlijk een CRT-studie (controlled randomized trial). Gewoon, een paar duizend gevaccineerde kinderen ‒ eenzelfde aantal ongevaccineerde kinderen (levend onder gelijkwaardige omstandigheden), die volg je gedurende een aantal jaren ‒ ik zou zeggen minstens 10 ‒ en dan ga je turven: hoeveel krijgen er autisme enzovoorts in de gevaccineerde groep en hoeveel in de ongevacineerde. Heel simpel, een langetermijnonderzoek met een ongevaccineerde controlegroep is de enige manier om te bewijzen dat vaccins veilig zijn. Maar dit onderzoek wordt niet gedaan. ‘Omdat’, zegt de fabrikant, ‘we kinderen geen vaccins mogen onthouden, want vaccins zijn een levensreddende interventie.’

 

Scam science

Scam science is de term die in de Verenigde Staten steeds vaker valt als men het heeft over het onderzoek dat de producent aanvoert om aan te tonen dat zijn vaccin veilig is. Er zijn namelijk 3 belangrijke onderzoeken die systematisch ontbreken:

        1. Er wordt geen onderzoek gedaan op de doelgroep ‒ dat vertekent onderzoeksresultaten omdat muizen en jonge mannen nou eenmaal geen baby’s zijn.
        2. Er wordt geen langetermijnonderzoek gedaan ‒ de proefpersonen worden meestal maar een paar dagen gevolgd ‒ dat vertekent onderzoeksresultaten, want bijwerkingen komen soms pas na jaren aan het licht: leerstoornissen ontdek je bijvoorbeeld pas echt goed als het kind naar school gaat.
        3. Er wordt geen ongevaccineerde controlegroep gebruikt ‒ vaak is de controlegroep volledig gevaccineerd en krijgt de groep waarop het nieuwe vaccin getest wordt er alleen nog een extra vaccin bij ‒ dit vertekent de resultaten omdat de controlegroep in wezen niet veel verschilt van de onderzoeksgroep; ze krijgen allebei de toxische componenten van vaccins ingespoten.

4

 

Dus de situatie is als volgt:

Onze kinderen worden steeds ‘beter’ beschermd (nu al zo’n 3 generaties lang) en onze kinderen worden steeds zieker. We weten nog niet wat de oorzaak is ‒ hoewel we zo langzamerhand wel onze vermoedens hebben. Een feit is dat de epidemieën van infectieziekten van 100 jaar geleden plaatsgemaakt hebben voor epidemieën van neurologische en immunologische aandoeningen: autisme, ADHD, astma, allergieën. 5

healing_the_new_childhood_epidemicsIn Healing the New Childhood Epidemics ‒ Autism, ADHD, Asthma and Allergies van Kenneth Bock staan cijfers (uit 2008) en deze zijn helaas alleen maar hoger geworden.

‘Autism has increased, according to most estimates from approximately one in every 2,500 to 10,000 births to one in every 150-166 births, in over just the past twenty years. At least a half-million American children have autism spectrum disorders, and some experts believe it to be as high as 1.5 million. Better diagnosis does not account for this, because the diagnostic criteria have not changed significantly for many years. ADHD has increased by at least 400 percent over the same twenty years. Now 3,5 million suffer from it. Asthma has increased by 300 percent over the same time period and allergies by 400 percent.’

De medische wereld heeft géén verklaring voor de schrikbarende toename, maar blijft herhalen dat het verband tussen vaccins en aandoening … (vul maar in) niet aangetoond is. En dat klopt, want het onderzoek dat het verband zou kúnnen aantonen wordt niet gedaan ‒ in ieder geval niet door de fabrikant. En daarom kunnen de autoriteiten zonder problemen volhouden dat de gezondheidsproblemen van onze kinderen óf coïncidenteel voorkomen (toevallig rond dezelfde tijd als de vaccinatie), of ‒ een andere favoriet ‒ niet dóór maar ná vaccinatie. En als er maar genoeg vertrouwen is in het Rijksvaccinatieprogramma gaat dat een hele tijd goed.

 

Maar de reus wordt wakker…

Feit is dat veel ouders van ernstig zieke kinderen niet stilzitten. Ze gaan zoeken naar bewijzen, zoeken naar genezing en zoeken naar oorzaken. Eerst was het een enkeling maar zo langzamerhand zijn ouders massaal aan het zoeken. En velen van hen zijn op een natuurlijke manier de afgelopen decennia terechtgekomen bij de kern van de controverse met betrekking tot de veiligheid van vaccins: de wetenschap.

 

Wat wetenschappers zeggen over bijwerkingen

Vroeger dacht ik altijd: ‘wetenschap is waarheid.’ Wetenschap is een objectief gebeuren en wetenschappers zijn het met elkaar eens. Nu weet ik dat wetenschappelijke onderzoeken lijnrecht tegenover elkaar kunnen staan. Grof gezegd zijn er twee interpretaties met betrekking tot de ‘hulpstoffen’ in vaccins. Ik neem aluminium als voorbeeld.

Aluminium: zit in bijna elk vaccin, functie: hulpstof: het moet erin ‒ anders worden er niet genoeg antilichamen geproduceerd. Neil Z. Miller heeft de hoeveelheden die in de bijsluiters staan opgeteld en kwam tot een cumulatieve blootstelling van 4,925 mcg aluminium op de leeftijd van 18 maanden. Bron: www.thinktwice.com/aluminum.pdf

aluminium

 

Wat is het effect van bijna 5 microgram aluminium in het lichaam van baby’s?

Wat zeggen onafhankelijke experts?

Het aluminium dat geïnjecteerd wordt, zit binnen 15 minuten in de bloedbaan, en dat betekent dat het gaat circuleren door het hele lichaam. Baby’s kunnen aluminium niet uitscheiden en het lichaam gaat het opslaan. Waar? In vetweefsel, met name in het vettige weefsel in de hersenen. Dit is een gevaarlijke situatie. Waarom? Bij de geboorte is het hele organisme nog ‘onaf’: bijvoorbeeld het spijsverteringssysteem is nog niet voldoende ontwikkeld om vast voedsel te verteren, baby’s kunnen nog niet lopen; het spierstelsel is nog niet sterk genoeg en ga zo maar door.

Het zenuwstelsel is ook nog niet helemaal ‘af’. In de eerste twee jaar vindt er zeer veel ontwikkeling plaats op het gebied van het aanmaken van synapsen en myelineschedes. Synapsen zijn overgangen tussen de verschillende zenuwen en zéér belangrijk voor een goede coördinatie. Kort door de bocht: Ik zie wat ‒ de oogzenuw brengt de boodschap naar de hersenen. En ik pak het ‒ van de hersenen brengen zenuwen de boodschap weer naar de spieren van de arm en hand. Een schijnbaar simpele handeling vergt een goede verbinding tussen talloze zenuwuiteinden. Bij een baby zijn de bewegingen nog erg schokkerig, want de synapsen zijn nog niet aangemaakt. Met andere woorden: de ‘paadjes’ tussen de verschillende zenuwen zijn nog niet gebaand. Ook het proces van het aanmaken van myelineschedes is nog lang niet af. Myelineschedes zijn vettige, isolerende hulzen die ‒ net zoals de rubbertape om een elektriciteitsdraad ‒ ervoor moeten zorgen dat de verschillende impulsen niet van de ene naar de andere, ernaast liggende zenuwen kunnen springen, want dan krijg je ‘kortsluiting’ en dat geeft problemen met de motoriek. En wat doen wij? Op een moment dat deze ontwikkeling (het aanleggen van de beschermende, isolerende myelineschedes om de zenuwen heen) nog lang niet voltooid is, introduceren wij bijtende, gevaarlijke agressieve stoffen in het tere, nog onvolgroeide organisme! Onafhankelijke wetenschappers waarschuwen voor de beschadigingen die kunnen optreden, want beschadigingen van zenuwen kunnen de oorzaak zijn van problemen met de motoriek… de zintuigen… de organen… of wat dan ook, afhankelijk van waar die beschadiging optreedt.

En voor veel ouders die de wegen vinden naar onafhankelijke wetenschappers vallen de muntjes opeens op hun plek.

 

De farmaceutische industrie heeft haar eigen wetenschappers

Wat zeggen de wetenschappers die de vaccins ontwikkelen over aluminium? Het vaccin wordt op de markt gebracht; ze weten wat erin zit; ze weten dat aluminium een gevaarlijke stof is en ze hebben geen onderzoek gedaan bij baby’s.

Wat zeggen wetenschappers, betaald door de farmaceutische industrie, over aluminium in vaccins?

Niets. In ieder geval niet tegen ouders en niet tegen artsen. Men vertelt ons alleen dat het een ‘ander ingrediënt’ is. De ‘wérkzame ingrediënten’ van vaccins zijn de verzwakte micro-organismen. Ik heb het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) daar eens over opgebeld: ‘Als aluminium geen ‘werkzaam ingrediënt’ is, waarom laten jullie het er dan niet uit? Het is tenslotte ook een neurotoxische stof.’ ‘Dat kan niet,’ zei de mevrouw aan de telefoon, ‘want dan wordt er onvoldoende immuniteit opgebouwd.’ Het is wel degelijk een werkzaam ingrediënt! Als er geen aluminium in vaccins zit ‘werken’ ze niet, maar als je vraagt of de werking van die stof dan ook niet in staat is om de hersenen van de baby te beschadigen ‒ bij volwassenen is dat verband gelegd ‒ dan krijg je te horen dat het ‘niet is aangetoond’. En dan zijn we dus weer terug bij af, want zolang er geen onderzoek ‒ lange termijn, mét een controlegroep ‒ gedaan wordt, zal het ook nooit aangetoond worden.

Tenzij ouders dit onderzoek zelf gaan doen! En dit is het punt dat ouders in Amerika al bereikt hebben. Vaccinatieprogramma’s zijn gebaseerd op vertrouwen. En het is nou net dat vertrouwen dat begint te wankelen. Op het eerdergenoemde congres ‘Give us the choice and show us the science’ hebben 700 aanwezige wetenschappers, ouders en artsen besloten niet langer te wachten en uit hun eigen zak 100.000 dollar bij elkaar gebracht. Dit bedrag is nodig om een paar miljoen dollar te genereren voor het opzetten van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Een geweldig initiatief, maar misschien nog meer voor ‘externe autoriteiten’ dan voor onszelf. Ouders beginnen hun ‘innerlijke autoriteit’ te vertrouwen en gaan beseffen dat we een kompas in ons hebben dat de weg weet zonder dat het daarvoor bewijs nodig heeft. In hoofdstuk 4 gaan we het hebben over hoe en waartegen we onze kinderen echt dienen te beschermen: we gaan het hebben over corruptie, over veiligheid en over veranderd bewustzijn.

 

 
Voetnoten

1. De Australische wetenschapper Viera Scheibner beschreef als een van de eersten aanwezigheid van toxische ingrediënten van vaccins in haar boek ‘Vaccinatie – het einde van een mythe’. Désirée Röver schreef het meer dan 20 pagina ́s tellende document ‘RVP vaccins en inhoudstoffen’, te downloaden op www.dropbox.com/s/29ds70ah4jwzf1z/RVP%20Vaccins%20en%20inhoudsstoffen.pdf?dl=0
Op het internet is het uitstekende artikel ’What’s coming through that needle?’ van Benjamin McRearden te downloaden van www.whale.to/a/needle.html”.
Websites met overzichten van vacciningrediënten:
www.informedchoice.info
www.novaccine.com
www.knowvaccines.com
www.vaccine-tlc.org

2. Voor de beschrijving van hoe een vaccin gemaakt wordt heb ik onder andere gebruik- gemaakt van de volgende boeken: ‘Immunisation – History, Ethics. Law and Health’, Christine J.M. Diodatit, M.A.
‘What about Immunisations? – Exposing the Vaccine Filosophy’, Cynthia Cournoyer ‘Fear of the Invisible’, Janine Roberts.

3. In de uitzending van Zembla ‘Het omstreden kankervaccin’ komt bijvoorbeeld aan het licht dat leden van de Gezondheidsraad banden hebben met de farmaceutische industrie. Mogelijkerwijs heeft dit de snelle invoering van het baarmoederhalskankervaccin beïnvloed. Op 21 oktober 2008 hebben de Tweede Kamerleden Arib (PvdA) en Schermer (CDA) vragen gesteld over deze kwestie. Minister Klink baseerde zijn antwoord op een brief van de voorzitter van de Gezondheidsraad, prof. dr. Knottnerus. In deze brief bevestigt Knottnerus dat vier experts waren opgenomen in de adviescommissie van de Gezondheidsraad die onder meer door fabrikanten gefinancierd onderzoek uitvoer(d)en. De vraag is dus: zijn de adviezen van de Gezondheidsraad onafhankelijk?

4. De lezing van dr. Vicky Debold PhD op de ‘Vaccine Safety Conference’ in Jamaica in 2011 geeft (samen met meerdere andere sprekers) zeer interessante informatie over de ‘onvolkomenheden’ van het onderzoek naar de veiligheid van vaccins. www.YouTube.com

5. Autoriteiten zeggen vaak dat ‘antivaccinatie websites’ geen wetenschappelijke onderbouwing geven van het verband tussen vaccins en aandoening X. Neil Z. Miller verzamelde op zijn website www.thinktwice.com honderden ‘peer-reviewed’ onderzoeken die in wetenschappelijke tijdschriften verschenen zijn met betrekking tot de link tussen vaccins en nieuwe ziektes.





Teken de Publieke Verklaring voor een transparant vaccinatiebeleid en het behoud van een vrije vaccinatiekeuze.